Fantoom

Diep in mijn binnenste
voel ik je trappelen in
het donker van de nacht

Alsof je niet maanden geleden
warm en glibberig op
mijn buik gelegd werd

In mijn sluimering,
schemergebied tussen waken en slapen,
begrijp ik niet dat je
gewoon in je bedje ligt
vlakbij

Mijn lichaam zo lang jouw pulserende planeet
mijn hartslag het ritme van jouw dagen
mijn bloed jouw levenselixer,
dat een echo van jouw aanwezigheid
nagalmt in mijn lege schoot

Postpartum

Zo teer, de huid
van de fontanel
De hartslag fladderend
onder mijn vingertoppen
als een klein diertje dat
door het ruitvormige raampje
zijn weg naar buiten zoekt

Mijn gestuwde borst draagt
de sporen van onverwacht
scherpe nageltjes
De geur van moedermelk zoet
en zwaarder dan de geur van angst

Onaangetaste volmaaktheid
die ik nooit intact kan houden
het wit van de ogen
oogverblindend wit

Een handje gekruld om een
enkele vinger
Ben jij van mij?
Ben ik van jou?
De streng van onze verbintenis
kleurt langzaam zwart

Revolutie

Met mijn literair kort erotisch verhaal Revolutie stond ik in de finale van Het Rode Oor 2019. Hieronder lees je de volledige versie of luister hier de ingekorte versie terug zoals hij werd uitgezonden bij VPRO Nooit meer slapen. Prachtig voorgedragen door Rashif El Kaoui.

De zon schijnt door de smoezelige ramen van het lokaal. In de straal zonlicht, die eindigt op het bord, zweven stofdeeltjes traag en glinsterend op de zware, warme lucht. Aan het tafeltje naast hem kauwt een klasgenoot loom op het uiteinde van zijn pen. Het maakt klikkende geluidjes tegen zijn tanden. Hij voelt een zweetdruppel kriebelig langs zijn slaap naar beneden glijden.

Ze heeft haar goudblonde haar vandaag opgestoken. Hij vindt het los het mooist, maar de losgeraakte plukjes die om haar gezicht vallen geven haar iets schattigs. Ze veegt ze om de paar minuten verstrooid achter haar oren.

Hij weet niet wat er eerder was, zijn liefde voor geschiedenis of zijn liefde voor haar. Misschien bestaat het een niet zonder het ander. Als ze vertelt over de Verzuiling hangt hij aan haar prachtige, volle lippen. Ze heeft een zachte stem, maar toch hoeft ze deze nooit te verheffen.

Elke les hoopt hij dat ze veel zal schrijven op het bord. Dan kan hij haar uitgebreid van achteren bewonderen en aan het einde van de les, wanneer ze het bord fanatiek leeg veegt met een wisser, schudden haar ronde billen zo mooi mee met die beweging.

Terwijl hij daar aan denkt voelt hij hoe zijn pik langzaam wakker wordt, en zich uit zijn plakkerige positie ontvouwt. Hij werpt een blik op zijn buurman, die net uitgebreid zit te gapen. Vandaag geeft ze les over de Revolutie.
Ze draait zich naar het bord en begint verschillende jaartallen op te schrijven. Hij laat zich een beetje onderuit zakken en steekt onder de tafel zijn hand in zijn broekzak. Tussen haar schouderbladen door tekent het zweet langzaam een donker spoor over haar ruggengraat, richting haar billen. Zijn stijve geeft door de stof van zijn broekzak een kopje tegen zijn duim en hij streelt er zacht overheen.

De klas lijkt collectief ingedut door de stijgende temperatuur. Ze komt vlak voor zijn tafeltje staan om het raam nog verder te openen. De lucht die naar binnen komt is verzengend en hij ziet dat er zich in het kuiltje onder haar neus een klein druppeltje zweet heeft gevormd. Hij stelt zich voor dat hij het met het puntje van zijn tong oplikt. Hij kan het zout bijna proeven.

Met zijn duim en wijsvinger wrijft hij nu iets harder over de volle lengte van zijn erectie. Zijn broekzak wordt nog warmer. Terwijl hij naar haar lieve stemgeluid luistert sluit hij zijn ogen.

De pen kauwende klasgenoot is ineens verdwenen, en ook alle andere tafeltjes zijn leeg.
 Ze loopt het lokaal door naar zijn tafeltje. Met beide handen grijpt ze de zijkanten ervan vast en trekt het langzaam bij hem vandaan. De knoopjes van haar shirtje zijn los. Haar verrukkelijke borsten glimmen als opgepoetste appels.

Ze trekt zijn T-shirt omhoog en hij steekt zijn armen de lucht in. Het shirt belandt met het Nirvana logo naar beneden op het okerkleurige linoleum. Haar vingertopjes fladderen als vlindervleugels over zijn magere borstkas. Ondanks de verstikkende warmte verspreidt kippenvel zich over zijn hele lichaam. Ze laat zich op haar knieën zakken. Haar handen glijden over zijn buik naar beneden, naar de rand van zijn boxershort. Ze trekt en hij tilt zijn billen van de stoel. Zijn stijve pik springt als een jack-in-the-box tevoorschijn.

Ze pak hem met beide handen vast en likt aan haar lippen. Zijn hijgende ademhaling stokt even als ze een vederlicht kusje op het topje geeft. Hij voelt zijn hartslag erin kloppen. Tergend langzaam laat ze haar tong erover heen glijden. Het zweet gutst van zijn lijf en hij heeft het gevoel dat zijn bloed in lava is veranderd. Hij maakt stotende bewegingen met zijn onderlichaam.

De bel, die het einde van het lesuur aankondigt, komt gelijktijdig met zijn climax. Zijn broekzak en hand zijn nat van het zaad en zijn ogen vliegen open. Zijn buurman stopt zijn bekwijlde pen achter zijn oor terwijl hij opstaat en hem met gefronste wenkbrauwen aankijkt. Het klaslokaal stroomt leeg. Hij trekt snel de onderkant van zijn T-shirt over zijn broekzak, slingert zijn tas over zijn schouder en loopt naar de deur.

Ze zit op het hoekje van haar bureau en wappert zichzelf wat koelte toe met een stapeltje proefwerken.

“Heet hé?”, verzucht ze en ze glimlacht naar hem. Hij knikt verlegen en haast zich het lokaal uit.

Parent Problems #4

Het is alweer even geleden dat ik een Parent Problems blog schreef. Dat ik hier niet aan toe kwam heeft ongetwijfeld iets te maken met het feit dat Oscar in vier weken, even zoveel tanden kreeg en als een plakbandje aan mij vastgeplakt zat, terwijl ik ondertussen een huishouden en bedrijfje draaiende probeer te houden. Maar het is zover! Lees hieronder welke dingen mij bezighielden de laatste tijd.

Not so #fitmom

Waar ik mij in de vorige Parent Problems nog vertwijfeld afvroeg hoe ouders het voor elkaar krijgen om ergens in de chaos van het leven nog tijd (en vooral zin) te vinden om te sporten, is het me afgelopen maanden eindelijk gelukt om mijn sportkleding daadwerkelijk eens te dragen tijdens het sporten, in plaats van op de bank!

Een lieve buurvrouw nodigde mij uit om mee te gaan naar de bootcamp die elke maandagavond hier in ons kleine dorpje georganiseerd wordt. Met frisse tegenzin had ik mij in mijn sportkleding gehesen (nee, niet liegen, ik liep er gewoon al de hele dag in rond) en na vriendelijke begroetingen begon de warming up, die bestond uit een paar rondjes rennen om het veld. Ik ging enthousiast van start, maar in mijn hoofd ging het ongeveer zo;

“Ok, ik weet dat het lang geleden is dat ik moest rennen, maar zo hoort het toch niet te voelen? Waarom voelt het alsof mijn kont los aan mijn lijf zit en later volgt dan de rest van mijn lichaam? En wat is er met mijn borsten aan de hand? Ik voel me 80 jaar oud. Horen mijn longen zo te branden? Is dit nog maar de warming-up? Oh My Freaking God. Ik. Ga. Dood.”

Toen ik een kwartier later was bijgekomen van de warming-up, volgend er jumping jacks en piste ik zowat in mijn broek (die bekkenbodem is toch niet meer wat het geweest is, zucht) en dat is in het kort de samenvatting van de eerste keer sporten na de bevalling.
Maaaaaar, de eerste keer sporten (en inmiddels de tweede, derde en vierde keer) is achter de rug!

PeePee

Ik, en met mij vele andere moeders, heb dus zo nu en dan (zoals bij een jumping jack) wel eens moeite om mijn plas op te houden. Dat is nou eenmaal vaak een consequentie van het uitpersen van een mini-mensje, zeker als dit op kunstmatige wijze is gebeurd, zoals met een vacuümpomp.
Het gebeurt ook weleens tijdens het niezen, de slappe lach of bij het tillen van iets zwaars.
Op zich helemaal niet ernstig en met bekkenbodem oefeningen valt er veel te winnen. Maar toch voel ik mij soms wat onzeker over die paar druppies. Dit vertelde ik aan mijn liefste.
En zoals altijd kwam hij met een reactie die ik totaal niet had verwacht, maar waar ik veel aan heb. Hij zei het volgende;

“Liefje, maak je geen zorgen. Is het je wel eens opgevallen dat er bij een urinoir nooit toiletpapier hangt? En van alleen een beetje schudden wordt ie echt niet helemaal droog.  Denk je dat mannen zich ook maar een seconde druk maken over een beetje pis in hun boxershort? Denk daar meer eens over na.”

Na deze nuchtere openbaring voelde ik mij meteen een stuk beter! Daarom deel ik hem graag met jullie!
Als miljoenen mannen niet eens nadenken over een beetje pis, dan hoeven vrouwen zich daar ook niet onzeker over te voelen, toch?

Buggy Bashing

Kleine baby’tjes worden groot, dus werd het tijd om de kinderwagen om te wisselen voor een buggy. Wat van te voren niet verteld wordt, is dat je voor het in elkaar zetten/inklappen van een buggy minstens een raketgeleerde zijn. Zelfs mijn lief, die toch een uitstekend ruimtelijk inzicht heeft, had er best wel moeite mee. Uiteindelijk hebben we een filmpje gevonden dat we drie keer moesten bekijken voordat we doorhadden hoe het nou moest. What sorcery is this?

Het niet in elkaar of uit elkaar krijgen van een buggy roept een soort primitieve agressie op die onmogelijk in te houden is. Helemaal als ondertussen een krijsend kind aan je been hangt. Een aantal tips:

  • Grof geweld voelt misschien lekker, maar is niet bevorderlijk. De kans is groot dat je iets stuk maakt en het vervloekte ding nooit meer in of uit elkaar kunt krijgen.
  • Denk om je vingers. Een buggy lijkt wel zo gemaakt dat je ongeveer 80% kans hebt op een knijp of bloedblaar.
  • Voor je je hele vloekrepertoire de revue hebt laten passeren tijdens deze struggle is het verstandig eerst te kijken of je buggy eigenlijk wel achter in je auto past. Bij mij niet dus.
  • Kalmte alleen kan u redden.

Ieniemini

Voor de mensen die mijn blogs lezen, maar mij niet persoonlijk kennen, ik ben nogal klein van stuk. Om exact te zijn 154 centimeters. Nou ben ik al mijn hele leven een ukkie en daar heb ik doorgaans helemaal geen moeite mee. Het enige wat ik soms lastig vind:

  • Een passende broek vinden (makkelijk op te lossen door meestal jurkjes te dragen)
  • Passende schoenen vinden (maat 33/34, dus kom vaak op de kinderafdeling terecht)
  • Boodschappen van de bovenste plank pakken in de supermarkt (boodschappen doen wordt een soort apenkooien, gewoon in de stellages klimmen : ))

Maar het moederschap brengt voor een kleintje zoals ik toch weer nieuwe uitdagingen met zich mee. Neem bijvoorbeeld zo’n maxi-cosi. In de armen van mijn lief is het een klein handzaam dingetje, maar als ik hem vast heb is hij ineens enorm en super-onhandig om te tillen, zonder de baby compleet door elkaar te rammelen.

Of het in en uit bed en de box tillen. Eigenlijk moet ik een opstapje hebben zodat ik mijn rug niet zowat breek, maar dat is natuurlijk ook vragen om ongelukken, dus hang ik over de rand om mijn kind te grijpen en slinger ik weer terug, net een grijpmachine op de kermis of een orang-oetan.

Maar laatst voelde ik mij voor het eerst echt beperkt vanwege mijn geringe lengte. Het was een prachtige lentedag en ik had mij er al de hele week op verheugd om voor ’t eerst een fietstochtje te maken met Oscar in het fietsstoeltje. Lex had het stoeltje vakkundig op mijn stuur vastgeschroefd. Oscar zat er blij en vol verwachting in. En toen…bleek ik geen kant op te kunnen.

Omdat ik zo klein ben moet ik op de trappers gaan staan voor ik op het zadel kan gaan zitten. Maar als er een fietsstoeltje aan je stuur hangt is daar helemaal geen ruimte voor, tenzij je een of ander slangenmens bent.

Ik kon wel janken! De papa zwaait natuurlijk zijn lange been zo over het zadel heen en fietst weg. Teleurgesteld heb ik google erbij gehaald. Dit probleem moeten meer mensen hebben en toch fietst iedereen.

De oplossing was uiteindelijk kinderlijk eenvoudig. Met de pin-up maak je van je gewone fiets heel gemakkelijk een mama-fiets. Al zat nu het zadel weer te hoog en kreeg ik een zere kont, dus moest er nog een stukje afgeslepen worden…

Groundhog day

Kinderen houden van herhaling. Heel. Erg. Veel. Herhaling.
Dit heeft als gevolg dat ik soms het gevoel heb dezelfde dag steeds opnieuw te leven en daardoor verlies ik alle besef van datum of tijd. Dit doet ook iets met je hersenen.

Waar je hersenen tijdens de zwangerschap letterlijk verweken, lijkt er soms tijdelijk ook zoiets te gebeuren als je te lang achter elkaar alleen maar bezig bent met je baby/dreumes.
Zo begreep ik onlangs niet waarom de onderkant van de bakvorm maar niet bleef zitten, terwijl ik de rand gewoon verkeerd om had. En dan toch gewoon zo proberen een spinazietaart te maken.

Wanneer mijn lief dan ’s middags thuiskomt en ik hem alleen nog maar een beetje glazig aankijk weet ik: tijd om iets voor mezelf te gaan doen, voor ik helemaal doordraai.

Katten en kinderen

Voor ik de mama van Oscar werd, was ik al bijna tien jaar een poezenmoeder. De laatste tijd kom ik erachter dat er best veel overeenkomsten zijn tussen katten en kinderen.

  • Ze molesteren je meubilair
    De katten krabben de bank stuk – Oscar knaagt aan alle meubels
  • Je kunt niks uit een keukenkastje pakken om stiekem tussendoor op te eten, want dan staan ze meteen in de keuken.
  • Als je ze niet op tijd eten geeft worden ze ontzettend irritant.
  • Ze willen altijd bovenop je zitten op een moment dat het jou totaal niet goed uitkomt.
  • Als je ze per ongeluk wakker maakt worden ze pislink.
  • Ze willen altijd mee naar de wc.
  • Je kunt een kapitaal uitgeven aan kattenspeeltjes/babyspeelgoed maar ze spelen uiteindelijk liever met de verpakking.

Wat je precies met deze informatie moet weet ik ook niet, maar ik vond het gewoon opvallend.

Rustaaagh

Ik beschouwde mijzelf altijd als een heel kalm en geduldig persoon. Inmiddels ben ik erachter gekomen dat er verschillende soorten geduld zijn, en dat ik niet over alle soorten beschik.

Ik ben namelijk heel zen als het gaat om het uitpluizen van een compleet archief, wachten in een rij of wanneer ik achter een slome slak rijd in het verkeer. Maar als je een kind krijgt moet je zowat over het geduld van een Tibetaanse monnik beschikken, want alles duurt laaaaaaang.

Dat begint al in de ochtend bij het ontbijt, want natuurlijk wil je kleine frummel het liefst zelf zijn in stukjes gesneden brood eten en wil je dat als ouder ook stimuleren. Maar OMG wat duurt dat lang! En vervolgens ben je ook nog een eeuwigheid bezig met het opruimen van de enorme ravage die het oplevert. Hagelslag tot op het plafond.
Daarna komt het aankleedmoment. Stel je eens voor dat je een hyperactieve octopus rolschaatsen probeert aan te trekken. Dan krijg je een beetje een idee hoe het is om een dreumes kleren aan te trekken.

Voordat je overigens de deur uit bent moet je er eerst voor zorgen dat je alles bij je hebt wat je kleine wonder misschien nodig zou kunnen hebben. En, alsof hij het erom doet, wanneer je hem net in de maxi cosi wilt zetten, ruik je dat er een code bruin is.

Ondanks dat bijna alle dagelijkse handelingen drie keer zo lang lijken te duren, gaat de tijd verschrikkelijk snel voorbij. Os is inmiddels geen baby meer maar een prachtige, ondeugende dreumes.
Dit brengt weer allerlei andere uitdagingen met zich mee, waar ik mij ongetwijfeld ook weer over ga verwonderen, dus tot de volgende Parent Problems!


De dubbelgevouwen vrouw

“Met het doosje in haar hand keek ze weer naar de afdruk in de stoel. Plotseling gooide ze het doosje met een boog door de woonkamer. Een kort ogenblik regende het luciferstokjes. De rest van de dag stond ze voorovergebogen. “

Tijdschrift de Optimist publiceerde mijn korte verhaal ‘De dubbelgevouwen vrouw.’ Je kunt het hier lezen!

Parent Problems #3

Daar zijn we weer, in de wondere wereld van het ouderschap. Wil je weten wat mij de laatste tijd bezig heeft gehouden? Lees dan vooral verder.

1.Haarbal

Er was een tijd, voor ik mijn lief leerde kennen, dat ik dacht dat ik langzamerhand zou veranderen in het gekke kattenvrouwtje. Het resultaat is dat we nu twee enigszins verwende en onaangepaste katten hebben, die niet alleen moeten wennen aan het feit dat ze minder aandacht krijgen (want dat is nou eenmaal onvermijdelijk, ook al doe je je best) maar ook aan het feit dat er een ondeugend jochie achter hen aan tijgert terwijl hij oorverdovend gilt, in de hoop dat hij een staart of een flinke hap haar in zijn plakkerige klauwtjes krijgt (die hij vervolgens in zijn mond steekt).

Waar ik mij over verbaas is dat hij nog geen haarballen ophoest of uit poept. Want laten we eerlijk zijn, ik ben niet echt een hele fanatieke huisvrouw, dus soms schuift hij als een levende Swiffer over de vloer. Het komt dan ook regelmatig voor dat ik hem van de grond til en denk; ‘Oh ja, stofzuigen.’

2. Snotjandulleme

Een van de dingen waar ik mij van bewust ben geworden sinds ik moeder ben, is de exorbitante hoeveelheid scheldwoorden die er op dagelijkse basis uit mijn mond komen. De geslachtsdelen en religieuze verwensingen vliegen je om de oren. Ik denk zelf dat het toegenomen aantal scheldwoorden te herleiden is naar het chronische slaapgebrek dat bij het ouderschap hoort. Het bleek in ieder geval nog een behoorlijke uitdaging om het een beetje onder controle te krijgen. Ik zie al helemaal voor me dat ik straks in het babyboek moet noteren dat zijn eerste woord ‘kakzooi’ of gvd was. (Inmiddels heeft hij gelukkig zowel mama als papa gezegd. En Dikkie Dik. Fieuw)

3. #Fitmom

Op Instagram vind je miljoenen foto’s van super fitte moeders. En de filmpjes van mama’s die hun kind gebruiken als een soort fitness of yoga attribuut zijn ook niet te tellen. Voordat ik een kind kreeg vroeg ik me altijd al af waar die mensen de tijd en energie vandaan halen, maar nu begrijp ik daar helemaal niets meer van.
Want hoewel ik dit jaar ongeveer 75% van de tijd in sportkleding heb rondgelopen, is er van sporten nog bar weinig terecht gekomen. (Ik vraag me wel eens af wat de uitvinders van de joggingbroek en yogapants ervan vinden dat deze het grootste gedeelte van de tijd gedragen worden door luiwammesen die helemaal geen ene reet aan het uitvoeren zijn).

Het scheelt dat je door het continu rond slepen van een beweeglijke baby van 7 kilo, het om de 18 seconden opstaan om hem bij de kattenbrokjes/uit de plantenbakken/bij de gitaren weg te halen, en het uitvoeren van huishoudelijke taken met een baby aan je lijf vastgegespt, ook flink wat calorieën verbrandt. Wat in mijn geval ook handig is voor de slanke lijn, is het feit dat na 9 maanden mijn kont nog steeds niet helemaal hersteld is van de verwoestende bevalling, en ik opnieuw aan de laxeermiddelen mag. Jottum.

4. Er niet vies van zijn

Ken je dat nog van vroeger? Dat je een boterham met pindakaas had gegeten en dat je moeder dan aan haar vingers likte om daar vervolgens jouw gezicht mee schoon te poetsen?
Er zijn van die moeders die nergens vies van zijn. Die hun kroost als een moederleeuwin rustig van top tot teen schoon lebberen. Huppakee hele knuistjes in de mond en schoooooon.

Ik heb dat dus niet. Tuurlijk, het is mijn vlees en bloed, en ik vind het helemaal niet erg om zijn luiers te verschonen. Maar ons aapie sabbelt heel fanatiek op zijn vingers, waarna hij vervolgens continu met zijn vochtige, plakkerige klauwtjes aan je gezicht wil friemelen, of zijn kwijltengeltjes in jouw mond wil steken. En ik vind het heel lief als ik een hapje van zijn bekwijlde soepstengel mag. Uiteraard laat ik hem zo nu en dan zijn gang gaan en natuurlijk deel ik ook heus zijn soepstengel of rijstwafeltje wel. Maar GAT-VER-DAMME.

Ik heb zelfs gehoord dat er mensen zijn die, wanneer hun baby verkouden is en een verstopte neus heeft, het snot met hun mond uit het neusje zuigen. Wat bezielt die mensen, YUK! (dit is overigens ook nog eens volledig onnodig aangezien er neusreinigers bestaan waarmee je het er heel gemakkelijk uit krijgt (als je snel bent tenminste, lees verder…).

5. 10 seconds to self-destruct, 9,8,7,6…

Super onhandig, maar het blijkt dus dat er een self-destruct button in het neusje van je baby zit. Echt waar! Tenminste, zo reageert die van mij zodra je ook maar een beetje bij zijn reukorgaan in de buurt komt met een zakdoekje/snoetenpoetser/neusreiniger. De buren kunnen wel denken dat ik hem in de frituurpan heb gehangen. Het luchtalarm is er niks bij.

Een uitzondering is wanneer je doet alsof zijn (en jouw) neus een toeter is. Dan is het ineens heel grappig.

6. Invasie

Ik had me, voordat ik moeder werd, eigenlijk voorgenomen dat ons huis niet zou veranderen in een grote chaotisch speelruimte. Het zou gewoon een ‘volwassen mensen’ ruimte blijven waar je op je gemak een boek kunt lezen of een plaatje kun afspelen. Heel langzaam beginnen de primaire kleuren echter steeds meer te overheersen en breek je zo nu en dan je nek over het speelgoed. En hoe groter je baby wordt, hoe sneller en groter de puinhoop die hij kan creëren. Daarbij komt dat het meeste babyspeelgoed tegenwoordig voorzien is van allerlei toeters en bellen. Alles maakt hysterische ( en vreselijk irritante) geluiden, en heeft druk flikkerende lampjes.
En het dan vervolgens gek vinden dat kinderen druk worden.
De liedjes die door een computerstemmetje gezongen worden, kun je binnen een paar dagen helaas allemaal meezingen en loop je ook nog te neuriën als je baby al lang naar bed is. En in de avond schrik je je de pleuris als zo’n apparaat ineens uit zichzelf geluid begint te maken zonder dat er iemand aan zit. Creepy as hell!

Gelukkig zit er meestal ook een uit-knop op, en lijkt onze little dude toch de voorkeur te geven aan speelgoed zoals boekjes en puzzeltjes. Het zal wel in de genen zitten. Bovendien is het mooiste speelgoed vaak helemaal geen speelgoed. Denk aan kartonnen dozen, schoenen, je eigen handen en voeten, of de papa of mama. Het is dus helemaal niet echt nodig om een buttload aan speelgoed in huis te halen. Scheelt een hoop centjes.

7. Mama vs Papa

Vooropgesteld dat de papa van Oscar de allerliefste papa ter wereld is en ik me geen betere partner kan voorstellen, zijn er ook momenten dat ik hem wel kan wurgen. Het oneerlijkste vind ik dat hij elke nacht heerlijk in coma ligt en nooit wakker wordt, ook al gilt Oscar zo hard dat de ramen zowat uit elkaar spatten. Terwijl ik door twee dichte deuren wakker wordt van elk kreuntje. Natuurlijk zegt hij altijd dat ik hem gewoon wakker moet maken als ik te moe ben, maar dat doe ik toch meestal niet, want dan zijn we allebei wakker en dat slaat ook nergens op.

Het zal vast evolutionair bepaald zijn. Hij heeft geen borsten (gelukkig) en ik wel, dus heeft de natuur geregeld dat ik wakker wordt. En hij moet natuurlijk rusten om onze grot goed te kunnen beschermen en een hert neer te kunnen knuppelen of zoiets. Toch kan ik er soms pisnijdig van worden en moet ik zo nu en dan de neiging onderdrukken om hem een schop te geven als hij naast mij ligt te ronken terwijl ik weer eens wakker ben.

Ik geloof dat papa’s en mama’s sowieso anders reageren op een huilende baby. Waar de papa er totaal geen probleem mee heeft, krijg ik er zelf soms een brok van in mijn keel of kan ik de haren wel uit mijn hoofd trekken (schreeuwen in een kussen helpt ook). Elke vezel van mijn lijf schreeuwt dat ik mijn kind moet troosten, ook al is het in sommige gevallen juist verstandig om hem even te laten brullen of heb je er gewoon de kracht niet meer voor. Hoewel het soms gekmakend is, heeft het ook wel weer een voordeel dat de papa zijn hoofd altijd koel houdt, aangezien de mama soms juist iets te hysterisch is.

8. Kort pittig kapsel

Vroeger begreep ik niet zo goed waarom vrouwen vaak hun haar kort laten knippen nadat ze een kind hebben gekregen. Inmiddels begrijp ik het iets beter (al heb ik zelf geen knip plannen). Oscar is nu iets meer dan negen maanden en zodra ik hem uit zijn bedje heb getild heeft hij al een pluk haar te pakken waar hij dan uit alle macht aan trekt. Na de zwangerschap kakt je haar sowieso enorm in, en verlang je verdrietig terug naar de prachtige dos die je eerder door de hormonen had. Daarom zie je mij tegenwoordig bijna alleen nog maar met een paardenstaart of een slordige bun.

En het houdt niet op, niet vanzelf, want je krijgt ook regelmatig een mep of een vinger in je oog. Ook word je zo nu en dan gefishhooked, geschopt en gekrabt. Oh het is zo’n magische tijd : )

Gelukkig is je liefde voor zo’n mini Badr Hari zo groot dat een klein beetje mishandeling ook zo weer vergeten is. En voor je ’t weet is die ongecontroleerde motoriek verdwenen en krijg je een dikke knuffel of kus.

Meer? Lees hier Parent Problems #2

Zwammen

De tafel is prachtig, al zegt hij het zelf. De vuurrode kerstservetten steken mooi af bij het oogverblindend witte tafelkleed. Hij heeft het goede servies uit de kast gehaald, dat ze ooit gekregen hadden voor hun trouwen, maar dat ze nog nooit hadden gebruikt. Zijn vrouw wilde het bewaren voor een speciale gelegenheid. Hij vindt dat nu wel het moment is. De tafel is gedekt voor twee en in het midden heeft hij twee lange witte kaarsen neergezet. Schaduwen bewegen door het flikkerende kaarslicht over de muren van de keuken.

‘Mooi hé? Hij kijkt naar de overkant van de tafel. Zijn vrouw zegt niks. Hij schenkt nog wat wijn in de glazen, al is die van haar nog zo goed als vol. Hij staat op en opent het deurtje van de oven. De keuken vult zich met de heerlijke geur van gebraden vlees. Het braadstuk ligt sissend en spetterend in een klein laagje jus. Met een pollepel giet hij wat van het hete sap over het vlees heen. Op die manier droogt het niet uit. Dat weet hij wel. Het water loopt hem in de mond.

Zijn vrouw kan ontzettend goed koken. Daar was hij altijd best trots op. Vooral als vrienden bij hen kwamen eten. Dan was ze de hele week al bezig met het bedenken van een menu en het inkopen van verse ingrediënten. Vervolgens stond ze een volle dag in de keuken. Ze bedacht ook bijna altijd iets origineels. Hij zei altijd tegen haar dat ze een restaurant moest beginnen.
 ‘Ik weet zeker dat je zo een paar sterren zou krijgen!’
Maar dan glimlachte ze alleen maar en wreef ze over haar te dikke buik.
‘Dat lijkt me niet verstandig’, zei ze dan.

Hij pakt een stukje stokbrood, smeert er een dikke laag zeezoutboter op en stopt het in een keer in zijn mond. ‘Wil je ook?’ vraagt hij met volle mond. Ze zwijgt. Hij weet wel dat ze er een hekel aan heeft als hij met volle mond spreekt.

Bijna een jaar geleden had ze de knop om gezet.
 ‘Ik heb de knop omgezet’, zei ze op 1 januari. Hij had haar over de rand van de krant niet begrijpend aangekeken. ‘Vanaf vandaag komt er geen koolhydraat, geen vet en geen suiker meer dit huis in.’
Hij had geknikt en iets onverstaanbaars gemompeld en zich weer op zijn krant gericht. Het was niet de eerste keer dat zijn vrouw zich op een nieuw dieet had gestort. Vaak ging het een paar weken goed, werd ze strontchagrijnig en viel ze daarna toch weer terug in oude gewoonten. Hij moest zich de komende tijd maar even gedeisd houden.

Hij haalt het braadstuk uit de oven en zet het op de tafel. De damp komt eraf en hij laat het vlees even rusten alvorens hij het aansnijdt.

Dit keer hield ze het dieet echter vol en ze voegde de daad bij het woord. Als hij thuiskwam van zijn werk kreeg hij altijd zin om iets te snaaien zo rond een uur of vijf, als het nog even duurde voordat het etenstijd was. Maar nu trok hij gefrustreerd kastjes en laden open. Hij kwam allerlei zaken tegen waar hij nog nooit van had gehoord maar die hem allerminst eetbaar leken. Quinoa, lijnzaad, chlorella, kefir, miso, tempeh. Waar waren zijn gevulde koeken gebleven? En een boterham was ook al geen optie meer want brood werd nu vervangen door crackers, rijstwafels of iets dat een spinaziewrap heette.

Hij snijdt flinke stukken vlees af en legt het op hun borden. Daarna schept hij voor hun beiden gebakken aardappels op en haricoverts omwikkeld met spek. Voor hij gaat zitten pakt hij eerst de mayonaise uit de koelkast en lepelt een flinke kwab op zijn bord.
‘Eet smakelijk lieverd.’

Hij probeerde haar tot steun te zijn. En eerlijk is eerlijk, zijn eigen broekriem kon inmiddels ook al een paar gaatjes opschuiven. Zijn vrouw had niet alleen haar, en daarmee ook zijn, voedselinname rigoureus aangepakt. Ze liep nu ook het grootste gedeelte van de tijd rond in een te strakke paarse spandex broek, met om haar enkels gewichten die met klittenband vastzaten. Met elke kilo die ze kwijtraakte werd ze echter ook steeds iets gemener. Ze had continu een verbeten blik en zo’n zuur mondje dat hem aan de anus van een kat deed denken. Toen hij het met haar probeerde te bespreken schreeuwde ze zo hard tegen hem dat er druppeltjes speeksel op zijn bril terecht kwamen.

Hij neemt een grote hap. Een druppel jus druipt over zijn kin en hij kan een kreun van genot niet onderdrukken. Hij prikt een paar gebakken aardappeltjes aan zijn vork en haalt ze door de mayonaise. Met gesloten ogen geniet hij van de rijke, volle smaken. Het bord van zijn vrouw staat onaangeroerd op tafel.

Een keer nam hij op zijn werk stiekem een saucijzenbroodje. Maar zijn vrouw had het reukvermogen van een bloedhond en kon aan zijn adem ruiken wat hij gegeten had die dag. Hoe durfde hij haar met die vette geur om zich heen te begroeten met een kus. Wilde hij haar dieet soms saboteren? Met walging in haar ogen had ze hem weggeduwd. De rest van de week had ze geweigerd tegen hem te spreken. Daarna knaagde hij ook op zijn werk op rijstwafels met avocado.

Hij heeft het bord van zijn vrouw ook maar leeggegeten. Weggooien is immers zonde. Maar nu zit hij eigenlijk bijna iets te vol en er is ook nog een dessert. Op de voorkant van de verpakking staat een chocolade cakeje waar vloeibare chocolade uitstroom. De cakejes moeten nog tien minuten in de oven. Tegen die tijd is het volle gevoel vast alweer wat gezakt.

Zijn collega’s hadden hem eerst een beetje uitgelachen en grapjes over hem gemaakt. Maar toen hij zo mager werd dat je zijn ribben bijna door zijn overhemd kon zien begonnen ze zich een beetje zorgen om hem te maken. Bij elke verjaardag sloeg hij de taart af en tijdens de vrijdagmiddagborrel dronk hij geen biertje meer mee maar een glas water. Tijdens de kerstborrel sprak zijn baas hem aan.
‘Gaat het wel goed met je? Niet lullig bedoeld, maar je ziet er niet zo florissant uit, kerel!’
Hij was bijna in tranen uitgebarsten maar had zich nog net weten te herpakken. Hij had maar iets gemompeld over een snelle stofwisseling. Zijn baas had hem op het hart gedrukt om maar flink te genieten van het braadstuk en het goed gevulde kerstpakket dat hij elk jaar aan al zijn werknemers gaf.

De oven piept en hij haalt de cakejes eruit. Hij heeft besloten dat het dessert goed samen gaat met een glaasje whisky dus heeft hij een flinke bel voor zichzelf ingeschonken. Zijn vrouw hoeft vast niet. Met een gebakvorkje haalt hij een hapje uit het cakeje. Het is zo zoet dat het een kort ogenblik bijna pijn doet in zijn mond. Meteen daarna neemt hij een slokje van zijn whisky en hij geniet van de smaakexplosie.

Met het kerstpakket onder zijn ene arm en het braadstuk onder de andere was hij de keuken binnen gekomen. Hij had zichzelf in de auto moed in gepraat. Wat was hij nou voor vent, kom op zeg! Zijn lijf snakte naar koolhydraten en vet. Tegenwoordig had hij het continu koud, zijn kleren waren te groot  en sinds een paar weken had hij het gevoel dat zijn tanden een beetje los zaten. Hij had het kerstpakket op zijn kantoor al vast geopend en zijn handen waren gaan trillen bij de aanblik van al het lekkers dat er in zat. Hij viel bijna flauw toen hij de verpakking bekeek van iets dat ‘lavacake’ heette. Hij zou voet bij stuk houden. Met kerst werd er gegeten.

Om de ijzige stilte te doorbreken zet hij een plaatje op. Hij houdt van de ouwe Amerikaanse kerstklassiekers. Terwijl hij mee neuriet met ‘It’s beginning to look alot like Christmas’, stapt hij over zijn vrouw heen die op de keukenvloer ligt. Uit de la haalt hij een doosje lucifers. Bij de whisky kan hij ook best wel een sigaartje roken. Dat vindt ze vast niet zo erg.

Ze had zijn relaas zwijgend en met de armen over elkaar aangehoord. Terwijl hij praatte was ze steeds harder gaan snuiven en was zijn standvastigheid langzaam verbrokkeld. Ze leek op een woest uitgemergeld paard. Toen hij uitgepraat was had ze het kerstpakket en het braadstuk uit zijn handen gegrist. Hij liep achter haar aan en keek met open mond toe hoe ze het pakket en het braadstuk met een wilde beweging in de container deponeerde. Zijn maag rommelde zo hard dat hij vermoedde dat zelfs de buren het konden horen. Hij liep stampvoetend achter haar aan de keuken in.

‘Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat men met een volle blaas betere beslissingen maakt’. Dat was de eerste gedachte die door zijn hoofd schoot nadat hij zijn vrouw in de keuken met een zak bevroren oesterzwammen had neergeslagen. Dat moest dan wel een fenomenaal besluit zijn geweest want zijn blaas stond ineens op knappen. Hij rende naar het toilet waar hij een, voor zijn gevoel, eindeloze stroom urine produceerde terwijl hij naar de de tegeltjes met spreuken staarde die hij van zijn vrouw aan de muur had moeten spijkeren.

‘Wacht niet op een goede dag, maak er een, ‘Elk einde is het begin van iets nieuws’ en ‘Wees jezelf er zijn al zoveel anderen’ maaide hij in een beweging van de muur waarbij hij per ongeluk een stuk bloemetjesbehang mee trok dat hij er ook maar gelijk in zijn geheel afscheurde. Daarna liep hij meteen door naar de container waar hij het kerstpakket en braadstuk uithaalde. In de keuken flikkerde hij de complete blender in de prullenbak en zette de oven aan.

Hij gaat op de bank zitten. De sigarenrook kringelt langzaam om zijn hoofd heen. Naast hem op de bank ligt haar laptop. Hij klapt hem open en klikt huiverend een website over het Raw Food dieet weg. De eerste naam van een reisorganisatie die hem te binnen schiet tikt hij met een vinger in het zoekschermpje. Hij had altijd al graag naar een warm land gewild met de feestdagen, maar zijn vrouw wilde dat nooit. Thailand lijkt hem wel wat. Nu boeken, klik.

Hij zucht en laat zich zakken in de zachte bank. Zijn buik is bol en puilt een beetje over zijn broekrand. Tevreden doet hij zijn riem een paar gaatjes losser.

Een K*T Brief

Over de uitslag van het bevolkingsonderzoek

Hij ploft tegelijk met een brief van het CJIB in de bus, de brief met de uitslag van mijn uitstrijkje voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Top, dat zijn de brieven waar je blij van wordt. Ik duw de brief met bekeuring in handen van mijn vriend en wacht tot hij hem openmaakt. Ik heb een voorgevoel over mijn brief en wil het openmaken nog even uitstellen.

Ik kijk hoe hij moppert over een verkeersboete en maak ondertussen met een knoop in mijn maag mijn brief open. Hoewel ik het al verwacht had komt het toch even snoeihard binnen en ik voel mijn hart bonzen in mijn borstkas.

In uw uitstrijkje is HPV (humaan papillomavirus) gevonden. Ook zijn er afwijkende cellen gevonden in dit uitstrijkje.

Daar staat het. Meteen bovenaan. Ik weet dat de meeste mensen graag direct de belangrijkste informatie willen lezen in een brief maar toch vind ik het hard. Het kan ook iets persoonlijker, toch? Hoi Marloes, ga eerst even zitten. Nee joh, niet meteen in paniek raken stresskip, misschien is er wel helemaal niets aan de hand, maaaaaaar…..we hebben wel wat vreemde shit gevonden. Zoiets?
Maar misschien is er wel geen goede manier om dit soort nare boodschappen over te brengen.

Ik probeer niet meteen in paniek te raken, maar ik voel hoe mijn ogen zich langzaam vullen met tranen. Kut.
“Hier was ik dus al bang voor”, zeg ik met een bibberend stemmetje. Ik schuif de brief naar mijn vriend toe en pak het bijbehorende foldertje om te kijken wat het allemaal betekent en wat mij te wachten staat. Ik mag meteen doorbladeren tot de laatste pagina’s want ik heb natuurlijk niet alleen het virus, of lichte afwijkingen. Nee, ik heb het virus plus afwijkingen, en ze zijn dus kennelijk niet licht.

“Minder dan 1 op de 100 vrouwen krijgt deze uitslag,”lees ik in de folder. Joepie, ik ben weer eens bijzonder. Mijn lief leest de brief in stilte. Zijn beide ouders zijn veel te jong overleden aan kanker. Hij vloekt en pakt onze zoon op die al een tijdje rond zijn voeten tijgert. Onze zoon.
Ik weet dat de kans dat ik daadwerkelijk baarmoederhalskanker heb enorm klein is en dat het ook nog eens heel goed te behandelen is, maar toch raak ik even in paniek. Wat nou als ik hem geen broertje of zusje meer kan geven, of toch ziek blijk te zijn. Ik kan immers helemaal niet ziek worden, laat staan doodgaan. Ik heb potdomme een baby!

De uitnodiging voor het uitstrijkje kwam binnen toen ik midden in de zwangerschap zat, dus moest ik het uitstellen. De verloskundige had mij na de bevalling op het hart gedrukt om een half jaar na de bevalling meteen het uitstrijkje te laten doen. Er was iets in de manier waarop ze dit zei en hoe ze mij daarbij aankeek dat mijn voorgevoel triggerde. In de maanden na de bevalling werd dit gevoel, dat er iets niet in de haak was, alleen maar sterker.

De bevalling was ontzettend zwaar. Oscar werd met grof geweld (tangen en daarna vacuümpomp) uit mijn lijf gerukt omdat de navelstreng om zijn nek zat en het niet goed met hem ging. Na de bevalling denk je sowieso dat het allemaal nooit meer goed komt, maar bij mij bleef het gevoel bestaan dat er iets niet goed was. Dat klopte ook wel, want ik kreeg zwangerschapsvergiftiging, ontstekingen en infecties, moeite met plassen en poepen, lage rugklachten en problemen met lopen. Daar werd ik uiteraard goed voor behandeld. Maar het gevoel bleef.

Ik sprak mijn zorgen wel uit, maar dan krijg je van die dooddoeners te horen.
“Je hebt een zware bevalling gehad, daar moet je van herstellen.”
“Na een bevalling wordt je lijf nooit meer helemaal zoals het daarvoor was.”
En mijn persoonlijke favoriet, “Negen maanden op, negen maanden af.”

Onlangs las ik een boeiend artikel op NRC. Volgens Jan Paul Roovers, hoogleraar (uro-)gynaecologie en medisch directeur van de divisie Vrouwenzorg bij Bergman Clinics, laat de nazorg voor bevallen vrouwen zoals die nu geregeld is, te wensen over. In het artikel zegt hij tevens dat vrouwen vaak niet goed weten wat hun precies mankeert en waar ze de juiste hulp kunnen krijgen.

Na een bevalling weet je lichaam volgens mij sowieso niet zo goed meer wat wat nou precies is. De hormonen gieren door je lijf, en er gaat wel even wat tijd overheen voordat je emotionele incontinentie (laat staan je daadwerkelijke incontinentie) weer een beetje voorbij is. Maar hoe weet je nou of wat jij allemaal voelt normaal is en weer over gaat?

De volgende ochtend zitten we samen bij de huisarts. Oscar is bij mijn ouders. De huisarts schrikt want zij hadden mij, met deze uitslag, eigenlijk direct moeten bellen. TWEE WEKEN GELEDEN.
Ze verontschuldigt zich hiervoor maar het interesseert mij eigenlijk niet zo. Zorg er maar gewoon voor dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. Gelukkig doet ze dat ook. Ze belt meteen met het ziekenhuis om mij er zo snel mogelijk tussen te krijgen. Ik kan de volgende dag terecht bij de spoed gynaecoloog. Die gaat een colposcopie doen (met een soort telescoop naar de cellen in je punani turen, zeg maar) en bespreekt daarna het vervolg.

De gynaecoloog waar ik de volgende dag bij in de bekende stoel met beensteunen lig is een rustige, kundige man die de klemtoon op de Gi legt, vaGIna. Het doet mij vermoeden dat zijn wortels meer in het zuiden van het land liggen. Hij heeft de eendenbek (ook zo’n tenenkrommend woord) ingebracht en de microscoop heeft hij zo geplaatst dat hij het allemaal goed kan zien daarbinnen. Links van de stoel kan ik op een beeldscherm meekijken. Hij legt uit dat hij met een lang wattenstaafje een soort zure vloeistof op de baarmoederhals gaat aanstippen. Als er afwijkingen zijn dan zal het oplichten.

Met het staafje gaat hij aan de slag en ik hou het scherm angstvallig in de gaten om te kijken of het daarbinnen niet in een soort discotheek met stroboscoop verlichting verandert, maar er gebeurt gelukkig nog weinig.

“Zie je dat?” Bij het wattenstaafje verschijnt langzaam een licht vlekje. Mijn benen trillen en mijn hart bonkt in mijn keel. Ik zie het en knijp wat harder in de hand van mijn lief, die er altijd is om mijn hand vast te houden, good times or bad.

“Hier zit een kleine afwijking, dus daar moet ik even een biopt van nemen. Dat betekent dat ik er een heel klein hapje uithaal dat we dan vervolgens naar het lab sturen voor onderzoek. We gaan straks wel even wat verder in op de theorie.”

Met een gevoel alsof mijn vagina in de fik staat zit ik even later in zijn sobere kantoortje waar hij ons uitlegt hoe het verder gaat. Het duurt twee weken voor de uitslag binnen is. Er zijn drie uitslagen mogelijk; CIN 1, 2 of 3. CIN staat voor cervicale intra-epitheliale neoplasie en geeft de ernst van de afwijkingen aan. Het is van de uitslag afhankelijk hoe het daarna verder gaat.
Ik voel me wat rustiger nu dit onderzoek achter de rug is en er niet meteen een enorme tumor of iets dergelijks is aangetroffen, maar baal wel een beetje dat het nu nog zo lang duurt voordat ik echt duidelijkheid heb.

De volgende twee weken stort ik me op mijn werk, schrijf ik veel en laat ik me zoveel mogelijk afleiden door mijn zoon en man. Maar ik ben bij vlagen ook onrustig en strontchagrijnig. Op de dag dat ik gebeld zal worden met de uitslag krijg ik helemaal niks gedaan. Aan het einde van de middag gaat dan eindelijk de telefoon.

De assistente legt uit dat de uitslag CIN 2 is, een voorstadium van baarmoederhalskanker waarbij twee derde van de aangetroffen cellen afwijkend zijn. Maar de gynaecoloog raadt op basis van mijn geringe leeftijd en onze kinderwens aan om niets te doen en over een half jaar te kijken hoe het er dan voor staat.
Als ik ophang weet ik niet zo goed wat ik nou moet voelen. Aan de ene kant ben ik natuurlijk opgelucht omdat ze niet gelijk in me hoeven te snijden, of erger. Aan de andere kant voelt het ook klote dat het er überhaupt zit en ze misschien in de toekomst wel moeten behandelen. Ik moet het allemaal even laten bezinken.

Terwijl ik met dit onderwerp aan het stoeien ben kom ik tot de ontdekking dat er in mijn directe omgeving alleen al een aantal vrouwen nooit meedoet aan het bevolkingsonderzoek en dat in Nederland maar 7 op de 10 vrouwen een uitstrijkje laat maken. Ik ben dankbaar dat we in een tijd leven waar een ziekte als baarmoederhalskanker vaak ruim op tijd ontdekt en behandeld kan worden. Hoe tof is de (medische) wetenschap! Maar dan moeten we wel meedoen!

Nou begrijp ik als geen ander dat het uitstrijkje geen pretje is. En er zijn vast vrouwen die het ronduit verschrikkelijk vinden. Maar is het krijgen van kanker niet veel erger dan die paar minuten ongemak? Bovendien kun je er tegenwoordig voor kiezen om een zelf afnametest te doen. Ik zat, een half jaar na mijn bevalling, waarbij ik in het ziekenhuis echt het gevoel had dat het open huis was in mijn vagina, en ik het aantal zorgverleners dat daarbinnen moesten zijn niet meer op twee handen kon tellen, ook niet te wachten op opnieuw geklooi aan mijn lijf. Maar het is goed dat ik me daar overheen heb gezet!

De dagen na de uitslag begin ik langzaam weer wat meer te ontspannen en ik realiseer me dat ik blij ben dat ik in ieder geval weet dat er iets niet helemaal goed zit, maar dat ze het in de gaten gaan houden. Het heeft ook helemaal geen zin om hier nu het komende half jaar enorm over te gaan zitten stressen. We weten immers nooit wat er gaat gebeuren in de toekomst. Gelukkig maar want anders zou er ook geen bal meer aan zijn. Alles komt goed. Uiteindelijk.

Bronvermelding;
https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/05/als-na-de-bevalling-de-pijn-blijft-a2253519
https://www.medicalfacts.nl/2018/01/18/slechts-70-van-de-nederlandse-vrouwen-geeft-gehoor-aan-oproep-voor-uitstrijkje/

Parent Problems #2

Oscar is inmiddels alweer een half jaar oud. Tijd voor een nieuw lijstje!

1. Luiers verschonen

Er zijn twee zekerheden in dit leven. De eerste is dat iedereen op een gegeven moment een keer dood gaat en de tweede is dat zodra je een luier hebt verschoond (óf net hebt uitgedaan) je baby gaat plassen of poepen. GRRRR.

Helemaal vreemd is het feit dat het je eigenlijk niet zoveel kan schelen dat je vóór half zes in de ochtend al bent ondergepist/gescheten/gekotst (of met een beetje pech alledrie, en heb je the trifecta te pakken) en dat terwijl je je niet op een tof underground festival bevindt maar gewoon, thuis in je woonkamer bent. Soms heb je pas aan het einde van de dag door dat je niet eens de moeite hebt genomen om je kleding te verschonen, en gewoon met vlekken en al de deur uit bent gegaan. Who cares.

2. Luier snuiven

Een ander vreemd fenomeen is dat je (ook in het openbaar) zonder enige gêne je baby boven je hoofd tilt om vervolgens je neus zowat in zijn luier te drukken en dan gaat ruiken of er mogelijk sprake is van een code bruin, oftewel ‘het luier snuiven’. Vooral bij mensen zonder baby een handeling die voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt.

giphy

3. Kan de dierenarts dat niet doen?

Mensen zeggen vaak dat baby’s hulpeloos ter wereld komen. Dat is niet helemaal correct. Meteen na de geboorte zijn ze namelijk al in het bezit van vlijmscherpe klauwtjes waar ze niet alleen zichzelf (ze zijn nog niet zo slim) maar ook jou flink mee kunnen openkrabben. In het begin kun je nog helemaal niks met die kleine nageltjes behalve misschien een halfslachtige poging tot vijlen of je kunt er voor kiezen om je baby wanten aan te trekken. Sommige ouders bijten de nagels van hun kinderen af. Ik bijt net niet meer op die van mezelf dus ik ga nu niet aan die van een ander beginnen.

Als het moment dan daar is dat je daadwerkelijk kunt gaan knippen dan zul je merken dat nageltjes knippen van een baby moeilijker is dan het ontmantelen van een atoombom die op het punt staat de wereld te vernietigen, terwijl de voltallige FBI in je nek staat te hijgen en je live te zien bent op tv. Zweet in de bilnaad, mensen! Ik vroeg me na zo’n zenuwslopende manicure serieus af of ik hem niet gewoon samen met de katten mee kon nemen naar de dierenarts voor het knippen van de nagels. Het antwoord daarop is Nee.

giphy1

4. Beethoven

Er komt een moment dat je baby tandjes gaat krijgen. Dat merk je vooral doordat hij werkelijk alles in zijn mond wil stoppen en het gaat gepaard met een onvoorstelbare hoeveelheid kwijl. Als de tandjes door gaan komen is het ineens net alsof je een roedel Sint Bernards in huis hebt. ALLES. ZIT. ONDER. HET. KWIJL.

Ik dacht altijd dat de sjaaltjes die baby’s om hebben een soort fashion statement waren maar dat is dus niet het geval. Die zijn bedoeld om de eindeloze stroom kwijl enigszins op te vangen. En als ik zeg eindeloos dan bedoel ik ook echt eindeloos! Op een gegeven moment vroeg ik mij af of ik het leger in moest gaan schakelen om zandzakken om ons huis heen te gaan plaatsen om overstroming van ons kleine dorpje te voorkomen. Dat bleek gelukkig niet nodig en Steggerda is vooralsnog veilig.

5. Vrouw aangehouden voor neerhoeken bejaarde in supermarkt

Ik ben helemaal geen smetvrezerig typje. Maar als je met een überschattige baby de buitenwereld in gaat dan vergeten sommige mensen ineens dat er zoiets bestaat als personal space en dat het niet normaal is om iemand zomaar aan te raken, ook geen baby’s. Op de een of andere manier zijn het vaak de grijze dametjes met handtas die denken dan ze zomaar in de kinderwagen/maxicosi mogen graaien om in die schattige wangetjes te knijpen. Ik word daar enorm moordlustig van en krijg dan de neiging om betreffende bejaarde neer te knuppelen met mijn net gescande zak aardappelen. Tot nu toe heb ik mij nog kunnen beheersen maar ik vrees toch altijd een beetje dat ik op een gegeven moment bovenstaande krantenkop ga veroorzaken.

Het vreemdste compliment over Oscar tot nu toe kreeg ik overigens ook in de supermarkt. Een ietwat oudere man vertelde mij dat hij jarenlang voor Man bijt Hond had gewerkt en ooit een stuk had gemaakt over iemand die levensechte babypoppen maakte. Daar deed Oscar hem aan denken. OK. Thanks I guess…

6. Alle baby sokken moeten ritueel verbrand worden

Ik herinner me nog dat ik zwanger was en volledig vertederd in de Hema stond met van die ieniemini sokjes in mijn handen. Hoe konden er ooit zulke kleine voetjes bestaan die daar in passen.

Die bestaan ook niet want geen enkele baby sok blijft goed aan een baby voet zitten.

“Waar is zijn andere sok” , is een zin die in dit huis het laatste half jaar meer gesproken is dan enige andere. En als ze niet te losjes zitten dan zitten ze zo strak dat de bloedcirculatie volledig wordt afgesloten en zijn voetjes zowat afsterven. Er is gelukkig een uitzondering. Vorige week kreeg Oscar echte gebreide ‘oma sokken’ (inclusief ieniemini klompjes) en die zijn geweldig!

7. I can’t remember

Voor mij, als schrijver, is het noodzakelijk om gedachtes vrij door mijn hoofd te kunnen laten stromen. Het lijkt dan net alsof ik niets zit te doen maar in mijn brein vormen woorden zinnen en zo, langzamerhand, verhalen. Dit proces is bijna onmogelijk te voltooien met een baby die naast je op een kleedje ligt en in de fase zit dat hij denkt dat hij een paradijsvogel is, met bijbehorende, geluidsbarrière doorbrekende geluiden. Alleen al tijdens het schrijven van deze drie zinnen ben ik opgestaan om 1. een kwijlstroom te onderbreken, 2.Oscar uit de boekenkast te vissen en 3.een luier te verschonen.

Onlangs las ik een artikel in de Volkskrant over precies dit onderwerp. De schrijver kwam daar tot de conclusie dat, ondanks de uitdaging die een kind vormt voor het schrijverschap, het vooral een bron van inspiratie is. Hoewel ik tegenwoordig regelmatig vertwijfeld in de keuken sta, met geen flauw idee wat ik daar kom doen, laat staan dat er ruimte is voor diepe, filosofische gedachten, ben ik het helemaal met hem eens.

Verder lezen? Lees Parent Problems#3 hier! Deel 1 gemist? No worries, die lees je hier.

Episch

 

Soms voel je het van te voren al aan komen. Dan klopt het.
Je denkt dan, maar ik ben potverdikke al vijfendertig, dat is nu toch wel een keertje afgelopen met die geintjes!
Maar nee hoor, dan kijk je een paar dagen later en hoppa, daar is tie dan.

En ook nooit op een onopvallende plek, zoals op je elleboog of achter je oor, maar altijd gewoon, smack in the middle, waar iedereen het kan zien.

Puist, Pukkel, Acne, Pus, Afstotelijk. GET-VER-DERRIE.

Als je van woorden houdt die passen bij hun betekenis dan zit je bij deze terminologie wel goed.

De grote vraag is dan altijd. Uitknijpen (ook weer zo’n vies woord) of afblijven. Ik ben zelf van de categorie afblijven. Er zijn van die mensen die extreem genieten van filmpjes waarin allerlei puisten en mee-eters openbarsten. Ik niet. YUK.

Gelukkig overkomt het mij sporadisch, maar als het dan weer zover is heeft mijn vriend het altijd zwaar met mij. Onze gesprekken gaan dan ongeveer zo;

Ik: Ik ga zo even douchen.

Hij: Zal ik er dadelijk ook bij komen?

Ik: Ik weet niet of dat gaat passen.

Hij: Hoe bedoel je?

Ik. Ik en mijn pukkel nemen al teveel ruimte in.

Hij: zucht…

of

Hij: OK, ik ben er denk ik rond vier uur wel weer.

Ik: Ik weet niet of ik er dan nog ben.

Hij: Huh, waar ga jij heen dan?

Ik: Misschien ben ik dan wel opgeslokt door mijn puist en zit er alleen nog maar een pukkel aan tafel als je terug komt.

Hij: zucht en rolt met ogen.

Maar dit keer was hij het zelfs wel een beetje met mij eens toen ik zei dat er een tweede kin uit mijn kin aan het groeien was.

“Ja, dat is wel een bakbeest liefje! Maar ik vind je nog steeds de mooiste.”

Ik heb dan misschien wel een epische pukkel, maar ik heb ook een epische liefde.

2016-06-09 09.21.37