Fantoom

Diep in mijn binnenste
voel ik je trappelen in
het donker van de nacht

Alsof je niet maanden geleden
warm en glibberig op
mijn buik gelegd werd

In mijn sluimering,
schemergebied tussen waken en slapen,
begrijp ik niet dat je
gewoon in je bedje ligt
vlakbij

Mijn lichaam zo lang jouw pulserende planeet
mijn hartslag het ritme van jouw dagen
mijn bloed jouw levenselixer,
dat een echo van jouw aanwezigheid
nagalmt in mijn lege schoot

Postpartum

Zo teer, de huid
van de fontanel
De hartslag fladderend
onder mijn vingertoppen
als een klein diertje dat
door het ruitvormige raampje
zijn weg naar buiten zoekt

Mijn gestuwde borst draagt
de sporen van onverwacht
scherpe nageltjes
De geur van moedermelk zoet
en zwaarder dan de geur van angst

Onaangetaste volmaaktheid
die ik nooit intact kan houden
het wit van de ogen
oogverblindend wit

Een handje gekruld om een
enkele vinger
Ben jij van mij?
Ben ik van jou?
De streng van onze verbintenis
kleurt langzaam zwart

Wederhelft

Van het ene op het andere moment was je verdwenen. We waren een onafscheidelijk paar. En hoewel we beiden wat tekenen van slijtage begonnen te vertonen en we misschien meer op elkaar leken dan handig was, hoorden we echt bij elkaar. We deden alles samen en soms waren we zo één dat ik niet kon ontdekken waar jij eindigde en ik begon.

Waar jij nu bent is een van de grootste vragen des levens. Maar ik weet dat je daar niet de enige bent. Ik zal er waarschijnlijk nooit achter komen, maar ik hoop dat je gelukkig bent, waar je ook moge zijn.

De kans dat ik je weer zie is niet groot. Nu ik alleen ben laat men mij vaker links liggen. Soms word ik aan een ander gekoppeld maar het is niet hetzelfde.

Lieve linker sok, we gingen samen de wasmachine in maar ik kwam er zonder jou uit. Ik mis je, voor altijd de jouwe,

rechter sok