De dubbelgevouwen vrouw

“Met het doosje in haar hand keek ze weer naar de afdruk in de stoel. Plotseling gooide ze het doosje met een boog door de woonkamer. Een kort ogenblik regende het luciferstokjes. De rest van de dag stond ze voorovergebogen. “

Tijdschrift de Optimist publiceerde mijn korte verhaal ‘De dubbelgevouwen vrouw.’ Je kunt het hier lezen!

Zwammen

De tafel is prachtig, al zegt hij het zelf. De vuurrode kerstservetten steken mooi af bij het oogverblindend witte tafelkleed. Hij heeft het goede servies uit de kast gehaald, dat ze ooit gekregen hadden voor hun trouwen, maar dat ze nog nooit hadden gebruikt. Zijn vrouw wilde het bewaren voor een speciale gelegenheid. Hij vindt dat nu wel het moment is. De tafel is gedekt voor twee en in het midden heeft hij twee lange witte kaarsen neergezet. Schaduwen bewegen door het flikkerende kaarslicht over de muren van de keuken.

‘Mooi hé? Hij kijkt naar de overkant van de tafel. Zijn vrouw zegt niks. Hij schenkt nog wat wijn in de glazen, al is die van haar nog zo goed als vol. Hij staat op en opent het deurtje van de oven. De keuken vult zich met de heerlijke geur van gebraden vlees. Het braadstuk ligt sissend en spetterend in een klein laagje jus. Met een pollepel giet hij wat van het hete sap over het vlees heen. Op die manier droogt het niet uit. Dat weet hij wel. Het water loopt hem in de mond.

Zijn vrouw kan ontzettend goed koken. Daar was hij altijd best trots op. Vooral als vrienden bij hen kwamen eten. Dan was ze de hele week al bezig met het bedenken van een menu en het inkopen van verse ingrediënten. Vervolgens stond ze een volle dag in de keuken. Ze bedacht ook bijna altijd iets origineels. Hij zei altijd tegen haar dat ze een restaurant moest beginnen.
 ‘Ik weet zeker dat je zo een paar sterren zou krijgen!’
Maar dan glimlachte ze alleen maar en wreef ze over haar te dikke buik.
‘Dat lijkt me niet verstandig’, zei ze dan.

Hij pakt een stukje stokbrood, smeert er een dikke laag zeezoutboter op en stopt het in een keer in zijn mond. ‘Wil je ook?’ vraagt hij met volle mond. Ze zwijgt. Hij weet wel dat ze er een hekel aan heeft als hij met volle mond spreekt.

Bijna een jaar geleden had ze de knop om gezet.
 ‘Ik heb de knop omgezet’, zei ze op 1 januari. Hij had haar over de rand van de krant niet begrijpend aangekeken. ‘Vanaf vandaag komt er geen koolhydraat, geen vet en geen suiker meer dit huis in.’
Hij had geknikt en iets onverstaanbaars gemompeld en zich weer op zijn krant gericht. Het was niet de eerste keer dat zijn vrouw zich op een nieuw dieet had gestort. Vaak ging het een paar weken goed, werd ze strontchagrijnig en viel ze daarna toch weer terug in oude gewoonten. Hij moest zich de komende tijd maar even gedeisd houden.

Hij haalt het braadstuk uit de oven en zet het op de tafel. De damp komt eraf en hij laat het vlees even rusten alvorens hij het aansnijdt.

Dit keer hield ze het dieet echter vol en ze voegde de daad bij het woord. Als hij thuiskwam van zijn werk kreeg hij altijd zin om iets te snaaien zo rond een uur of vijf, als het nog even duurde voordat het etenstijd was. Maar nu trok hij gefrustreerd kastjes en laden open. Hij kwam allerlei zaken tegen waar hij nog nooit van had gehoord maar die hem allerminst eetbaar leken. Quinoa, lijnzaad, chlorella, kefir, miso, tempeh. Waar waren zijn gevulde koeken gebleven? En een boterham was ook al geen optie meer want brood werd nu vervangen door crackers, rijstwafels of iets dat een spinaziewrap heette.

Hij snijdt flinke stukken vlees af en legt het op hun borden. Daarna schept hij voor hun beiden gebakken aardappels op en haricoverts omwikkeld met spek. Voor hij gaat zitten pakt hij eerst de mayonaise uit de koelkast en lepelt een flinke kwab op zijn bord.
‘Eet smakelijk lieverd.’

Hij probeerde haar tot steun te zijn. En eerlijk is eerlijk, zijn eigen broekriem kon inmiddels ook al een paar gaatjes opschuiven. Zijn vrouw had niet alleen haar, en daarmee ook zijn, voedselinname rigoureus aangepakt. Ze liep nu ook het grootste gedeelte van de tijd rond in een te strakke paarse spandex broek, met om haar enkels gewichten die met klittenband vastzaten. Met elke kilo die ze kwijtraakte werd ze echter ook steeds iets gemener. Ze had continu een verbeten blik en zo’n zuur mondje dat hem aan de anus van een kat deed denken. Toen hij het met haar probeerde te bespreken schreeuwde ze zo hard tegen hem dat er druppeltjes speeksel op zijn bril terecht kwamen.

Hij neemt een grote hap. Een druppel jus druipt over zijn kin en hij kan een kreun van genot niet onderdrukken. Hij prikt een paar gebakken aardappeltjes aan zijn vork en haalt ze door de mayonaise. Met gesloten ogen geniet hij van de rijke, volle smaken. Het bord van zijn vrouw staat onaangeroerd op tafel.

Een keer nam hij op zijn werk stiekem een saucijzenbroodje. Maar zijn vrouw had het reukvermogen van een bloedhond en kon aan zijn adem ruiken wat hij gegeten had die dag. Hoe durfde hij haar met die vette geur om zich heen te begroeten met een kus. Wilde hij haar dieet soms saboteren? Met walging in haar ogen had ze hem weggeduwd. De rest van de week had ze geweigerd tegen hem te spreken. Daarna knaagde hij ook op zijn werk op rijstwafels met avocado.

Hij heeft het bord van zijn vrouw ook maar leeggegeten. Weggooien is immers zonde. Maar nu zit hij eigenlijk bijna iets te vol en er is ook nog een dessert. Op de voorkant van de verpakking staat een chocolade cakeje waar vloeibare chocolade uitstroom. De cakejes moeten nog tien minuten in de oven. Tegen die tijd is het volle gevoel vast alweer wat gezakt.

Zijn collega’s hadden hem eerst een beetje uitgelachen en grapjes over hem gemaakt. Maar toen hij zo mager werd dat je zijn ribben bijna door zijn overhemd kon zien begonnen ze zich een beetje zorgen om hem te maken. Bij elke verjaardag sloeg hij de taart af en tijdens de vrijdagmiddagborrel dronk hij geen biertje meer mee maar een glas water. Tijdens de kerstborrel sprak zijn baas hem aan.
‘Gaat het wel goed met je? Niet lullig bedoeld, maar je ziet er niet zo florissant uit, kerel!’
Hij was bijna in tranen uitgebarsten maar had zich nog net weten te herpakken. Hij had maar iets gemompeld over een snelle stofwisseling. Zijn baas had hem op het hart gedrukt om maar flink te genieten van het braadstuk en het goed gevulde kerstpakket dat hij elk jaar aan al zijn werknemers gaf.

De oven piept en hij haalt de cakejes eruit. Hij heeft besloten dat het dessert goed samen gaat met een glaasje whisky dus heeft hij een flinke bel voor zichzelf ingeschonken. Zijn vrouw hoeft vast niet. Met een gebakvorkje haalt hij een hapje uit het cakeje. Het is zo zoet dat het een kort ogenblik bijna pijn doet in zijn mond. Meteen daarna neemt hij een slokje van zijn whisky en hij geniet van de smaakexplosie.

Met het kerstpakket onder zijn ene arm en het braadstuk onder de andere was hij de keuken binnen gekomen. Hij had zichzelf in de auto moed in gepraat. Wat was hij nou voor vent, kom op zeg! Zijn lijf snakte naar koolhydraten en vet. Tegenwoordig had hij het continu koud, zijn kleren waren te groot  en sinds een paar weken had hij het gevoel dat zijn tanden een beetje los zaten. Hij had het kerstpakket op zijn kantoor al vast geopend en zijn handen waren gaan trillen bij de aanblik van al het lekkers dat er in zat. Hij viel bijna flauw toen hij de verpakking bekeek van iets dat ‘lavacake’ heette. Hij zou voet bij stuk houden. Met kerst werd er gegeten.

Om de ijzige stilte te doorbreken zet hij een plaatje op. Hij houdt van de ouwe Amerikaanse kerstklassiekers. Terwijl hij mee neuriet met ‘It’s beginning to look alot like Christmas’, stapt hij over zijn vrouw heen die op de keukenvloer ligt. Uit de la haalt hij een doosje lucifers. Bij de whisky kan hij ook best wel een sigaartje roken. Dat vindt ze vast niet zo erg.

Ze had zijn relaas zwijgend en met de armen over elkaar aangehoord. Terwijl hij praatte was ze steeds harder gaan snuiven en was zijn standvastigheid langzaam verbrokkeld. Ze leek op een woest uitgemergeld paard. Toen hij uitgepraat was had ze het kerstpakket en het braadstuk uit zijn handen gegrist. Hij liep achter haar aan en keek met open mond toe hoe ze het pakket en het braadstuk met een wilde beweging in de container deponeerde. Zijn maag rommelde zo hard dat hij vermoedde dat zelfs de buren het konden horen. Hij liep stampvoetend achter haar aan de keuken in.

‘Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat men met een volle blaas betere beslissingen maakt’. Dat was de eerste gedachte die door zijn hoofd schoot nadat hij zijn vrouw in de keuken met een zak bevroren oesterzwammen had neergeslagen. Dat moest dan wel een fenomenaal besluit zijn geweest want zijn blaas stond ineens op knappen. Hij rende naar het toilet waar hij een, voor zijn gevoel, eindeloze stroom urine produceerde terwijl hij naar de de tegeltjes met spreuken staarde die hij van zijn vrouw aan de muur had moeten spijkeren.

‘Wacht niet op een goede dag, maak er een, ‘Elk einde is het begin van iets nieuws’ en ‘Wees jezelf er zijn al zoveel anderen’ maaide hij in een beweging van de muur waarbij hij per ongeluk een stuk bloemetjesbehang mee trok dat hij er ook maar gelijk in zijn geheel afscheurde. Daarna liep hij meteen door naar de container waar hij het kerstpakket en braadstuk uithaalde. In de keuken flikkerde hij de complete blender in de prullenbak en zette de oven aan.

Hij gaat op de bank zitten. De sigarenrook kringelt langzaam om zijn hoofd heen. Naast hem op de bank ligt haar laptop. Hij klapt hem open en klikt huiverend een website over het Raw Food dieet weg. De eerste naam van een reisorganisatie die hem te binnen schiet tikt hij met een vinger in het zoekschermpje. Hij had altijd al graag naar een warm land gewild met de feestdagen, maar zijn vrouw wilde dat nooit. Thailand lijkt hem wel wat. Nu boeken, klik.

Hij zucht en laat zich zakken in de zachte bank. Zijn buik is bol en puilt een beetje over zijn broekrand. Tevreden doet hij zijn riem een paar gaatjes losser.

Superheld

door; Marloes van der Singel
Dit verhaal werd gepubliceerd in tijdschrift Ei.

 

Godsamme. Sorry, sorry, sorry. Ik zag u totaal niet aankomen.”

Ik sla mijn vaders advies, bij een botsing nooit schuld bekennen, volledig in de wind, maar de stoet kwam duidelijk van rechts en een te hoge snelheid zullen ze ongetwijfeld ook niet hebben gehad. Bovendien luister ik niet meer naar mijn vader sinds hij besloot dat hij een superheld was.

De zwarte hoge hoed van de chauffeur is scheef op zijn hoofd gezakt wat hem een ietwat hipsterachtige uitstraling geeft. Met een beheerst tikje schuift hij hem weer op zijn plaats en loopt statig naar de achterkant van de lijkwagen waar de kist half in de auto en half door de kapotte achterruit hangt. De krans met witte bloemen die op de kist lag is over de weg geschoven en ligt enkele meters verderop. Witte blaadjes dwarrelen in een mini orkaantje richting de sloot.

De chauffeur probeert de kist op te tillen om hem weer op zijn plaats te schuiven. Ik snel ter hulp en samen duwen we hem weer door de ruit, in horizontale positie. Achter mij hoor ik verschillende autodeuren open en dichtslaan en ik durf me niet goed om te draaien. Daar komen de rouwenden.

         *

Er zit een haar in mijn eten.”
Ik probeer een zucht te onderdrukken en mijn klantvriendelijke masker op te houden.
Dat is helaas het risico van een lunch in het kattencafé.”
Ik wijs naar de kleine lettertjes onderaan de menukaart,

‘Ondanks een hygiënische keuken, waartoe de katten volgens de regels van de Voedsel en Warenautoriteit geen toegang hebben, wil het nog wel eens voorkomen dat er een kattenhaar in uw eten belandt. Wij vragen hiervoor uw begrip.’

en naar Frits die met zijn anus op het tafelkleed zit en verongelijkt naar het bord van de klagende jongen kijkt. Naast de jongen zit een engelachtig meisje met vlechtjes en veertjes in haar blonde krullende haar, die hem ongetwijfeld hiernaartoe heeft gesleept. Ze heeft geen oog voor hem, maar maakt kusmondjes naar Frits, die daar weer geen oog voor heeft.

Met een vol dienblad draai ik mij om en breek bijna mijn nek over Tommie die precies achter mij op de vloer is gaan liggen. Hij lacht, en knuffelt verder met een kat, en ik vraag me opnieuw af of het wel een goed idee was om hem aan te nemen.

                                                                                        *
Ik hoor gesnik en gesnuif, haal diep adem en draai me om. Een korte, forse vrouw met paars haar heeft haar gezicht verstopt in een grote zakdoek. Voorbereid op een emotionele aanvaring houd ik mijn handen in een verontschuldigend ‘ik geef me over’ gebaar. Maar voor ik aan een excuus kan beginnen realiseer ik me dat de vrouw niet onbedaarlijk huilt, maar hysterisch lacht. Haar gezicht is inmiddels bijna net zo paars als haar korte pittige kapsel en ze mept me loeihard maar amicaal op mijn schouder.
Dit is zo typisch Henk, lacht ze astmatisch in mijn oor, hij liet zich nooit niet kisten en ging graag out with a bang!”
De lachrimpels bij haar ogen stromen als de aftakkingen van een rivier over haar gezicht. Naast haar staat een man die doet denken aan een nerveuze alpaca. “Och jeetje, och jeetje,” mompelt hij onophoudelijk. De vrouw neemt mijn hand in een ijzeren greep en stelt zich voor als ‘de weduwe’. Haar geamuseerde blik verandert in een van bezorgdheid als ze mij aankijkt, en ze omklemt met twee handen mijn gezicht.
Heremetiet jongen, dat is een jaap!”
Pas dan voel ik dat er bloed uit mijn wenkbrauw drupt. De weduwe commandeert en wijst, en voor ik het weet staat mijn ingedeukte Fiat 500 in de berm en zit ik tussen de weduwe en de alpaca op de achterbank van de volgauto.

                                                                                        *
Het dienblad kwak ik zo hard op het aanrecht dat er een oor van een kopje afbreekt. Ik stamp door de deur die naar het steegje achter het café leidt. Zittend op een leeg fristikratje tussen twee grote containers in steek ik een sigaret op. Vandaag is het precies een jaar geleden.

Ik had net een paar lijntjes coke klaargelegd voor mijzelf en het meisje, waarvan ik me de naam niet meer kan herinneren, dat ik uit het kattencafé had meegenomen. Iets met een A. Ze stond met haar hoofd schuin voor mijn boekenkast en las de titels op de ruggen van de boeken. Ik keek naar de kleine bleke hand die ze over de boeken heen liet glijden en stelde me voor dat ze straks met diezelfde hand mijn erectie zou omvatten. Ze keek over haar schouder alsof ze mijn gedachte had kunnen horen en ik boog me over de lijntjes.

Ze plofte naast mij neer op de bank, en ik ademde de geur van haar shampoo in. Groene appeltjes.

*

Geen zorgen, ik ben vijfenveertig jaar veearts geweest”, zegt de man die mijn hoofdwond afplakt. Zijn ogen worden komisch vergroot door zijn dikke brillenglazen en hij was de beste vriend van ‘Henk in de kist’. We zitten achterin de aula die langzaam volstroomt met nabestaanden. De weduwe komt nog even langs om te kijken hoe het met me gaat en ik maak aanstalten om op te staan maar ze gebaart dat ik moet gaan zitten. “Henk had je erbij willen hebben”. De aula is inmiddels zo vol dat er mensen achterin en langs de zijkanten tegen de muur staan.

Op Ring of Fire wordt de kist naar binnen gereden, sommige mannen scanderen zijn naam; “HENKIEEE!”

Bij mijn vader waren er een handvol mensen. En dan tel ik de begrafenisondernemer mee.

                                                                                        *

Haar benen had ze in kleermakerszit gevouwen en ze keek me aan terwijl ze met haar oorbel speelde. Ik trok haar op mijn schoot en zag haar hart kloppen onder de blanke huid van haar hals. Met een hand trok ik aan haar vlecht en drukte mijn lippen tegen haar halsslagader. Mijn andere hand liet ik onder haar rokje tussen haar benen glijden. Plagend langs het randje van haar ondergoed, steeds iets verder naar binnen. Haar ademhaling versnelde en ze probeerde onhandig mijn riem en broek los te maken. Gehaast trok ik zelf mijn broek en boxer naar beneden. Duwde haar slipje aan de kant en mijn pik naar binnen. Ik liet mijn handen over haar billen glijden en pakte haar vast om het tempo te bepalen. Toen ik in haar klaar kwam zag ik in de teleurstelling in haar ogen dat haar opwinding nog niet tot een hoogtepunt was gekomen.
Met vingers die naar kut roken en de chemische smaak van coke achter in mijn keel nam ik even later de telefoon op. Een arts vertelde me dat mijn vader een snoekduik van een flatgebouw had genomen. Om zijn hals had hij een rode cape geknoopt.

Ik druk de sigaret uit en loop door de keuken weer het café binnen. Tommie ligt nu op de bank met twee katten op zijn borstkas. Het stelletje is weg, hun borden staan nog op tafel. Het café is verder leeg.

Tom, sluit jij straks af? Ik moet even weg.”

Hij steekt zijn duim omhoog en ik weet dat de kans vrij groot is dat ik hem morgenochtend slapend aantref op dezelfde plek. Mijn baby blauwe autootje komt ronkend tot leven. Het duurt even voordat ik doorheb dat ik onderweg ben naar de begraafplaats.

                                                                                       *

Door de woorden van zijn familie en de liedjes die worden gezongen en afgespeeld komt Henk ‘de Tank’, zoals hij door de meeste mensen hier wordt genoemd, voor mijn ogen tot leven. Als zijn zoon geëmotioneerd het woord neemt dwalen mijn gedachten af naar mijn vader. Zou hij geweten hebben dat hij het mis had? Ik zie hem voor me, met zijn cape wapperend in de wind op de rand van de afgrond en tot mijn verbazing voel ik dat mijn wangen nat worden. Voor het eerst sinds zijn dood huil ik.

Na de dienst zit ik met rode ogen en een pul bier aan de bar samen met de weduwe, de alpaca, de veearts en de zoon, die naast mij op een kruk zit. Hij vertelt mij een amusante anekdote over zijn vader en vraagt dan naar de mijne. Ik neem een grote slok van mijn bier, hef mijn pul om met hem te proosten en zeg: “Mijn vader was een superheld.”