BoskLab

Als bomen konden praten, wat zouden ze ons dan zeggen? Hoe kijken bomen eigenlijk naar ons? En waar verlangen bomen naar? In het kader van BOSK kroop ik onder de schors van monumentale Leeuwarder bomen om ze een stem te geven. Wat de bomen te vertellen hebben is te lezen in de poëzieroute die van 1 juli tot 14 augustus te wandelen is in de binnenstad.
De gedichten zijn ook te beluisteren in het Nederlands en het Fries via spotify.

Zoekgeschiedenis

Mijn gedicht zoekgeschiedenis werd gepubliceerd in literair tijdschrift Kluger Hans. En dat niet alleen! Het werd ook nog eens door beide meters van het nummer #Gêne gekozen als een van hun favoriete teksten! En als kers op de taart werd ik ook nog uitgenodigd om mee te doen met Literaire Schurft. Lees het gedicht en waarom de meters er zo enthousiast over waren terug op de site van Kluger Hans.

Sneeuwbol

Ik wil je in een sneeuwbol bewaren
waarin je enkel zacht wordt overladen
door traag vallend goudfolie
wanneer de wereld op zijn grondvesten schudt

ik wil je ogen voortdurend bedekken
wimpers teder strelend in mijn handpalm
alleen het licht door de vingers zien
onbezoedelde ziel behoeden voor hartzeer

strak vasthouden laat striemen achter
in het reliëf van je huid lees ik mijn eigen verhaal
wrik mijn verkrampte vingers een voor een los
en kijk hoe je vleugels zich langzaam ontvouwen

Huidhonger

Er bestaan mieren die bij overstromingen een vlot vormen
in elkaar verstrengeld zeilen ze soms maanden rond
op de lijken van hun opofferingsgezinde soortgenoten
het is tweehonderdveertien dagen geleden dat iemand mij aanraakte

met ingehouden adem, zoals ik deed toen ik een kind was
loop ik met bogen om mensen heen totdat ze in sterretjes oplossen
schurend tegen muren en winkelpuien, balancerend op het randje
van de stoep, rakelings langs het verlangen een hand uit te steken

ouderen verwelken als vergeten veldboeketten
achter broeierig glas, terwijl we toekijken
met halve gezichten kunnen we elkaar niet goed lezen
sterven doen we met schrale handen die tasten

in de leegte leg ik een opgevulde winterhandschoen
op mijn schouder en dans met een overjas
terwijl de radio de nieuwste cijfers verkondigt
lepelen we met gedesinfecteerde vingers pindakaas uit de pot
 
wil er iemand met mij een vlot bouwen
en afdrijven?

Dit gedicht stond in de top 1000 van De Gedichtenwedstrijd

Alomtegenwoordig

Het is jouw versleten groene regenjas
die werkeloos aan de kapstok hangt
iemands stem die ook klinkt als een contrabas
de drentelende kat die naar jouw schoot verlangt

de antieke lamp die het niet meer doet
je had beloofd hem te repareren
de moestuin die je met blote handen hebt omgewroet
de post die men aan jou blijft adresseren

het lege schaakbord waarop je mij soms liet winnen 
het krakende bed waarin ik jou mocht beminnen
het botte mes waarmee ik mij nu soms scheer                                                

Je geur leeft nog altijd in het linnen
al rust jouw lijf hier al lang niet meer
jij komt bij me binnen

Dit gedicht werd genomineerd voor de Willem Wilmink dichtwedstrijd 2021

Tetris

Je verschuift je organen
maakt plaats in de kern
van je wezen
keert binnenstebuiten
en wacht

                   tot alles weer

op zijn plek                                                                                             

                valt


alsof je
Tetris speelt met jezelf
maar de blokjes passen niet
en alles is vervormd tot
onherkenbare stukken

je maakt ruimte en
 smeert
jezelf uit als het
laatste restje jam
onderuit de pot
ijzer tegen glas
op uitgedroogde
boterhammen
mijlenver verwijderd
van wie je was
of dacht te zijn

dat het lichter zou voelen
zonder het eindeloos dragen
en aftellen
na de vermenigvuldiging
het delen van je oogkleur
en overgevoeligheden
de moeder wordt niet altijd
geboren met het kind


Vreemde vogels

Zo hoort het niet
zeiden ze en
je doet het niet goed
maar niemand vroeg
waarom
of vertelde
hoe het dan moest
in een omgekeerde wereld

waarin het ei
de vogel uitbroedt
er met vaste stift
omlijnd wordt
terwijl jij tracht
jezelf uit te vlakken tot
er niets meer rest
dan vage grijze vegen op
een verkreukelde zaterdagkrant

je moet blijven
zeiden ze maar wel
binnen deze lijnen
ze trekken
handenvol veren uit
de mooiste
tot je vleugellam
en monddood
niet meer vallen kan
of vliegen

Met dit gedicht werd ik genomineerd voor de Rob de Vos-prijs 2020. Vreemde vogels ontving een eervolle vermelding.

Gewassen

Door haar laatste jurk aan een hanger
voor het slaapkamerraam
valt zonlicht zachtroze in
de kamer een kille moederschoot

In mijn palm ligt haar broze hand
breekbaar als een kolibrie
aderen die ooit als smalle rivieren
over huid meanderden
samen met het leven weggevloeid

Handen die mij ontelbare keren
wasten, knepen, liefkoosden
onophoudelijk in beweging
nu vaal en verstard als op de
verschoten familiefoto’s aan de muur

Patchoeli uit de emaillen lampetkan
schoon linnen en beginnend bederf
geuren wedijverend om de overhand
ik adem ze voorzichtig in
de natte spons op haar stille lijf
 
volgt zacht de bleke sporen
erfenis van mijn schepping
het water spoelt
mijn kindschap weg

Met dit gedicht deed ik mee aan de poëziewedstrijd van Uitgeverij Gopher met als thema intimiteit. Het gedicht werd geselecteerd voor de dichtbundel ‘De grootste intimiteit is het zwijgen’ en behoorde bovendien tot de drie beste gedichten. Het verscheen daarom als tweede gedicht in de bloemlezing.