Superheld

door; Marloes van der Singel
Dit verhaal werd gepubliceerd in tijdschrift Ei.

 

Godsamme. Sorry, sorry, sorry. Ik zag u totaal niet aankomen.”

Ik sla mijn vaders advies, bij een botsing nooit schuld bekennen, volledig in de wind, maar de stoet kwam duidelijk van rechts en een te hoge snelheid zullen ze ongetwijfeld ook niet hebben gehad. Bovendien luister ik niet meer naar mijn vader sinds hij besloot dat hij een superheld was.

De zwarte hoge hoed van de chauffeur is scheef op zijn hoofd gezakt wat hem een ietwat hipsterachtige uitstraling geeft. Met een beheerst tikje schuift hij hem weer op zijn plaats en loopt statig naar de achterkant van de lijkwagen waar de kist half in de auto en half door de kapotte achterruit hangt. De krans met witte bloemen die op de kist lag is over de weg geschoven en ligt enkele meters verderop. Witte blaadjes dwarrelen in een mini orkaantje richting de sloot.

De chauffeur probeert de kist op te tillen om hem weer op zijn plaats te schuiven. Ik snel ter hulp en samen duwen we hem weer door de ruit, in horizontale positie. Achter mij hoor ik verschillende autodeuren open en dichtslaan en ik durf me niet goed om te draaien. Daar komen de rouwenden.

         *

Er zit een haar in mijn eten.”
Ik probeer een zucht te onderdrukken en mijn klantvriendelijke masker op te houden.
Dat is helaas het risico van een lunch in het kattencafé.”
Ik wijs naar de kleine lettertjes onderaan de menukaart,

‘Ondanks een hygiënische keuken, waartoe de katten volgens de regels van de Voedsel en Warenautoriteit geen toegang hebben, wil het nog wel eens voorkomen dat er een kattenhaar in uw eten belandt. Wij vragen hiervoor uw begrip.’

en naar Frits die met zijn anus op het tafelkleed zit en verongelijkt naar het bord van de klagende jongen kijkt. Naast de jongen zit een engelachtig meisje met vlechtjes en veertjes in haar blonde krullende haar, die hem ongetwijfeld hiernaartoe heeft gesleept. Ze heeft geen oog voor hem, maar maakt kusmondjes naar Frits, die daar weer geen oog voor heeft.

Met een vol dienblad draai ik mij om en breek bijna mijn nek over Tommie die precies achter mij op de vloer is gaan liggen. Hij lacht, en knuffelt verder met een kat, en ik vraag me opnieuw af of het wel een goed idee was om hem aan te nemen.

                                                                                        *
Ik hoor gesnik en gesnuif, haal diep adem en draai me om. Een korte, forse vrouw met paars haar heeft haar gezicht verstopt in een grote zakdoek. Voorbereid op een emotionele aanvaring houd ik mijn handen in een verontschuldigend ‘ik geef me over’ gebaar. Maar voor ik aan een excuus kan beginnen realiseer ik me dat de vrouw niet onbedaarlijk huilt, maar hysterisch lacht. Haar gezicht is inmiddels bijna net zo paars als haar korte pittige kapsel en ze mept me loeihard maar amicaal op mijn schouder.
Dit is zo typisch Henk, lacht ze astmatisch in mijn oor, hij liet zich nooit niet kisten en ging graag out with a bang!”
De lachrimpels bij haar ogen stromen als de aftakkingen van een rivier over haar gezicht. Naast haar staat een man die doet denken aan een nerveuze alpaca. “Och jeetje, och jeetje,” mompelt hij onophoudelijk. De vrouw neemt mijn hand in een ijzeren greep en stelt zich voor als ‘de weduwe’. Haar geamuseerde blik verandert in een van bezorgdheid als ze mij aankijkt, en ze omklemt met twee handen mijn gezicht.
Heremetiet jongen, dat is een jaap!”
Pas dan voel ik dat er bloed uit mijn wenkbrauw drupt. De weduwe commandeert en wijst, en voor ik het weet staat mijn ingedeukte Fiat 500 in de berm en zit ik tussen de weduwe en de alpaca op de achterbank van de volgauto.

                                                                                        *
Het dienblad kwak ik zo hard op het aanrecht dat er een oor van een kopje afbreekt. Ik stamp door de deur die naar het steegje achter het café leidt. Zittend op een leeg fristikratje tussen twee grote containers in steek ik een sigaret op. Vandaag is het precies een jaar geleden.

Ik had net een paar lijntjes coke klaargelegd voor mijzelf en het meisje, waarvan ik me de naam niet meer kan herinneren, dat ik uit het kattencafé had meegenomen. Iets met een A. Ze stond met haar hoofd schuin voor mijn boekenkast en las de titels op de ruggen van de boeken. Ik keek naar de kleine bleke hand die ze over de boeken heen liet glijden en stelde me voor dat ze straks met diezelfde hand mijn erectie zou omvatten. Ze keek over haar schouder alsof ze mijn gedachte had kunnen horen en ik boog me over de lijntjes.

Ze plofte naast mij neer op de bank, en ik ademde de geur van haar shampoo in. Groene appeltjes.

*

Geen zorgen, ik ben vijfenveertig jaar veearts geweest”, zegt de man die mijn hoofdwond afplakt. Zijn ogen worden komisch vergroot door zijn dikke brillenglazen en hij was de beste vriend van ‘Henk in de kist’. We zitten achterin de aula die langzaam volstroomt met nabestaanden. De weduwe komt nog even langs om te kijken hoe het met me gaat en ik maak aanstalten om op te staan maar ze gebaart dat ik moet gaan zitten. “Henk had je erbij willen hebben”. De aula is inmiddels zo vol dat er mensen achterin en langs de zijkanten tegen de muur staan.

Op Ring of Fire wordt de kist naar binnen gereden, sommige mannen scanderen zijn naam; “HENKIEEE!”

Bij mijn vader waren er een handvol mensen. En dan tel ik de begrafenisondernemer mee.

                                                                                        *

Haar benen had ze in kleermakerszit gevouwen en ze keek me aan terwijl ze met haar oorbel speelde. Ik trok haar op mijn schoot en zag haar hart kloppen onder de blanke huid van haar hals. Met een hand trok ik aan haar vlecht en drukte mijn lippen tegen haar halsslagader. Mijn andere hand liet ik onder haar rokje tussen haar benen glijden. Plagend langs het randje van haar ondergoed, steeds iets verder naar binnen. Haar ademhaling versnelde en ze probeerde onhandig mijn riem en broek los te maken. Gehaast trok ik zelf mijn broek en boxer naar beneden. Duwde haar slipje aan de kant en mijn pik naar binnen. Ik liet mijn handen over haar billen glijden en pakte haar vast om het tempo te bepalen. Toen ik in haar klaar kwam zag ik in de teleurstelling in haar ogen dat haar opwinding nog niet tot een hoogtepunt was gekomen.
Met vingers die naar kut roken en de chemische smaak van coke achter in mijn keel nam ik even later de telefoon op. Een arts vertelde me dat mijn vader een snoekduik van een flatgebouw had genomen. Om zijn hals had hij een rode cape geknoopt.

Ik druk de sigaret uit en loop door de keuken weer het café binnen. Tommie ligt nu op de bank met twee katten op zijn borstkas. Het stelletje is weg, hun borden staan nog op tafel. Het café is verder leeg.

Tom, sluit jij straks af? Ik moet even weg.”

Hij steekt zijn duim omhoog en ik weet dat de kans vrij groot is dat ik hem morgenochtend slapend aantref op dezelfde plek. Mijn baby blauwe autootje komt ronkend tot leven. Het duurt even voordat ik doorheb dat ik onderweg ben naar de begraafplaats.

                                                                                       *

Door de woorden van zijn familie en de liedjes die worden gezongen en afgespeeld komt Henk ‘de Tank’, zoals hij door de meeste mensen hier wordt genoemd, voor mijn ogen tot leven. Als zijn zoon geëmotioneerd het woord neemt dwalen mijn gedachten af naar mijn vader. Zou hij geweten hebben dat hij het mis had? Ik zie hem voor me, met zijn cape wapperend in de wind op de rand van de afgrond en tot mijn verbazing voel ik dat mijn wangen nat worden. Voor het eerst sinds zijn dood huil ik.

Na de dienst zit ik met rode ogen en een pul bier aan de bar samen met de weduwe, de alpaca, de veearts en de zoon, die naast mij op een kruk zit. Hij vertelt mij een amusante anekdote over zijn vader en vraagt dan naar de mijne. Ik neem een grote slok van mijn bier, hef mijn pul om met hem te proosten en zeg: “Mijn vader was een superheld.”

 

Preggo Problems III; Dingen die ze je van te voren niet vertellen

Omdat een zwangerschap ook in drie perioden wordt opgedeeld leek het mij passend om van de Preggo Problems een drieluik te maken. (Lees deel I hier terug en deel II hier). Hieronder volgt het laatste lijstje met dingen waar ik mij over heb verwonderd de afgelopen tijd.

1. Haar

Om maar even met een positieve noot te beginnen. Met een beetje geluk is je haar tijdens je zwangerschap voller en mooier dan ooit. Door een verhoogd oestrogeen gehalte in je bloed valt je haar niet uit en groeit het ook nog eens sneller dan anders! Nadeel hiervan is wel dat dit niet alleen geldt voor het haar op je hoofd. En omdat je met die dikke buik steeds moeilijker bepaalde houdingen kunt aannemen is het vrij lastig om je met enige regelmaat te scheren. Al met al is zwanger zijn een vrij harige aangelegenheid.

giphy

2. Das Buik II

Steeds als je denkt, “nou kan mijn buik ECHT niet verder meer groeien”, blijkt hij een paar dagen later toch een nog grotere omvang te hebben aangenomen. Af en toe lijkt je buik een geheel eigen leven te leiden en heb je het idee dat je eerder in verwachting bent van een octopus dan van een mensenbaby. Jij wilt de ene kant op, je buik denkt daar anders over. Soms heb ik het gevoel dat ik zulke bordjes om moet gaan doen.

2018-02-19 14.51.48 2018-02-19 14.51.14

Je navel lijkt in niets meer op je ‘oude’ navel en je wacht enigszins angstig het moment af waarop hij, bij gebrek aan een beter woord, gaat ploppen. Van een ‘innie’ ben je langzaam aan het veranderen naar een ‘outtie’. En ook al is het lastig om te accepteren. De meest simpele dingen worden een enorme uitdaging, zo niet onmogelijk. Denk bijvoorbeeld aan sokken aantrekken of voeten afdrogen na het douchen. Iets van de grond pakken. Of uit bed komen…The struggle is real!

giphy-downsized-large

3. Burn motherf*#$, Burn

Doordat je baby steeds groter groeit wordt de ruimte voor je andere organen steeds beperkter. Dit kun je vooral merken aan je maag, die al snel in de knel komt te zitten. Dit heeft als gevolg dat het in één keer inhaleren van een Big Mac er niet meer inzit maar dat je steeds kleine beetjes moet eten. Alsnog levert het dan vaak behoorlijk brandend maagzuur op. Vooral ’s nachts, wanneer je plat ligt en je baby je ineens een uppercut in je maag geeft komt het regelmatig voor dat je half stikkend in je eigen braaksel/brandend maagzuur overeind schiet. Zo Rock ’n Roll dat zwanger zijn. Rennies zijn je nieuwe beste vriend.

4. Snurken en Kwijlen

Slapen met zo’n enorme toeter is sowieso al een enorme uitdaging. Maar als je er dan tussen de zure oprispingen, ontelbare plassessies, onrustige benen en tintelende handen in slaagt om een beetje shut eye te krijgen ga je snurken als een te zware walrus met een alcoholprobleem. En alsof dat niet sexy genoeg is slaan onder invloed van de hormonen je speekselklieren op hol, wat als gevolg heeft dat je overmatig gaat kwijlen en wakker wordt met een kleddernat kussen dat aan je wang vastgeplakt zit. How charming. Wat mij bij het volgende punt brengt.

5. Seks

‘ Wat is het dunste boek dat ooit geschreven is? Dat over seks tijdens de zwangerschap.’

Deze flauwe opmerking hoorde ik ergens in het begin van dit avontuur en ik was vastbesloten om mij niks aan te trekken van dit stomme cliché. Ons seksleven zou gewoon onveranderd door blijven stomen. En hoewel dit ook wel een tijd goed ging moet ik toch schoorvoetend toegeven dat er een kern van waarheid in zit.

Het is ook niet eens zozeer een gebrek aan libido maar vooral, het wordt op een gegeven moment een beetje een ongemakkelijke, lachwekkende circusact die je probeert uit te voeren. Tel daar bij op, de harige benen en seventies bush, de wallen die tot aan je knieën reiken, je versterkte reukzin, je longcapaciteit die met een kwart is afgenomen door het allergrootste obstakel, die enorme buik, en combineer dit met een man die bang is om je nog aan te raken omdat hij jou maar vooral de baby geen pijn wil doen, en je hebt het perfecte recept voor een vrijwel celibaat laatste trimester.

Gelukkig hoor en lees ik overal dat dit weer goed komt. Uiteindelijk.

12-1

6. Kraampakket

Ik heb het lang uitgesteld maar een paar dagen geleden heb ik dan toch eindelijk het kraampakket opengemaakt. Dit is een grote kartonnen doos die je via je zorgverzekeraar kunt krijgen die gevuld is met medische artikelen die je tijdens en na de bevalling nodig kunt hebben. Dit is wat ik mijn lief appte nadat ik de inhoud had bekeken.

2018-02-19 10.28.19

Voor de mensen die Dexter niet hebben gekeken, (ga dat nu kijken!) Er zat, en dan overdrijf ik maar een beetje, wel zestig hectare plastic in de doos. Ik denk dat we onze slaapkamer drie keer volledig in plastic kunnen bedekken en dan houden we nog genoeg over. Hoewel ik heel relaxed was over de aanstaande bevalling krijg ik nu toch visioenen van uiterst bloederige en smerige taferelen. Dit gevoel wordt niet weggenomen door de rest van de inhoud. Ontsmettingsalcohol, watten en wond kompressen. Kraamverband dat, in mijn ogen, zo enorm is dat je het ook zou kunnen verwarren voor een tuinstoelkussen. Ik heb de doos gauw weer dichtgedaan en besloten dat ik al deze zaken niet nodig ga hebben.

7. Get the f*** out

Dat een zwangerschap negen maanden duurt heeft de natuur heel goed bedacht. Het geeft je voldoende tijd om over de eerste hysterie heen te komen en alles in gereedheid te brengen, maar het is ook lang genoeg om er tegen het einde heel erg klaar mee te zijn en bijna te gaan verlangen naar die bevalling. Dit weekend ging mijn vriend naast mij zitten op de bank en rook ik de whisky in zijn glas waarna het water mij letterlijk in de mond liep. Ik droom er dan ook steeds vaker van om op mijn buik te liggen, met mijn hoofd in een bord sushi en filet americain, aangesloten op een cola berenburg infuus.

Maar nog meer dan dat verlang ik ernaar om het mensje te gaan ontmoeten dat mijn lichaam nu bijna negen maanden bewoond heeft.


Heb je de vorige Preggo Problems gemist? Lees Deel I en deel II gewoon alsnog!

Workshop Rode Kruis Eerste Hulp aan Baby’s en Kinderen

Workshop Rode Kruis Eerste Hulp aan Baby’s en Kinderen;
Perfect voor de drukbezette, werkende mens en de enigszins onzekere (toekomstige) ouder
door: Marloes van der Singel

Er zijn van die mensen waarbij het ouderschap voorgeprogrammeerd lijkt te zijn. Van die moeders die met drie kinderen, zevenentwintig boodschappentassen en een golden retriever door de stad lopen en dat er dan gemakkelijk en zelfs leuk uit laten zien. Of van die vaders die zo’n zesde zintuig lijken te hebben wanneer hun kind in gevaar is.

.giphy

Ik vrees een beetje dat ik niet een van die mensen ben. Daarnaast heb ik een vrij grote fantasie en de neiging om mij druk te maken over alle mogelijk denkbare rampscenario’s. Toen ik een half jaar geleden een positieve zwangerschapstest in mijn handen had, kreeg ik dus al vrij snel het idee om mij op de komst van ons eerste kindje voor te bereiden door meer te leren over EHBO.

Uiteindelijk kom ik uit bij de workshop EHBO aan baby’s en kinderen van het Rode Kruis. Mijn partner wil ook graag mee en dus meld ik ons beiden aan en lopen we op een woensdagavond een klaslokaal van het RSG in Steenwijk binnen, waar we een warm onthaal krijgen van het dynamische moeder-dochter duo dat de workshop die avond zal verzorgen. rk ehak

Workshop leidster Helma Gielen-Alberts vertelt me een tikkeltje nerveus dat zij zich al zo’n dertig jaar bezig houdt met het geven van uitgebreide cursussen gericht op EHBO, maar dat vanavond de eerste keer is dat ze het in de vorm van deze workshop doet, die slechts drie uur duurt.

Als alle tien deelnemers een plaatsje hebben gezocht in het klaslokaal blijkt al snel dat Helma’s nervositeit nergens voor nodig was want wat volgt is een leerzame, informele avond die vooral door Helma’s heldere uitleg en haar grappige anekdotes tevens erg prettig is. Helma heeft haar dochter Robin meegenomen die haar assisteert en samen met haar moeder op humoristische wijze herinneringen ophaalt aan de vele (echt vele) keren dat er binnen hun gezin eerste hulp noodzakelijk was.

Aan de hand van een duidelijke leidraad loodsen Helma en Robin ons door het informatieve programma waarbij er naast theorie ook meer dan voldoende ruimte is om in de praktijk te oefenen. Zo leggen mijn partner en ik elkaar in de stabiele zijligging, verbinden we elkaar met verschillende soorten verband en oefenen we allebei op een pop wat we moeten doen in het geval van verstikking bij een baby.

Er komen verschillende onderwerpen aan bod. Van een verstuiking tot bewusteloosheid, en van brandwonden tot vergiftiging. Tot slot worden de deelnemers in groepjes verdeeld en krijgen we een casus waarbij wij aan moeten geven wat we in de geschetste situatie moeten doen om eerste hulp te verlenen.

De avond vliegt voorbij en voor ik het weet nemen mijn partner en ik alweer afscheid van Helma en Robin en lopen naar de auto. Hoewel niet alle informatie die we vanavond gekregen hebben nieuw voor ons was heb ik toch zeker veel opgestoken. Maar het belangrijkste is misschien wel dat ik voor mijn gevoel beter voorbereid ben op situaties waarin ik eerste hulp moet verlenen. Laat die baby over een paar maanden maar komen!

Tip: In iTunes of Google Play Store kan je de gratis EHBO-app van het Rode Kruis downloaden. Zo heb je altijd alle EHBO-kennis op zak!

fotocollage ehak rk

Taart

Mijn verjaardagstaart staat midden op de tafel. De verpleegkundige, die ik in gedachten ‘Jabba the Hut’ noem vanwege haar indrukwekkende omvang, haalt een mes op uit de personeelskeuken zodat de slagroomtaart aangesneden kan worden. In het kleine keukentje bij de woonkamer waar we zitten zijn scherpe voorwerpen uit den boze en op mijn taartbordje ligt dan ook een plastic vorkje dat net zo broos is als mijn geestelijk gestel.

Jabba komt met het mes hoog opgeheven terug gewaggeld, alsof ze net het zwaard Excalibur heeft bemachtigt.

‘Zo, dat maakt het een stuk makkelijker om deze prachtige taart te verdelen.’ Ze gebruikt de overdreven opgewekte toon die veel hulpverleners opzetten in onze aanwezigheid en ze moet haar stem verheffen om boven het geschreeuw van Joep uit te komen, die van slag is omdat hij een van zijn badslippers is kwijtgeraakt. We dragen hier allemaal badslippers. Met sportsokken. Behalve Edgar, die draagt rode pumps, of ballerina’s met polkadots.

Mijn moeder, die de taart heeft meegenomen, zit links van mij tussen de twee Wilma’s in en speelt nerveus met haar gouden oorbel. De ene Wilma schommelt met een gelukzalige glimlach van voor naar achteren en de andere is verwikkeld in een geanimeerd gesprek over haar diabetes, al is het niet helemaal duidelijk wie haar gesprekspartner is. Onze blikken kruisen elkaar en mijn moeder schenkt me een glimlach die haar ogen niet bereikt. Ik wil haar glimlach beantwoorden maar mijn lippen zijn zo gebarsten van de droge ziekenhuislucht en de medicatie dat ik de tere huid voel scheuren, en ik wend mijn blik af. Ik peuter aan het verband dat om mijn polsen gebonden zit. De wonden jeuken, wat betekent dat ze helen. Deze wonden wel.

Het gezelschap aan tafel wordt weerspiegeld in het raam ernaast en ik kijk naar mijn reflectie. Mijn lange bruine haar ziet er woest uit en de kringen onder mijn ogen zijn zo donker dat het lijkt alsof iemand mij twee blauwe ogen heeft geslagen. Ik bestudeer het spookachtig witte gezicht dat naar mij terugkijkt en heb moeite om mijzelf erin te herkennen.

De andere verpleegkundige, Peter-Paul, die achter zijn rug om Peter-Pervert wordt genoemd vanwege zijn onhebbelijke gewoonte zonder te kloppen je kamer of douche binnen te lopen, heeft Joep inmiddels enigszins weten te kalmeren en ze schuiven beiden aan. Joeps gezicht is vlekkerig, en hij draagt alleen zijn linker badslipper. Er hangt een snotdruppel aan zijn neus maar hij lijkt het niet te merken. Jabba snijdt mijn verjaardagstaart in evenredige stukken en legt bij iedereen een stuk op het bordje. Wendy, die hier tijdelijk is omdat er geen plek op de afdeling voor eetstoornissen was, schuift het bordje gelijk weg en gaat demonstratief achterover zitten met haar armen zo dun als luciferstokjes over elkaar geslagen.

Boven de tafel hangt een enigszins verfrommelde verjaardagsslinger waarvan de kleuren door de zon wat vervaagd zijn. ‘GEFELICITEER’ staat erop. De ‘D’ is waarschijnlijk vele verjaardagen geleden al onopgemerkt verdwenen. In mijn stukje taart wordt één klein kaarsje gestoken. Vijfentwintig konden het er niet zijn vanwege de rookmelders, maar eigenlijk begin ik weer opnieuw met tellen en in zekere zin voelt het ook als mijn eerste verjaardag.

Mijn moeder steekt het kaarsje aan. Haar vingers zijn geel van de nicotine en trillen een beetje.

‘Even zingen met zijn allen?’, vraagt Jabba, maar het is niet echt een vraag want ze zet gelijk met luide stem in, ‘lang zal ze leven, lang zal ze leven, lang zal ze leven in de gloria,’ en ik vraag me af of ik de enige ben die hier de ironie van inziet. Terwijl ik het kaarsje uitblaas begint Joep weer te schreeuwen. Edgar danst in een kleurrijk gewaad rond de rafel, Wendy geeft haar bordje nog een zet, en de taart belandt met een flats op het gele linoleum. De stemmen in mijn hoofd lachen, mijn onderlip scheurt open en de ijzeren smaak van bloed vermengt zich in mijn mond met die van slagroomtaart, en voor het eerst in lange tijd lach ik mee.

Preggo Problems II; Dingen die ze je van te voren niet vertellen

Welkom terug in de wondere wereld die zwangerschap heet. Inmiddels zijn we een paar weken verder, en bevind ik mij in het tweede trimester, wat weer een hele nieuwe reeks wonderlijke ervaringen met zich mee brengt. Tijd voor een nieuw lijstje!

  1. Das Buik

Waar je je in het eerste trimester (maand 1-3) soms nog afvroeg, “is dit alles? -of- misschien houdt mijn lichaam me voor de gek en ben ik schijnzwanger,” kun je er nu echt niet meer omheen. Je buik groeit als een malle.

En dat niet alleen, zo rond week twintig (want alles gaat nu ineens om weken. Maanden, dagen of andere tijdsaanduidingen bestaan kennelijk niet meer) begin je vreemde dingen te voelen in je buik.

Eerst bestaat dat nog uit een soort ondefinieerbaar gerommel, maar al gauw wordt het steeds duidelijker en zie je zelfs je buik bewegen! Er groeit en leeft een mensje in je.

Uiteraard is dat natuurlijk prachtig en wordt je er heel erg gelukkig van maar laten we eerlijk zijn. Het is af en toe ook wel een beetje een freaky idee, waar je (of ik in ieder geval) niet al te lang over na moet denken. Wat je in geen geval moet doen, is de film Alien kijken. Of Sharknado, maar dat vanwege hele andere redenen.

giphy
  1. Sleepless in Steggerda

Slapen wordt een steeds grotere uitdaging. Niet alleen wordt je slaapritme verstoord door de hormonen die door je lijf gieren, moet je bijna elk uur plassen en krijg je nachtmerries, vooral je buik gaat (helemaal als je daar normaal gesproken op slaapt zoals ik) enorm in de weg zitten. Onmisbaar gedurende nachtelijke tijden wordt dan een soort enorm unox-worstvormig kussen, ook wel voedingskussen genoemd, waar je je als een soort aapje aan vast klampt. slapen-met-voedingskussen

Hoewel dit in bed, naast je dikker wordende buik, een nieuwe barrière vormt tussen jou en je partner helpt het wel degelijk bij het slapen.

  1. Repelsteeltje“Weten jullie al hoe het gaat heten?”

    “Het wordt toch niet zo’n rare hippie naam hé?”

    “Wordt het misschien Lotte? Of Max? Of nee, ik weet het, Sem!”Zodra je zwanger bent worden mensen in je omgeving op de een of andere manier onbeheersbaar nieuwsgierig naar de naam die je je ongeboren spruit wilt gaan geven. Terwijl toch algemeen bekend is dat de naam pas na de bevalling bekend wordt gemaakt, kunnen mensen het niet laten om als een soort van op hol geslagen namen generator allerlei verschillende namen te gaan spuien, waarbij meteen ook onverbloemd en ongevraagd meningen worden gegeven over genoemde namen. Ondertussen zit je toch een beetje met samengeknepen billen omdat je niet wilt verraden welke naam het gaat worden. Wat helpt om dit soort spervuren af te kappen is een antwoord als, “We twijfelen nog tussen Adolf en Zlatan.”

  2. Horrorverhalen

    Een ander raar ding is dat iedereen, ongeacht leeftijd of geslacht, het nodig vind om je in geuren en kleuren te gaan vertellen over de meest afschuwelijke bevallingen. Je vocabulaire wordt hierdoor ongewild aangevuld met begrippen als ‘totaal ruptuur’, ‘slijmprop en ‘forcipale extractie.’ Mijn advies is een lege blik en in je hoofd alle vijftien coupletten van het Wilhelmus proberen te zingen of gewoon weg lopen.

  3. It’s my party and I’ll cry if I want to

“Liefje, wat is er?” Mijn vriend komt haastig naar me toe gesneld en slaat zijn armen beschermend om mij heen, klaar om iedereen in elkaar te meppen die mij verdriet doet. Met snikkende uithalen vertel ik hem, terwijl de tranen over mijn wangen biggelen, over het hondje dat geen achterpoten had en de mensen die er met zijn allen voor zorgden dat hij nieuwe pootjes kreeg, of over de bejaarde chimpansee die zijn verzorger terug ziet, of over het hertje dat vastzat in een hek, waarna we afspreken dat ik, totdat ik mijn hormonen weer een beetje op een rijtje heb misschien beter geen filmpjes meer kan kijken op Facebook. Maar ook het feit dat de aardappels niet gaar willen worden kan je al bijna in een hysterische huilbui doen belanden, dus het beste is om maar gewoon te accepteren dat je tijdelijk emotioneel ontoerekeningsvatbaar bent.

giphy1
  1. KeuzesKeuzesKeuzes

    Als je zwanger bent moet je ineens een mening vormen over dingen waar je nog nooit eerder over na hebt gedacht. Wil je thuis bevallen of in het ziekenhuis, in een bad of op een kruk, of in een andere houding, wil je pijnstilling of niet, ga je een cursus volgen en zo ja, welke, welk behang moet er in de kinderkamer komen, welke naam krijgt je kindje, wat voor kaartje, wie wordt de kraamverzorger, ga je borstvoeding geven of niet, enzovoort. Voor iemand die snel aan keuzestress lijdt best heftig allemaal, en je kunt je overspannen zenuwen niet eens kalmeren met een stevige borrel.

    Dit is een moment waar je partner (mits hij/zij wel een stabiel en rationeel denkend wezen is) een belangrijke rol heeft. Door continu te blijven herhalen dat het allemaal goed komt, dat ik me geen zorgen hoef te maken en dat hij er ook is, zakt mijn stresslevel weer naar acceptabele waarden. Voor eventjes.

    giphy2

Wil je meer Preggo Problems? Lees deel I en deel III ook!

Preggo Problems; Dingen die ze je van te voren niet vertellen

Als in een film een vrouw zich half brakend naar het toilet spoedt dan weet je, die is zwanger. En zo zijn er nog een aantal clichés waar ik wel van op de hoogte was, maar toch werd ik de afgelopen maanden soms overvallen door onverwachte ontwikkelingen. Een opsomming;

  1. De positieve zwangerschapstest

Nadat je over een stokje (of in mijn geval, meerdere stokjes) hebt geplast en je na een paar zenuwslopende minuten het resultaat, “zwanger” ziet, gebeurt er (behalve een emotionele uitbarsting en happy dance in combinatie met een paniekaanval) dus gewoon helemaal niets.

Je hoeft niet meteen naar de huisarts en de eerste afspraak bij de verloskundige is ook pas na een week of negen. Je wordt door niemand gebeld voor een diepte interview over deze wonderlijke nieuwe ontwikkeling in je leven en de fanfare loopt niet door de straat om deze vreugdevolle bevruchting te vieren.

Terwijl voor jou de tijd even vertraagd of af en toe zelfs stil lijkt te staan gaat de wereld gewoon verder alsof er niets veranderd is. Basterds!

(Dit gaat overigens niet op als je Beyonce bent. Dan staat de wereld wel stil)

giphy

       2. Nipplegate

Een van de weinige zwangerschapsverschijnselen waar je man van kan genieten is dat je borsten humongous worden. Nou is dat op zich een vrij bekend verschijnsel en kwam dat ook voor mij niet als een verrassing, al zijn die Lolo Ferrari-achtige praktijken soms wel wat verontrustend.

giphy1

Waar ik niet van op de hoogte was is dat door die groeispurt je huid uitgerekt wordt en je dus enorm last kunt krijgen van jeukende tepels (en alle andere groeiende onderdelen). Op ongemakkelijke momenten. Tijdens vergaderingen en op verjaardagen bijvoorbeeld. Awkward.

De enige remedie die hier tegen helpt is om je tweemaal per dag zowat van top tot teen in te smeren met speciale zwangerschapsolie, als een soort Turkse olieworstelaar. Of gewoon ongegeneerd met je hand in je bh graaien. Wat mij bij het volgende punt brengt.

  1. Embarrassing Parent Syndrome

    Zodra je zwanger bent treedt er iets in werking wat ik het ‘Embarrassing Parent Syndrome’ heb genoemd. Je weet wel. Van die dingen die ouders doen waar kinderen zich rot voor schamen en ‘Jezus, mam doe normaal’ van gaan zeggen. Ineens realiseer je dat je, zonder gene, midden in de Hema een bikini over je eigen onderbroek en bovenkleding aan hebt getrokken omdat die idioten wel kleding verkopen maar geen paskamers hebben (what the hell is that about, Hema?)

    Daarnaast blijk je ineens een religieus volger te zijn geworden van het programma ‘Heel Holland bakt’, en voel je de behoefte om hier ook met andere mensen over te gaan praten.

     

  2. Je lichaam is niet meer alleen van jou

Opeens ben je je continu bewust van het feit dat je je lichaam met iemand deelt. Een soort onderbuurman of buurvrouw die altijd thuis is. Als je onder de douche staat vraag je je af of het op de benedenverdieping klinkt alsof hij/zij in de stromende regen in een tentje zit. En ik heb de gewoonte gekregen om mij te verontschuldigen voor het gebruik van mijn elektrische tandenborstel, omdat ik me kan voorstellen dat dit klinkt als een bovenbuur die aan het boren is.

Daarnaast wordt je (vooral in het eerste begin) heel panisch over alles wat je eet en drinkt, en hoor je bij alles wat je in je mond stopt een stemmetje in je achterhoofd. ‘Mag dat?’ Wees gerust, in de meeste gevallen is het antwoord, ‘Ja, dat mag’. Gewoon je boerenverstand gebruiken en af en toe even stil staan bij het feit dat onze ouders al deze moderne informatie helemaal niet hadden en vaak ook nog rustig door paften. Desondanks zijn wij allemaal toch redelijk goed geslaagd.

Een ander bizar verschijnsel is dat wildvreemden en ook minder wildvreemden zonder toestemming met hun tengels aan je exorbitant groeiende buik gaan zitten. Gek genoeg is het niet sociaal geaccepteerd dit ongewenste contact te onderbreken met een stevige rechtse uppercut, maar sta je er vaak een beetje ongemakkelijk en ongelukkig bij. Wat wel helpt is om iemand dan recht in de ogen aan te kijken en te zeggen dat je helemaal niet zwanger bent.Dan zijn die tengels heel snel weer weg!

5. Pee en Poo

Doordat je ingewanden allemaal plaats maken voor de nieuwe inwoner komt er het een en ander in de verdrukking. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de druk op je blaas wordt verhoogd en je eigenlijk praktisch op het toilet kunt gaan wonen. Maar hoewel je je dus een ongeluk piest compenseer je die tijd op het toilet weer doordat je gewoon ophoudt met poepen. Het. Zit. Vast.

Zelf heb ik een theorie bedacht dat dit Nature’s way is om je vast voor te bereiden op een bevalling. Want dit is namelijk een situatie waar bepaalde puf en pers technieken alvast ingezet kunnen worden. Deze obstipatie leidt overigens weer tot het volgende punt.

6. Kernramp Flatulentie

Het is maar goed dat ook in onze gemeente onlangs jodiumtabletten uitgedeeld zijn want de geuren die je gaat voortbrengen zijn letterlijk kernrampwaardig. Echt. Je wordt er bang van. En jij niet alleen.

Dit is HET moment om je man terug te pakken voor alle keren dat hij met het dekbed wapperde, ‘pull my finger’ zei, of jou op een andere manier lastig heeft gevallen met zijn poep moleculen. En je hoeft er niet eens moeite voor te doen. Als hij zich in een straal van honderd meter bevindt is dat voldoende. Stinkse!

giphy2

7. Pregnancy Brain

Om je voor te bereiden op de bevalling maakt je lichaam het hormoon Progesteron aan. Door dit hormoon verweken je botten een beetje zodat er een hoofd en schouders door het geboortekanaal passen. Wat veel mensen niet weten, is dat je hersenen hier ook gewoon gezellig aan mee doen. Je hersenen liggen dus gedurende je zwangerschap lekker te verweken in je schedel. Dit heeft onder andere als resultaat dat je letterlijk complete gesprekken kunt vergeten. Doe hier je voordeel mee! 

8. Je man gaat zich een beetje buitengesloten voelen

Tijdens je zwangerschap sta jij continu in het middelpunt van de belangstelling. Vooral andere vrouwen met enthousiaste eierstokken beginnen te stralen als ze je zien. Het gaat eigenlijk bijna alleen maar over jou. En, let’s face it, daar kunnen mannen nou eenmaal niet zo heel goed tegen.

Nou moet ik hier, in het huidige feministische klimaat, toch even voor mijn man opkomen. Hij merkte laatst terecht op dat in alle literatuur die ons tot nu toe aangeboden is, de man eigenlijk praktisch geen rol speelt, of als een soort incapabele idioot wordt geportretteerd. En daar herken ik mijn Lex totaal niet in. Het is voor mannen ook best lastig om vanaf de zijlijn te moeten toe kijken hoe hun liefde worstelt met allerlei zwangerschapskwalen en oncomfortabele zaken, zonder daar iets aan te kunnen doen.

9. Je valt op onverwachte momenten in slaap

Ook al zit je ergens midden in of ben je lekker bezig, soms val je zomaar

giphy-downsized

 

Nog niet genoeg gehad? Lees hier Preggo Problems II!

 

 

Stalking Stork

Zo’n maand of zes geleden was ik aan het rekenen, wat voor mij al een vrij unieke gewaarwording is want doorgaans schuw ik alles wat met getallen te maken heeft, en kwam ik tot een nogal angstaanjagende conclusie. Ik realiseerde mij namelijk dat, sinds ik en mijn geregistreerd partner een huis hebben gekocht, wij ineens over vijf slaapkamers beschikken. En hoewel het natuurlijk supervet is om die ruimtes op te vullen met flipperkasten, opnamestudio’s en complete bibliotheken, hebben wij deze aankoop ook wel een beetje gedaan met het idee dat we op een gegeven moment wel willen gaan voortplanten, als we daar überhaupt toe in staat zijn.

Want laten we eerlijk zijn, we zijn allebei niet altijd even zorgvuldig met ons lijf omgesprongen. “Mijn lichaam is een tempel, verkondigde mijn partner laatst triomfantelijk, waarop ik hem scheef aankeek en zei,”nooouuuu, misschien eerder een schuur ofzo.”

Anyhoe, naast het aantal kamers drong ook mijn leeftijd, waar ik me normaliter eigenlijk nauwelijks van bewust ben, ineens tot mij door. Vierendertig jaren klinkt uiteraard nog knetterjong, maar eieren hebben altijd een houdbaarheidsdatum. En je wilt natuurlijk wel een leuk omeletje maken. Ik had dus ineens het gevoel dat de ‘Best before date’ rap dichterbij kwam.

Immers, eerst moet je nog stoppen met de pil. Dan ben je in een ideale wereld wel een paar maanden verder voordat je normale cyclus zichzelf hersteld en dán moet je nog raak schieten op het moment suprême én moet alles fysiek naar behoren werken. Dan kun je al wel jaren verder zijn en dan wil je er misschien nóg wel meer bij maken en begint het proces weer van voor af aan. Lichtelijk in de stress bedacht ik mij toen dus dat we er METEEN aan moesten beginnen.

Nadat ik mijn bevindingen gedeeld had met mijn partner, die heel even werd meegezogen in mijn hysterische paniekaanval maar zich al gauw wist te herpakken en zijn nuchtere, stabiele zelf werd, beaamde hij ook dat het misschien tijd was. Ik stopte dus met de pil en het gevolg was dat we uit pure angst elkaar anderhalve maand nauwelijks aanraakten.

Wat natuurlijk ook niet meehielp was dat mijn lichaam even volledig de kluts kwijt leek na meer dan vijftien jaar troep slikken, en ik mijn steun en toeverlaat ineens een stomme lul vond. Gelukkig raakt hij ook niet van zijn padje als ik zeg dat ik van hem (en mezelf) walg en weet hij mij er vervolgens van te overtuigen dat hier mijn hormoonhuishouding aan het woord is en onze relatie dus niet voorbij is.

Bekomen van de eerste schrik heb ik uiteraard de hulp ingeschakeld van mijn goede vriend, Google. Want ik weet natuurlijk wel wat van ‘the birds and the bees’, maar hoe het nou daadwerkelijk in elkaar steekt? Om dan maar te beginnen met ‘Hoe weet ik of ik ovuleer’. Ik kom erachter dat hier nog meer berekeningen bij komen kijken (Yuk) en dat je moet kijken of je ‘draden kunt trekken van je cervixslijm'(Wait Whut? YUK!!).

giphy

Hierop besluit ik om een app te downloaden die mijn cyclus bijhoudt en het verder maar gewoon los te laten en de natuur zijn gang te laten gaan. Ik stop met roken (ja, ik was weer begonnen na mijn vorige poging) en met drinken, maar besluit dat laatste toch maar weer op te pakken omdat het leven ook nog wel een beetje leuk moet blijven.

De rust en ons seksleven keert langzaam weer een beetje terug, we kunnen weer redelijk normaal doen en zitten in de achtertuin te barbecueën. Ik lig een beetje achterover in de tuin stoel en staar naar de strakblauwe lucht als ik ineens iets wonderlijks zie.

‘”Lex, zie je dat?”

“Wat?”

“Er cirkelt een ooievaar boven ons huis.”

“HOLY CRAP”

Wie niet weg is

Dit verhaal werd gepubliceerd in literair tijdschrift Op Ruwe Planken

De rook sijpelde als uitgestrekte vingers onder zijn slaapkamerdeur vandaan. Dat was het eerste wat hij zag toen hij zijn ogen opende, waar meteen tranen in sprongen. Uit gewoonte trok hij zijn versleten pantoffels aan alvorens de kamer uit te sprinten.

In de voorkamer likten blauw-gele vlammetjes aan de oude eikenhouten balken in het plafond. De keuken stond in lichterlaaie. Daar moest de brand ontstaan zijn. Hij keek naar de vuurzee en realiseerde zich dat zijn ouderlijk huis, de honderdjarige boerderij die voornamelijk uit oud hout bestond, onherroepelijk verloren was en hij draaide zich weer om. Hij sloot de slaapkamerdeur, stapte uit zijn pantoffels, die hij weer naast het bed neerzette, en kroop terug onder de deken die zijn lichaamswarmte vast had gehouden.

*

Als ze het durfde bleef ze soms even staan. Door de vuile ruiten zag ze een vaag lichtje en dan wist ze dat hij daarbinnen was. Maar ze liep steevast snel weer door. Tijdens de boswandeling dacht ze er over na. Fantaseerde ze dat zij het was die hem redde. Want dat was immers wat zij deed. Redden. Gewonde vogels, verstoten kittens en beschadigde mannen.

Als kind koos ze in speelgoedwinkels de meest afzichtelijke pluche beesten uit. De gedachte dat niemand hen wilde hebben kon ze niet verdragen. Haar psychiater zei dat ze al haar aandacht op anderen richtte om niet naar zichzelf te hoeven kijken. Een overlevingsmechanisme had hij het genoemd.

*

Hij legde zijn hoofd op het kussen. Op het sloop stond ooit een race auto afgebeeld die nu onherkenbaar vervaagd en vergeeld was. De verjaardag waarop hij de dekbed set had gekregen kon hij zich nog herinneren.

De bosanemonen stonden in bloei waardoor de hele achtertuin aan een sprookjesbos deed denken. Ondanks de warme lentezon had Ma een wollen deken over haar benen gelegd. Op de picknicktafel stond slagroomtaart en groene limonade. Hij had stiekem op de hooizolder gespeeld totdat Pa hem met bulderende stem de schuur uit had gejaagd.

In de keuken hoorde hij glas uit elkaar spatten. De rook kwam nu in dikke slierten onder de deur door.

Niet lang na die verjaardag was Ma gegaan. Een tijdje was er een constante stroom van mensen geweest. Vrouwen die hem over zijn bol aaiden en mannen die hem knul of jochie noemden. Vaak namen ze eten mee. Daarna kwam het Grote Zwijgen.

Ma had het huis gevuld met woorden. Het hologige wezen dat ooit zijn vader was geweest leek naast zijn vrouw ook zijn spraakvermogen te zijn verloren.

Hij keek naar de trouwfoto die op zijn nachtkastje stond. Zijn ouders in sepia. Het was het enige dat hij uit de ouderlijke slaapkamer had gehaald. Het was niet in hem opgekomen om er te gaan slapen.

Het ging geleidelijk. Een melkbus verbrijzelde Pa’s voet en vanaf dat moment leefden ze van Pa’s uitkering. Hij sloeg twee klassen over. De koeien werden weggehaald. De stofzuiger ging kapot. Op het rieten dak groeide mos. Lampen werden niet vervangen. Wat op de vloer viel bleef liggen. Hij kreeg en verloor een baan. De stroom werd afgesloten. Pa werd grijs. Hij werd kaal. Ze waren een eiland. En op een dag was hij de enige bewoner. Soms zei hij zijn eigen naam. Gewoon, om te horen of hij nog een stem had.

*

Vandaag. Dat had ze zich voorgenomen. Ze keek naar het zwakke lichtje achter het vuile ruit en omklemde met haar rechterhand stevig het handvat van het plastic tasje. Onderin zat haar gebloemde thermosfles, gevuld met koffie. Daar bovenop twee vrolijk gekleurde plastic mokken én een doosje met chocolade schelpen. Fruits de mer stond erop. Dat vond ze zo mooi en luxe klinken.

Ze wilde net het overwoekerde pad naast het boerderijtje op stappen toen haar oog op een enorme ladder in haar panty viel, die onder haar knie begon en eindigde bij haar enkel. Met haar hand bewoog ze er driftig overheen, alsof ze hem op die manier weg kon vegen. Even bleef ze aarzelend staan maar daarna draaide ze resoluut om. Een eerste indruk maak je maar een keer.

*

De mensen waren bang voor hem. Dat wist hij best wel. Vooral de kinderen. Die verstopten zich achter hun vader of moeder en gluurden naar hem, zich angstig vastklemmend aan een ouderlijk been. Vroeger had hij geprobeerd de angst weg te nemen. Leuk te doen. Later maakte hij er een sport van om meer angst in te boezemen dan nodig was. Het was beter de mensen op afstand te houden.

Soms ging hij voor zijn huis in de berm staan met een zeis nonchalant in zijn hand. En dan gewoon voor zich uit staren. Als er dan iemand langs kwam zag hij ze vanuit zijn ooghoek nog lang over hun schouder kijken en moest hij zich inhouden om niet te grinniken. Maar er kwam zelden iemand langs.

Er kwam met een donderend geraas iets naar beneden in de woonkamer. Een gedeelte van het dak was ingestort.

In de zomermaanden werd het pad, dat voor zijn huis liep en naar het bos leidde, wel gebruikt door toeristen. De mensen die in de omgeving woonden waren na verloop van tijd bijna allemaal een van de andere routes gaan gebruiken wanneer ze hun wandelingen maakten. De zelfkant van de maatschappij vermijdt men het liefst.

Eens in de zoveel tijd kwam iemand hem lastig vallen. Ze noemden zichzelf sociaal werker. Hij vond ze niet zozeer sociaal als wel opdringerig. Aangezien hij geen deurbel had stonden ze ongegeneerd door zijn ramen te turen. Veel konden ze er niet doorheen zien want de ramen waren zo zwart uitgeslagen van het vuil dat hij ook overdag een gaslamp aan moest hebben om iets te kunnen zien. Als hij het geklop op het raam of de deur hoorde was dat wat hij ineens zag.

Het vuil.

Het vuur maakte nu een bijna dierlijk geluid. Alsof het kleine boerderijtje verorberd werd door een bovennatuurlijk monster.

Dan zag hij zijn omgeving ineens door een vergrootglas. Al was het met het blote oog uiteraard ook duidelijk te zien. De vloerbedekking die er ooit had gelegen leek door de aarde opgeslokt te zijn en er was eigenlijk geen verschil meer te zien met de grond buiten. Op zolder stond een antieke, defecte stofzuiger. Hij kon zich nog herinneren hoe blij Ma met dat ding was geweest.

Overal lagen kleine bollen van stof en haar die als tuimel kruid in een Western over de vloer rolden als de lucht in beweging kwam. Een mens verliest meer haar dan je denkt.

Het toilet deed al meerdere decennia geen dienst meer als zodanig. Zijn behoefte deed hij gewoon buiten, of in een emmer die hij dan later leeggooide op de composthoop. Dat was het tweede waar hij zich ineens bewust van werd als iemand zijn territorium binnen probeerde te dringen. Hij rook het zelf niet meer, maar was ervan overtuigd dat de geur inmiddels overweldigend moest zijn.

De slaapkamerdeur was nu door de rook bijna aan het zicht onttrokken. Zijn keel begon te branden bij elke ademhaling en hij werd licht in zijn hoofd. Het was niet onaangenaam.

*

‘Kluizenaar komt om in vuurzee’. Zo had het in het plaatselijke krantje gestaan. ‘Zeer waarschijnlijk overvallen in zijn slaap’, aldus de brandweer. De dame van de gemeente kon haar niet vertellen of en wanneer er een begrafenis plaats zou vinden. Sporenonderzoek moest brandstichting nog uitsluiten.

Er was nog steeds een duidelijke brandlucht te ruiken. Onder haar zwarte begrafenis colbertje zocht een zweetdruppel langzaam zijn weg over haar rug. Het boerderijtje was vanwege instortingsgevaar omheind door grote hekken met zwart zeil. De witte bosanemonen die rondom groeiden staken fel af tegen de verkoolde ravage die tussen twee hekken door zichtbaar was. Ze legde het bosje bloemen dat ze had meegebracht tegen het hek, deed een stap naar achter en bleef even plechtig staan. Toen ze thuiskwam gooide ze al haar panty’s één voor één in de grijze container.

*

Hij probeerde zich te herinneren wanneer hij voor het laatst een ander mens had gesproken maar het was mistig in zijn hoofd. Het was alsof er in hem iets ontbrak wat in andere mensen wel aanwezig was. Had hij het ooit wel gehad en was het samen met zijn moeder gestorven? Of was het er om te beginnen al nooit geweest?

Hij trok de deken over zijn hoofd en dacht weer terug aan die verjaardag. Hoe hij zich verstopt had op de hooizolder. Het stof dat in zijn neus prikte en het stro in zijn blote benen. Hoe veilig het gevoeld had onzichtbaar te zijn en van een afstand toe te kijken. Eigenlijk had hij zijn hele leven verstoppertje gespeeld, alleen was niemand hem komen zoeken.

Nederland-Luxemburg (waarom mijn vriend het liefst in zijn eentje voetbal kijkt)

“Waarom nemen ze niet gewoon allemaal een zakdoekje mee? Ze hebben toch broekzakken, of niet? Op deze manier ligt straks het hele veld vol met snot. Wel lekker slidings maken. En wat nou als het niet helemaal goed gaat en je halve gezicht zit onder het snot en je komt dan levensgroot op het scherm. Dat wil je toch ook niet?

“En waarom ziet Jasper Cillessen er altijd uit alsof hij een ernstige ziekte heeft, of nooit slaapt? Ik wou dat we Edwin van der Sar nog hadden.”

“Zag je dat? Robben en Sneijder gaven elkaar een kusje, wat schattig. Waar speelt hij ook alweer? Galatasaray? Is dat Spanje? Oh, Turkije. Daar kussen de mannen elkaar allemaal toch? Ik ga het even googelen. Wil je nog een biertje Lexi?”

“Hoe zat het nou ook alweer? Moeten we deze wedstrijd per se winnen? Op welke plek staan we ook alweer? Ik vind het altijd zo gezellig. Zo’n EK of WK. Wat is dit ook alweer? WK, oh ja. Hapjes erbij, drankje, leuk oranje jurkje scoren, misschien wat vrienden uitno….Hoe bedoel je het gaat niet om de gezelligheid? Waarom wordt je nou boos?”

“Ik vind Wesley Sneijder eigenlijk best een schatje met zijn muizen kopje. Hoe klein zou hij nou zijn. Vast niet heel veel groter dan ik ben. Ik ga het even googelen.”

“Jij denkt dat jij eigenlijk de bondscoach moet zijn? Dat denken de meeste mannen in Nederland toch? Maar misschien moet je de volgende keer gewoon solliciteren liefje!”

“Hij is toch nog 1.70. Gek, hij oogt veel kleiner.”

“Ze moeten er eigenlijk nog één bij scoren hé. Wacht maar, ik ga wel even plassen. Dat werkt altijd.”

“Ik zei het toch! Werkt altijd!”

“Heeft hij zijn haar er afgeschoren omdat hij kaal werd?

“Wie is dat nou weer, die ken ik helemaal niet.”

“Wil jij ook wat chipjes?”

“Dat lijkt me ook niet echt fris. Dat je shirtjes gaat ruilen snap ik nog wel. Maar je trekt dan toch niet het vieze zweetshirt van een ander aan”

“Daar zit ook geen grammetje vet aan, die Robben.”

“Wanneer is de volgende wedstrijd?”

 

Being an adult

We zitten bij de hypotheekadviseur want we gaan een huis kopen. Onze adviseur Frank is een amicale, hyperactieve hypotheekman die ons razendsnel door verschillende computerschermen met informatie heen loodst. Hij informeert ons over allerlei mogelijke vervelende situaties, werkeloosheid, arbeidsongeschiktheid, overlijden, maar ik luister eigenlijk maar met een half oor want ik zit me druk te maken over iets veel belangrijkers. Mijn handtekening.

Als Frank namelijk straks uitgepraat is moet ik mijn handtekening onder een document zetten en ik weet eigenlijk niet meer wat mijn handtekening is. Being an adult is mostly just googling how to do stuff maar being an adult is ook je handtekening zetten onder belangrijke, officiële documenten.

Ik kijk naar het scherm waar allerlei getallen op verschijnen en knik begrijpend naar Frank terwijl ik het steeds warmer krijg. Wanneer heb ik mijn handtekening voor het laatst gezet? En wist ik het toen wel of deed ik maar gewoon wat?

Zoals met eigenlijk alles in mijn leven ben ik ook wat mijn handtekening betreft wispelturig en besluiteloos en daardoor heb ik er dus in de afgelopen zestien jaar tientallen gehad. De enige die ik me nu op dit moment kan herinneren is iets met een vlindertje. Maar ik herinner me ook dat ik mezelf ineens te volwassen vond voor een handtekening met een vlindertje en het dus weer anders moest. Mijn vriend maakt grappen met Frank en ik lach schaapachtig mee. Straks loopt onze hele hypotheek spaak omdat ik een ongeldige handtekening zet. Ok, pull yourself together woman! Je kunt dit. Frank schuift een mapje mijn kant op en wijst met een pen aan waar mijn handtekening moet komen.

‘Dames eerst’ ,zegt hij, en ik neem de pen van hem over.

De punt zweeft enkele centimeters boven het papier en ik voel mijn wangen gloeien. Let’s get this over with. Ik krabbel een klein, krullerig dingetje en laat mijn adem, die ik kennelijk de hele tijd ingehouden had, ontsnappen en kijk naar het resultaat. Helemaal niet gek.

‘Wat een bescheiden handtekening, je mag best wat meer ruimte innemen hoor’, Frank glimlacht me bemoedigend toe en ik realiseer me dat hij gelijk heeft. Niet alleen wat mijn handtekening betreft maar in mijn hele leven. Ik mag best wat meer ruimte innemen. En daarmee bedoel ik niet dat het oké is dat ik sinds de start van mijn relatie wat kilo’s ben aangekomen maar gewoon, ik mag er best zijn, in deze wereld. Of zoals mijn lief altijd zegt; ‘Vaak ben je te bang’.

Frank tikt nogmaals op het papier.

‘Hier nog eentje’.

Ik schrik me rot, nu moet ik precies hetzelfde krabbeltje reproduceren. Dit keer iets groter misschien? Ik krabbel nog een keer. Ze zijn niet identiek en ik kijk kennelijk bezorgd want Frank stelt mij gerust.

‘Bijna niemand kan twee identieke handtekeningen zetten, dus maak je niet druk. Hij wijst weer. ‘Hier de laatste’.

Die zet ik met meer overtuiging. Ik krijg er bijna plezier in. De meeste mensen oefenen hun handtekening op een kladblokje, ik doe het even op mijn hypotheekofferte. BAM.

We hebben een huis gekocht! Zo volwassen : )