Parent Problems #4

Het is alweer even geleden dat ik een Parent Problems blog schreef. Dat ik hier niet aan toe kwam heeft ongetwijfeld iets te maken met het feit dat Oscar in vier weken, even zoveel tanden kreeg en als een plakbandje aan mij vastgeplakt zat, terwijl ik ondertussen een huishouden en bedrijfje draaiende probeer te houden. Maar het is zover! Lees hieronder welke dingen mij bezighielden de laatste tijd.

Not so #fitmom

Waar ik mij in de vorige Parent Problems nog vertwijfeld afvroeg hoe ouders het voor elkaar krijgen om ergens in de chaos van het leven nog tijd (en vooral zin) te vinden om te sporten, is het me afgelopen maanden eindelijk gelukt om mijn sportkleding daadwerkelijk eens te dragen tijdens het sporten, in plaats van op de bank!

Een lieve buurvrouw nodigde mij uit om mee te gaan naar de bootcamp die elke maandagavond hier in ons kleine dorpje georganiseerd wordt. Met frisse tegenzin had ik mij in mijn sportkleding gehesen (nee, niet liegen, ik liep er gewoon al de hele dag in rond) en na vriendelijke begroetingen begon de warming up, die bestond uit een paar rondjes rennen om het veld. Ik ging enthousiast van start, maar in mijn hoofd ging het ongeveer zo;

“Ok, ik weet dat het lang geleden is dat ik moest rennen, maar zo hoort het toch niet te voelen? Waarom voelt het alsof mijn kont los aan mijn lijf zit en later volgt dan de rest van mijn lichaam? En wat is er met mijn borsten aan de hand? Ik voel me 80 jaar oud. Horen mijn longen zo te branden? Is dit nog maar de warming-up? Oh My Freaking God. Ik. Ga. Dood.”

Toen ik een kwartier later was bijgekomen van de warming-up, volgend er jumping jacks en piste ik zowat in mijn broek (die bekkenbodem is toch niet meer wat het geweest is, zucht) en dat is in het kort de samenvatting van de eerste keer sporten na de bevalling.
Maaaaaar, de eerste keer sporten (en inmiddels de tweede, derde en vierde keer) is achter de rug!

PeePee

Ik, en met mij vele andere moeders, heb dus zo nu en dan (zoals bij een jumping jack) wel eens moeite om mijn plas op te houden. Dat is nou eenmaal vaak een consequentie van het uitpersen van een mini-mensje, zeker als dit op kunstmatige wijze is gebeurd, zoals met een vacuümpomp.
Het gebeurt ook weleens tijdens het niezen, de slappe lach of bij het tillen van iets zwaars.
Op zich helemaal niet ernstig en met bekkenbodem oefeningen valt er veel te winnen. Maar toch voel ik mij soms wat onzeker over die paar druppies. Dit vertelde ik aan mijn liefste.
En zoals altijd kwam hij met een reactie die ik totaal niet had verwacht, maar waar ik veel aan heb. Hij zei het volgende;

“Liefje, maak je geen zorgen. Is het je wel eens opgevallen dat er bij een urinoir nooit toiletpapier hangt? En van alleen een beetje schudden wordt ie echt niet helemaal droog.  Denk je dat mannen zich ook maar een seconde druk maken over een beetje pis in hun boxershort? Denk daar meer eens over na.”

Na deze nuchtere openbaring voelde ik mij meteen een stuk beter! Daarom deel ik hem graag met jullie!
Als miljoenen mannen niet eens nadenken over een beetje pis, dan hoeven vrouwen zich daar ook niet onzeker over te voelen, toch?

Buggy Bashing

Kleine baby’tjes worden groot, dus werd het tijd om de kinderwagen om te wisselen voor een buggy. Wat van te voren niet verteld wordt, is dat je voor het in elkaar zetten/inklappen van een buggy minstens een raketgeleerde zijn. Zelfs mijn lief, die toch een uitstekend ruimtelijk inzicht heeft, had er best wel moeite mee. Uiteindelijk hebben we een filmpje gevonden dat we drie keer moesten bekijken voordat we doorhadden hoe het nou moest. What sorcery is this?

Het niet in elkaar of uit elkaar krijgen van een buggy roept een soort primitieve agressie op die onmogelijk in te houden is. Helemaal als ondertussen een krijsend kind aan je been hangt. Een aantal tips:

  • Grof geweld voelt misschien lekker, maar is niet bevorderlijk. De kans is groot dat je iets stuk maakt en het vervloekte ding nooit meer in of uit elkaar kunt krijgen.
  • Denk om je vingers. Een buggy lijkt wel zo gemaakt dat je ongeveer 80% kans hebt op een knijp of bloedblaar.
  • Voor je je hele vloekrepertoire de revue hebt laten passeren tijdens deze struggle is het verstandig eerst te kijken of je buggy eigenlijk wel achter in je auto past. Bij mij niet dus.
  • Kalmte alleen kan u redden.

Ieniemini

Voor de mensen die mijn blogs lezen, maar mij niet persoonlijk kennen, ik ben nogal klein van stuk. Om exact te zijn 154 centimeters. Nou ben ik al mijn hele leven een ukkie en daar heb ik doorgaans helemaal geen moeite mee. Het enige wat ik soms lastig vind:

  • Een passende broek vinden (makkelijk op te lossen door meestal jurkjes te dragen)
  • Passende schoenen vinden (maat 33/34, dus kom vaak op de kinderafdeling terecht)
  • Boodschappen van de bovenste plank pakken in de supermarkt (boodschappen doen wordt een soort apenkooien, gewoon in de stellages klimmen : ))

Maar het moederschap brengt voor een kleintje zoals ik toch weer nieuwe uitdagingen met zich mee. Neem bijvoorbeeld zo’n maxi-cosi. In de armen van mijn lief is het een klein handzaam dingetje, maar als ik hem vast heb is hij ineens enorm en super-onhandig om te tillen, zonder de baby compleet door elkaar te rammelen.

Of het in en uit bed en de box tillen. Eigenlijk moet ik een opstapje hebben zodat ik mijn rug niet zowat breek, maar dat is natuurlijk ook vragen om ongelukken, dus hang ik over de rand om mijn kind te grijpen en slinger ik weer terug, net een grijpmachine op de kermis of een orang-oetan.

Maar laatst voelde ik mij voor het eerst echt beperkt vanwege mijn geringe lengte. Het was een prachtige lentedag en ik had mij er al de hele week op verheugd om voor ’t eerst een fietstochtje te maken met Oscar in het fietsstoeltje. Lex had het stoeltje vakkundig op mijn stuur vastgeschroefd. Oscar zat er blij en vol verwachting in. En toen…bleek ik geen kant op te kunnen.

Omdat ik zo klein ben moet ik op de trappers gaan staan voor ik op het zadel kan gaan zitten. Maar als er een fietsstoeltje aan je stuur hangt is daar helemaal geen ruimte voor, tenzij je een of ander slangenmens bent.

Ik kon wel janken! De papa zwaait natuurlijk zijn lange been zo over het zadel heen en fietst weg. Teleurgesteld heb ik google erbij gehaald. Dit probleem moeten meer mensen hebben en toch fietst iedereen.

De oplossing was uiteindelijk kinderlijk eenvoudig. Met de pin-up maak je van je gewone fiets heel gemakkelijk een mama-fiets. Al zat nu het zadel weer te hoog en kreeg ik een zere kont, dus moest er nog een stukje afgeslepen worden…

Groundhog day

Kinderen houden van herhaling. Heel. Erg. Veel. Herhaling.
Dit heeft als gevolg dat ik soms het gevoel heb dezelfde dag steeds opnieuw te leven en daardoor verlies ik alle besef van datum of tijd. Dit doet ook iets met je hersenen.

Waar je hersenen tijdens de zwangerschap letterlijk verweken, lijkt er soms tijdelijk ook zoiets te gebeuren als je te lang achter elkaar alleen maar bezig bent met je baby/dreumes.
Zo begreep ik onlangs niet waarom de onderkant van de bakvorm maar niet bleef zitten, terwijl ik de rand gewoon verkeerd om had. En dan toch gewoon zo proberen een spinazietaart te maken.

Wanneer mijn lief dan ’s middags thuiskomt en ik hem alleen nog maar een beetje glazig aankijk weet ik: tijd om iets voor mezelf te gaan doen, voor ik helemaal doordraai.

Katten en kinderen

Voor ik de mama van Oscar werd, was ik al bijna tien jaar een poezenmoeder. De laatste tijd kom ik erachter dat er best veel overeenkomsten zijn tussen katten en kinderen.

  • Ze molesteren je meubilair
    De katten krabben de bank stuk – Oscar knaagt aan alle meubels
  • Je kunt niks uit een keukenkastje pakken om stiekem tussendoor op te eten, want dan staan ze meteen in de keuken.
  • Als je ze niet op tijd eten geeft worden ze ontzettend irritant.
  • Ze willen altijd bovenop je zitten op een moment dat het jou totaal niet goed uitkomt.
  • Als je ze per ongeluk wakker maakt worden ze pislink.
  • Ze willen altijd mee naar de wc.
  • Je kunt een kapitaal uitgeven aan kattenspeeltjes/babyspeelgoed maar ze spelen uiteindelijk liever met de verpakking.

Wat je precies met deze informatie moet weet ik ook niet, maar ik vond het gewoon opvallend.

Rustaaagh

Ik beschouwde mijzelf altijd als een heel kalm en geduldig persoon. Inmiddels ben ik erachter gekomen dat er verschillende soorten geduld zijn, en dat ik niet over alle soorten beschik.

Ik ben namelijk heel zen als het gaat om het uitpluizen van een compleet archief, wachten in een rij of wanneer ik achter een slome slak rijd in het verkeer. Maar als je een kind krijgt moet je zowat over het geduld van een Tibetaanse monnik beschikken, want alles duurt laaaaaaang.

Dat begint al in de ochtend bij het ontbijt, want natuurlijk wil je kleine frummel het liefst zelf zijn in stukjes gesneden brood eten en wil je dat als ouder ook stimuleren. Maar OMG wat duurt dat lang! En vervolgens ben je ook nog een eeuwigheid bezig met het opruimen van de enorme ravage die het oplevert. Hagelslag tot op het plafond.
Daarna komt het aankleedmoment. Stel je eens voor dat je een hyperactieve octopus rolschaatsen probeert aan te trekken. Dan krijg je een beetje een idee hoe het is om een dreumes kleren aan te trekken.

Voordat je overigens de deur uit bent moet je er eerst voor zorgen dat je alles bij je hebt wat je kleine wonder misschien nodig zou kunnen hebben. En, alsof hij het erom doet, wanneer je hem net in de maxi cosi wilt zetten, ruik je dat er een code bruin is.

Ondanks dat bijna alle dagelijkse handelingen drie keer zo lang lijken te duren, gaat de tijd verschrikkelijk snel voorbij. Os is inmiddels geen baby meer maar een prachtige, ondeugende dreumes.
Dit brengt weer allerlei andere uitdagingen met zich mee, waar ik mij ongetwijfeld ook weer over ga verwonderen, dus tot de volgende Parent Problems!


De dubbelgevouwen vrouw

“Met het doosje in haar hand keek ze weer naar de afdruk in de stoel. Plotseling gooide ze het doosje met een boog door de woonkamer. Een kort ogenblik regende het luciferstokjes. De rest van de dag stond ze voorovergebogen. “

Tijdschrift de Optimist publiceerde mijn korte verhaal ‘De dubbelgevouwen vrouw.’ Je kunt het hier lezen!

Parent Problems #3

Daar zijn we weer, in de wondere wereld van het ouderschap. Wil je weten wat mij de laatste tijd bezig heeft gehouden? Lees dan vooral verder.

1.Haarbal

Er was een tijd, voor ik mijn lief leerde kennen, dat ik dacht dat ik langzamerhand zou veranderen in het gekke kattenvrouwtje. Het resultaat is dat we nu twee enigszins verwende en onaangepaste katten hebben, die niet alleen moeten wennen aan het feit dat ze minder aandacht krijgen (want dat is nou eenmaal onvermijdelijk, ook al doe je je best) maar ook aan het feit dat er een ondeugend jochie achter hen aan tijgert terwijl hij oorverdovend gilt, in de hoop dat hij een staart of een flinke hap haar in zijn plakkerige klauwtjes krijgt (die hij vervolgens in zijn mond steekt).

Waar ik mij over verbaas is dat hij nog geen haarballen ophoest of uit poept. Want laten we eerlijk zijn, ik ben niet echt een hele fanatieke huisvrouw, dus soms schuift hij als een levende Swiffer over de vloer. Het komt dan ook regelmatig voor dat ik hem van de grond til en denk; ‘Oh ja, stofzuigen.’

2. Snotjandulleme

Een van de dingen waar ik mij van bewust ben geworden sinds ik moeder ben, is de exorbitante hoeveelheid scheldwoorden die er op dagelijkse basis uit mijn mond komen. De geslachtsdelen en religieuze verwensingen vliegen je om de oren. Ik denk zelf dat het toegenomen aantal scheldwoorden te herleiden is naar het chronische slaapgebrek dat bij het ouderschap hoort. Het bleek in ieder geval nog een behoorlijke uitdaging om het een beetje onder controle te krijgen. Ik zie al helemaal voor me dat ik straks in het babyboek moet noteren dat zijn eerste woord ‘kakzooi’ of gvd was. (Inmiddels heeft hij gelukkig zowel mama als papa gezegd. En Dikkie Dik. Fieuw)

3. #Fitmom

Op Instagram vind je miljoenen foto’s van super fitte moeders. En de filmpjes van mama’s die hun kind gebruiken als een soort fitness of yoga attribuut zijn ook niet te tellen. Voordat ik een kind kreeg vroeg ik me altijd al af waar die mensen de tijd en energie vandaan halen, maar nu begrijp ik daar helemaal niets meer van.
Want hoewel ik dit jaar ongeveer 75% van de tijd in sportkleding heb rondgelopen, is er van sporten nog bar weinig terecht gekomen. (Ik vraag me wel eens af wat de uitvinders van de joggingbroek en yogapants ervan vinden dat deze het grootste gedeelte van de tijd gedragen worden door luiwammesen die helemaal geen ene reet aan het uitvoeren zijn).

Het scheelt dat je door het continu rond slepen van een beweeglijke baby van 7 kilo, het om de 18 seconden opstaan om hem bij de kattenbrokjes/uit de plantenbakken/bij de gitaren weg te halen, en het uitvoeren van huishoudelijke taken met een baby aan je lijf vastgegespt, ook flink wat calorieën verbrandt. Wat in mijn geval ook handig is voor de slanke lijn, is het feit dat na 9 maanden mijn kont nog steeds niet helemaal hersteld is van de verwoestende bevalling, en ik opnieuw aan de laxeermiddelen mag. Jottum.

4. Er niet vies van zijn

Ken je dat nog van vroeger? Dat je een boterham met pindakaas had gegeten en dat je moeder dan aan haar vingers likte om daar vervolgens jouw gezicht mee schoon te poetsen?
Er zijn van die moeders die nergens vies van zijn. Die hun kroost als een moederleeuwin rustig van top tot teen schoon lebberen. Huppakee hele knuistjes in de mond en schoooooon.

Ik heb dat dus niet. Tuurlijk, het is mijn vlees en bloed, en ik vind het helemaal niet erg om zijn luiers te verschonen. Maar ons aapie sabbelt heel fanatiek op zijn vingers, waarna hij vervolgens continu met zijn vochtige, plakkerige klauwtjes aan je gezicht wil friemelen, of zijn kwijltengeltjes in jouw mond wil steken. En ik vind het heel lief als ik een hapje van zijn bekwijlde soepstengel mag. Uiteraard laat ik hem zo nu en dan zijn gang gaan en natuurlijk deel ik ook heus zijn soepstengel of rijstwafeltje wel. Maar GAT-VER-DAMME.

Ik heb zelfs gehoord dat er mensen zijn die, wanneer hun baby verkouden is en een verstopte neus heeft, het snot met hun mond uit het neusje zuigen. Wat bezielt die mensen, YUK! (dit is overigens ook nog eens volledig onnodig aangezien er neusreinigers bestaan waarmee je het er heel gemakkelijk uit krijgt (als je snel bent tenminste, lees verder…).

5. 10 seconds to self-destruct, 9,8,7,6…

Super onhandig, maar het blijkt dus dat er een self-destruct button in het neusje van je baby zit. Echt waar! Tenminste, zo reageert die van mij zodra je ook maar een beetje bij zijn reukorgaan in de buurt komt met een zakdoekje/snoetenpoetser/neusreiniger. De buren kunnen wel denken dat ik hem in de frituurpan heb gehangen. Het luchtalarm is er niks bij.

Een uitzondering is wanneer je doet alsof zijn (en jouw) neus een toeter is. Dan is het ineens heel grappig.

6. Invasie

Ik had me, voordat ik moeder werd, eigenlijk voorgenomen dat ons huis niet zou veranderen in een grote chaotisch speelruimte. Het zou gewoon een ‘volwassen mensen’ ruimte blijven waar je op je gemak een boek kunt lezen of een plaatje kun afspelen. Heel langzaam beginnen de primaire kleuren echter steeds meer te overheersen en breek je zo nu en dan je nek over het speelgoed. En hoe groter je baby wordt, hoe sneller en groter de puinhoop die hij kan creëren. Daarbij komt dat het meeste babyspeelgoed tegenwoordig voorzien is van allerlei toeters en bellen. Alles maakt hysterische ( en vreselijk irritante) geluiden, en heeft druk flikkerende lampjes.
En het dan vervolgens gek vinden dat kinderen druk worden.
De liedjes die door een computerstemmetje gezongen worden, kun je binnen een paar dagen helaas allemaal meezingen en loop je ook nog te neuriën als je baby al lang naar bed is. En in de avond schrik je je de pleuris als zo’n apparaat ineens uit zichzelf geluid begint te maken zonder dat er iemand aan zit. Creepy as hell!

Gelukkig zit er meestal ook een uit-knop op, en lijkt onze little dude toch de voorkeur te geven aan speelgoed zoals boekjes en puzzeltjes. Het zal wel in de genen zitten. Bovendien is het mooiste speelgoed vaak helemaal geen speelgoed. Denk aan kartonnen dozen, schoenen, je eigen handen en voeten, of de papa of mama. Het is dus helemaal niet echt nodig om een buttload aan speelgoed in huis te halen. Scheelt een hoop centjes.

7. Mama vs Papa

Vooropgesteld dat de papa van Oscar de allerliefste papa ter wereld is en ik me geen betere partner kan voorstellen, zijn er ook momenten dat ik hem wel kan wurgen. Het oneerlijkste vind ik dat hij elke nacht heerlijk in coma ligt en nooit wakker wordt, ook al gilt Oscar zo hard dat de ramen zowat uit elkaar spatten. Terwijl ik door twee dichte deuren wakker wordt van elk kreuntje. Natuurlijk zegt hij altijd dat ik hem gewoon wakker moet maken als ik te moe ben, maar dat doe ik toch meestal niet, want dan zijn we allebei wakker en dat slaat ook nergens op.

Het zal vast evolutionair bepaald zijn. Hij heeft geen borsten (gelukkig) en ik wel, dus heeft de natuur geregeld dat ik wakker wordt. En hij moet natuurlijk rusten om onze grot goed te kunnen beschermen en een hert neer te kunnen knuppelen of zoiets. Toch kan ik er soms pisnijdig van worden en moet ik zo nu en dan de neiging onderdrukken om hem een schop te geven als hij naast mij ligt te ronken terwijl ik weer eens wakker ben.

Ik geloof dat papa’s en mama’s sowieso anders reageren op een huilende baby. Waar de papa er totaal geen probleem mee heeft, krijg ik er zelf soms een brok van in mijn keel of kan ik de haren wel uit mijn hoofd trekken (schreeuwen in een kussen helpt ook). Elke vezel van mijn lijf schreeuwt dat ik mijn kind moet troosten, ook al is het in sommige gevallen juist verstandig om hem even te laten brullen of heb je er gewoon de kracht niet meer voor. Hoewel het soms gekmakend is, heeft het ook wel weer een voordeel dat de papa zijn hoofd altijd koel houdt, aangezien de mama soms juist iets te hysterisch is.

8. Kort pittig kapsel

Vroeger begreep ik niet zo goed waarom vrouwen vaak hun haar kort laten knippen nadat ze een kind hebben gekregen. Inmiddels begrijp ik het iets beter (al heb ik zelf geen knip plannen). Oscar is nu iets meer dan negen maanden en zodra ik hem uit zijn bedje heb getild heeft hij al een pluk haar te pakken waar hij dan uit alle macht aan trekt. Na de zwangerschap kakt je haar sowieso enorm in, en verlang je verdrietig terug naar de prachtige dos die je eerder door de hormonen had. Daarom zie je mij tegenwoordig bijna alleen nog maar met een paardenstaart of een slordige bun.

En het houdt niet op, niet vanzelf, want je krijgt ook regelmatig een mep of een vinger in je oog. Ook word je zo nu en dan gefishhooked, geschopt en gekrabt. Oh het is zo’n magische tijd : )

Gelukkig is je liefde voor zo’n mini Badr Hari zo groot dat een klein beetje mishandeling ook zo weer vergeten is. En voor je ’t weet is die ongecontroleerde motoriek verdwenen en krijg je een dikke knuffel of kus.

Meer? Lees hier Parent Problems #2

Zwammen

De tafel is prachtig, al zegt hij het zelf. De vuurrode kerstservetten steken mooi af bij het oogverblindend witte tafelkleed. Hij heeft het goede servies uit de kast gehaald, dat ze ooit gekregen hadden voor hun trouwen, maar dat ze nog nooit hadden gebruikt. Zijn vrouw wilde het bewaren voor een speciale gelegenheid. Hij vindt dat nu wel het moment is. De tafel is gedekt voor twee en in het midden heeft hij twee lange witte kaarsen neergezet. Schaduwen bewegen door het flikkerende kaarslicht over de muren van de keuken.

‘Mooi hé? Hij kijkt naar de overkant van de tafel. Zijn vrouw zegt niks. Hij schenkt nog wat wijn in de glazen, al is die van haar nog zo goed als vol. Hij staat op en opent het deurtje van de oven. De keuken vult zich met de heerlijke geur van gebraden vlees. Het braadstuk ligt sissend en spetterend in een klein laagje jus. Met een pollepel giet hij wat van het hete sap over het vlees heen. Op die manier droogt het niet uit. Dat weet hij wel. Het water loopt hem in de mond.

Zijn vrouw kan ontzettend goed koken. Daar was hij altijd best trots op. Vooral als vrienden bij hen kwamen eten. Dan was ze de hele week al bezig met het bedenken van een menu en het inkopen van verse ingrediënten. Vervolgens stond ze een volle dag in de keuken. Ze bedacht ook bijna altijd iets origineels. Hij zei altijd tegen haar dat ze een restaurant moest beginnen.
 ‘Ik weet zeker dat je zo een paar sterren zou krijgen!’
Maar dan glimlachte ze alleen maar en wreef ze over haar te dikke buik.
‘Dat lijkt me niet verstandig’, zei ze dan.

Hij pakt een stukje stokbrood, smeert er een dikke laag zeezoutboter op en stopt het in een keer in zijn mond. ‘Wil je ook?’ vraagt hij met volle mond. Ze zwijgt. Hij weet wel dat ze er een hekel aan heeft als hij met volle mond spreekt.

Bijna een jaar geleden had ze de knop om gezet.
 ‘Ik heb de knop omgezet’, zei ze op 1 januari. Hij had haar over de rand van de krant niet begrijpend aangekeken. ‘Vanaf vandaag komt er geen koolhydraat, geen vet en geen suiker meer dit huis in.’
Hij had geknikt en iets onverstaanbaars gemompeld en zich weer op zijn krant gericht. Het was niet de eerste keer dat zijn vrouw zich op een nieuw dieet had gestort. Vaak ging het een paar weken goed, werd ze strontchagrijnig en viel ze daarna toch weer terug in oude gewoonten. Hij moest zich de komende tijd maar even gedeisd houden.

Hij haalt het braadstuk uit de oven en zet het op de tafel. De damp komt eraf en hij laat het vlees even rusten alvorens hij het aansnijdt.

Dit keer hield ze het dieet echter vol en ze voegde de daad bij het woord. Als hij thuiskwam van zijn werk kreeg hij altijd zin om iets te snaaien zo rond een uur of vijf, als het nog even duurde voordat het etenstijd was. Maar nu trok hij gefrustreerd kastjes en laden open. Hij kwam allerlei zaken tegen waar hij nog nooit van had gehoord maar die hem allerminst eetbaar leken. Quinoa, lijnzaad, chlorella, kefir, miso, tempeh. Waar waren zijn gevulde koeken gebleven? En een boterham was ook al geen optie meer want brood werd nu vervangen door crackers, rijstwafels of iets dat een spinaziewrap heette.

Hij snijdt flinke stukken vlees af en legt het op hun borden. Daarna schept hij voor hun beiden gebakken aardappels op en haricoverts omwikkeld met spek. Voor hij gaat zitten pakt hij eerst de mayonaise uit de koelkast en lepelt een flinke kwab op zijn bord.
‘Eet smakelijk lieverd.’

Hij probeerde haar tot steun te zijn. En eerlijk is eerlijk, zijn eigen broekriem kon inmiddels ook al een paar gaatjes opschuiven. Zijn vrouw had niet alleen haar, en daarmee ook zijn, voedselinname rigoureus aangepakt. Ze liep nu ook het grootste gedeelte van de tijd rond in een te strakke paarse spandex broek, met om haar enkels gewichten die met klittenband vastzaten. Met elke kilo die ze kwijtraakte werd ze echter ook steeds iets gemener. Ze had continu een verbeten blik en zo’n zuur mondje dat hem aan de anus van een kat deed denken. Toen hij het met haar probeerde te bespreken schreeuwde ze zo hard tegen hem dat er druppeltjes speeksel op zijn bril terecht kwamen.

Hij neemt een grote hap. Een druppel jus druipt over zijn kin en hij kan een kreun van genot niet onderdrukken. Hij prikt een paar gebakken aardappeltjes aan zijn vork en haalt ze door de mayonaise. Met gesloten ogen geniet hij van de rijke, volle smaken. Het bord van zijn vrouw staat onaangeroerd op tafel.

Een keer nam hij op zijn werk stiekem een saucijzenbroodje. Maar zijn vrouw had het reukvermogen van een bloedhond en kon aan zijn adem ruiken wat hij gegeten had die dag. Hoe durfde hij haar met die vette geur om zich heen te begroeten met een kus. Wilde hij haar dieet soms saboteren? Met walging in haar ogen had ze hem weggeduwd. De rest van de week had ze geweigerd tegen hem te spreken. Daarna knaagde hij ook op zijn werk op rijstwafels met avocado.

Hij heeft het bord van zijn vrouw ook maar leeggegeten. Weggooien is immers zonde. Maar nu zit hij eigenlijk bijna iets te vol en er is ook nog een dessert. Op de voorkant van de verpakking staat een chocolade cakeje waar vloeibare chocolade uitstroom. De cakejes moeten nog tien minuten in de oven. Tegen die tijd is het volle gevoel vast alweer wat gezakt.

Zijn collega’s hadden hem eerst een beetje uitgelachen en grapjes over hem gemaakt. Maar toen hij zo mager werd dat je zijn ribben bijna door zijn overhemd kon zien begonnen ze zich een beetje zorgen om hem te maken. Bij elke verjaardag sloeg hij de taart af en tijdens de vrijdagmiddagborrel dronk hij geen biertje meer mee maar een glas water. Tijdens de kerstborrel sprak zijn baas hem aan.
‘Gaat het wel goed met je? Niet lullig bedoeld, maar je ziet er niet zo florissant uit, kerel!’
Hij was bijna in tranen uitgebarsten maar had zich nog net weten te herpakken. Hij had maar iets gemompeld over een snelle stofwisseling. Zijn baas had hem op het hart gedrukt om maar flink te genieten van het braadstuk en het goed gevulde kerstpakket dat hij elk jaar aan al zijn werknemers gaf.

De oven piept en hij haalt de cakejes eruit. Hij heeft besloten dat het dessert goed samen gaat met een glaasje whisky dus heeft hij een flinke bel voor zichzelf ingeschonken. Zijn vrouw hoeft vast niet. Met een gebakvorkje haalt hij een hapje uit het cakeje. Het is zo zoet dat het een kort ogenblik bijna pijn doet in zijn mond. Meteen daarna neemt hij een slokje van zijn whisky en hij geniet van de smaakexplosie.

Met het kerstpakket onder zijn ene arm en het braadstuk onder de andere was hij de keuken binnen gekomen. Hij had zichzelf in de auto moed in gepraat. Wat was hij nou voor vent, kom op zeg! Zijn lijf snakte naar koolhydraten en vet. Tegenwoordig had hij het continu koud, zijn kleren waren te groot  en sinds een paar weken had hij het gevoel dat zijn tanden een beetje los zaten. Hij had het kerstpakket op zijn kantoor al vast geopend en zijn handen waren gaan trillen bij de aanblik van al het lekkers dat er in zat. Hij viel bijna flauw toen hij de verpakking bekeek van iets dat ‘lavacake’ heette. Hij zou voet bij stuk houden. Met kerst werd er gegeten.

Om de ijzige stilte te doorbreken zet hij een plaatje op. Hij houdt van de ouwe Amerikaanse kerstklassiekers. Terwijl hij mee neuriet met ‘It’s beginning to look alot like Christmas’, stapt hij over zijn vrouw heen die op de keukenvloer ligt. Uit de la haalt hij een doosje lucifers. Bij de whisky kan hij ook best wel een sigaartje roken. Dat vindt ze vast niet zo erg.

Ze had zijn relaas zwijgend en met de armen over elkaar aangehoord. Terwijl hij praatte was ze steeds harder gaan snuiven en was zijn standvastigheid langzaam verbrokkeld. Ze leek op een woest uitgemergeld paard. Toen hij uitgepraat was had ze het kerstpakket en het braadstuk uit zijn handen gegrist. Hij liep achter haar aan en keek met open mond toe hoe ze het pakket en het braadstuk met een wilde beweging in de container deponeerde. Zijn maag rommelde zo hard dat hij vermoedde dat zelfs de buren het konden horen. Hij liep stampvoetend achter haar aan de keuken in.

‘Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat men met een volle blaas betere beslissingen maakt’. Dat was de eerste gedachte die door zijn hoofd schoot nadat hij zijn vrouw in de keuken met een zak bevroren oesterzwammen had neergeslagen. Dat moest dan wel een fenomenaal besluit zijn geweest want zijn blaas stond ineens op knappen. Hij rende naar het toilet waar hij een, voor zijn gevoel, eindeloze stroom urine produceerde terwijl hij naar de de tegeltjes met spreuken staarde die hij van zijn vrouw aan de muur had moeten spijkeren.

‘Wacht niet op een goede dag, maak er een, ‘Elk einde is het begin van iets nieuws’ en ‘Wees jezelf er zijn al zoveel anderen’ maaide hij in een beweging van de muur waarbij hij per ongeluk een stuk bloemetjesbehang mee trok dat hij er ook maar gelijk in zijn geheel afscheurde. Daarna liep hij meteen door naar de container waar hij het kerstpakket en braadstuk uithaalde. In de keuken flikkerde hij de complete blender in de prullenbak en zette de oven aan.

Hij gaat op de bank zitten. De sigarenrook kringelt langzaam om zijn hoofd heen. Naast hem op de bank ligt haar laptop. Hij klapt hem open en klikt huiverend een website over het Raw Food dieet weg. De eerste naam van een reisorganisatie die hem te binnen schiet tikt hij met een vinger in het zoekschermpje. Hij had altijd al graag naar een warm land gewild met de feestdagen, maar zijn vrouw wilde dat nooit. Thailand lijkt hem wel wat. Nu boeken, klik.

Hij zucht en laat zich zakken in de zachte bank. Zijn buik is bol en puilt een beetje over zijn broekrand. Tevreden doet hij zijn riem een paar gaatjes losser.

Een K*T Brief

Over de uitslag van het bevolkingsonderzoek

Hij ploft tegelijk met een brief van het CJIB in de bus, de brief met de uitslag van mijn uitstrijkje voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Top, dat zijn de brieven waar je blij van wordt. Ik duw de brief met bekeuring in handen van mijn vriend en wacht tot hij hem openmaakt. Ik heb een voorgevoel over mijn brief en wil het openmaken nog even uitstellen.

Ik kijk hoe hij moppert over een verkeersboete en maak ondertussen met een knoop in mijn maag mijn brief open. Hoewel ik het al verwacht had komt het toch even snoeihard binnen en ik voel mijn hart bonzen in mijn borstkas.

In uw uitstrijkje is HPV (humaan papillomavirus) gevonden. Ook zijn er afwijkende cellen gevonden in dit uitstrijkje.

Daar staat het. Meteen bovenaan. Ik weet dat de meeste mensen graag direct de belangrijkste informatie willen lezen in een brief maar toch vind ik het hard. Het kan ook iets persoonlijker, toch? Hoi Marloes, ga eerst even zitten. Nee joh, niet meteen in paniek raken stresskip, misschien is er wel helemaal niets aan de hand, maaaaaaar…..we hebben wel wat vreemde shit gevonden. Zoiets?
Maar misschien is er wel geen goede manier om dit soort nare boodschappen over te brengen.

Ik probeer niet meteen in paniek te raken, maar ik voel hoe mijn ogen zich langzaam vullen met tranen. Kut.
“Hier was ik dus al bang voor”, zeg ik met een bibberend stemmetje. Ik schuif de brief naar mijn vriend toe en pak het bijbehorende foldertje om te kijken wat het allemaal betekent en wat mij te wachten staat. Ik mag meteen doorbladeren tot de laatste pagina’s want ik heb natuurlijk niet alleen het virus, of lichte afwijkingen. Nee, ik heb het virus plus afwijkingen, en ze zijn dus kennelijk niet licht.

“Minder dan 1 op de 100 vrouwen krijgt deze uitslag,”lees ik in de folder. Joepie, ik ben weer eens bijzonder. Mijn lief leest de brief in stilte. Zijn beide ouders zijn veel te jong overleden aan kanker. Hij vloekt en pakt onze zoon op die al een tijdje rond zijn voeten tijgert. Onze zoon.
Ik weet dat de kans dat ik daadwerkelijk baarmoederhalskanker heb enorm klein is en dat het ook nog eens heel goed te behandelen is, maar toch raak ik even in paniek. Wat nou als ik hem geen broertje of zusje meer kan geven, of toch ziek blijk te zijn. Ik kan immers helemaal niet ziek worden, laat staan doodgaan. Ik heb potdomme een baby!

De uitnodiging voor het uitstrijkje kwam binnen toen ik midden in de zwangerschap zat, dus moest ik het uitstellen. De verloskundige had mij na de bevalling op het hart gedrukt om een half jaar na de bevalling meteen het uitstrijkje te laten doen. Er was iets in de manier waarop ze dit zei en hoe ze mij daarbij aankeek dat mijn voorgevoel triggerde. In de maanden na de bevalling werd dit gevoel, dat er iets niet in de haak was, alleen maar sterker.

De bevalling was ontzettend zwaar. Oscar werd met grof geweld (tangen en daarna vacuümpomp) uit mijn lijf gerukt omdat de navelstreng om zijn nek zat en het niet goed met hem ging. Na de bevalling denk je sowieso dat het allemaal nooit meer goed komt, maar bij mij bleef het gevoel bestaan dat er iets niet goed was. Dat klopte ook wel, want ik kreeg zwangerschapsvergiftiging, ontstekingen en infecties, moeite met plassen en poepen, lage rugklachten en problemen met lopen. Daar werd ik uiteraard goed voor behandeld. Maar het gevoel bleef.

Ik sprak mijn zorgen wel uit, maar dan krijg je van die dooddoeners te horen.
“Je hebt een zware bevalling gehad, daar moet je van herstellen.”
“Na een bevalling wordt je lijf nooit meer helemaal zoals het daarvoor was.”
En mijn persoonlijke favoriet, “Negen maanden op, negen maanden af.”

Onlangs las ik een boeiend artikel op NRC. Volgens Jan Paul Roovers, hoogleraar (uro-)gynaecologie en medisch directeur van de divisie Vrouwenzorg bij Bergman Clinics, laat de nazorg voor bevallen vrouwen zoals die nu geregeld is, te wensen over. In het artikel zegt hij tevens dat vrouwen vaak niet goed weten wat hun precies mankeert en waar ze de juiste hulp kunnen krijgen.

Na een bevalling weet je lichaam volgens mij sowieso niet zo goed meer wat wat nou precies is. De hormonen gieren door je lijf, en er gaat wel even wat tijd overheen voordat je emotionele incontinentie (laat staan je daadwerkelijke incontinentie) weer een beetje voorbij is. Maar hoe weet je nou of wat jij allemaal voelt normaal is en weer over gaat?

De volgende ochtend zitten we samen bij de huisarts. Oscar is bij mijn ouders. De huisarts schrikt want zij hadden mij, met deze uitslag, eigenlijk direct moeten bellen. TWEE WEKEN GELEDEN.
Ze verontschuldigt zich hiervoor maar het interesseert mij eigenlijk niet zo. Zorg er maar gewoon voor dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. Gelukkig doet ze dat ook. Ze belt meteen met het ziekenhuis om mij er zo snel mogelijk tussen te krijgen. Ik kan de volgende dag terecht bij de spoed gynaecoloog. Die gaat een colposcopie doen (met een soort telescoop naar de cellen in je punani turen, zeg maar) en bespreekt daarna het vervolg.

De gynaecoloog waar ik de volgende dag bij in de bekende stoel met beensteunen lig is een rustige, kundige man die de klemtoon op de Gi legt, vaGIna. Het doet mij vermoeden dat zijn wortels meer in het zuiden van het land liggen. Hij heeft de eendenbek (ook zo’n tenenkrommend woord) ingebracht en de microscoop heeft hij zo geplaatst dat hij het allemaal goed kan zien daarbinnen. Links van de stoel kan ik op een beeldscherm meekijken. Hij legt uit dat hij met een lang wattenstaafje een soort zure vloeistof op de baarmoederhals gaat aanstippen. Als er afwijkingen zijn dan zal het oplichten.

Met het staafje gaat hij aan de slag en ik hou het scherm angstvallig in de gaten om te kijken of het daarbinnen niet in een soort discotheek met stroboscoop verlichting verandert, maar er gebeurt gelukkig nog weinig.

“Zie je dat?” Bij het wattenstaafje verschijnt langzaam een licht vlekje. Mijn benen trillen en mijn hart bonkt in mijn keel. Ik zie het en knijp wat harder in de hand van mijn lief, die er altijd is om mijn hand vast te houden, good times or bad.

“Hier zit een kleine afwijking, dus daar moet ik even een biopt van nemen. Dat betekent dat ik er een heel klein hapje uithaal dat we dan vervolgens naar het lab sturen voor onderzoek. We gaan straks wel even wat verder in op de theorie.”

Met een gevoel alsof mijn vagina in de fik staat zit ik even later in zijn sobere kantoortje waar hij ons uitlegt hoe het verder gaat. Het duurt twee weken voor de uitslag binnen is. Er zijn drie uitslagen mogelijk; CIN 1, 2 of 3. CIN staat voor cervicale intra-epitheliale neoplasie en geeft de ernst van de afwijkingen aan. Het is van de uitslag afhankelijk hoe het daarna verder gaat.
Ik voel me wat rustiger nu dit onderzoek achter de rug is en er niet meteen een enorme tumor of iets dergelijks is aangetroffen, maar baal wel een beetje dat het nu nog zo lang duurt voordat ik echt duidelijkheid heb.

De volgende twee weken stort ik me op mijn werk, schrijf ik veel en laat ik me zoveel mogelijk afleiden door mijn zoon en man. Maar ik ben bij vlagen ook onrustig en strontchagrijnig. Op de dag dat ik gebeld zal worden met de uitslag krijg ik helemaal niks gedaan. Aan het einde van de middag gaat dan eindelijk de telefoon.

De assistente legt uit dat de uitslag CIN 2 is, een voorstadium van baarmoederhalskanker waarbij twee derde van de aangetroffen cellen afwijkend zijn. Maar de gynaecoloog raadt op basis van mijn geringe leeftijd en onze kinderwens aan om niets te doen en over een half jaar te kijken hoe het er dan voor staat.
Als ik ophang weet ik niet zo goed wat ik nou moet voelen. Aan de ene kant ben ik natuurlijk opgelucht omdat ze niet gelijk in me hoeven te snijden, of erger. Aan de andere kant voelt het ook klote dat het er überhaupt zit en ze misschien in de toekomst wel moeten behandelen. Ik moet het allemaal even laten bezinken.

Terwijl ik met dit onderwerp aan het stoeien ben kom ik tot de ontdekking dat er in mijn directe omgeving alleen al een aantal vrouwen nooit meedoet aan het bevolkingsonderzoek en dat in Nederland maar 7 op de 10 vrouwen een uitstrijkje laat maken. Ik ben dankbaar dat we in een tijd leven waar een ziekte als baarmoederhalskanker vaak ruim op tijd ontdekt en behandeld kan worden. Hoe tof is de (medische) wetenschap! Maar dan moeten we wel meedoen!

Nou begrijp ik als geen ander dat het uitstrijkje geen pretje is. En er zijn vast vrouwen die het ronduit verschrikkelijk vinden. Maar is het krijgen van kanker niet veel erger dan die paar minuten ongemak? Bovendien kun je er tegenwoordig voor kiezen om een zelf afnametest te doen. Ik zat, een half jaar na mijn bevalling, waarbij ik in het ziekenhuis echt het gevoel had dat het open huis was in mijn vagina, en ik het aantal zorgverleners dat daarbinnen moesten zijn niet meer op twee handen kon tellen, ook niet te wachten op opnieuw geklooi aan mijn lijf. Maar het is goed dat ik me daar overheen heb gezet!

De dagen na de uitslag begin ik langzaam weer wat meer te ontspannen en ik realiseer me dat ik blij ben dat ik in ieder geval weet dat er iets niet helemaal goed zit, maar dat ze het in de gaten gaan houden. Het heeft ook helemaal geen zin om hier nu het komende half jaar enorm over te gaan zitten stressen. We weten immers nooit wat er gaat gebeuren in de toekomst. Gelukkig maar want anders zou er ook geen bal meer aan zijn. Alles komt goed. Uiteindelijk.

Bronvermelding;
https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/05/als-na-de-bevalling-de-pijn-blijft-a2253519
https://www.medicalfacts.nl/2018/01/18/slechts-70-van-de-nederlandse-vrouwen-geeft-gehoor-aan-oproep-voor-uitstrijkje/

Parent Problems #2

Oscar is inmiddels alweer een half jaar oud. Tijd voor een nieuw lijstje!

1. Luiers verschonen

Er zijn twee zekerheden in dit leven. De eerste is dat iedereen op een gegeven moment een keer dood gaat en de tweede is dat zodra je een luier hebt verschoond (óf net hebt uitgedaan) je baby gaat plassen of poepen. GRRRR.

Helemaal vreemd is het feit dat het je eigenlijk niet zoveel kan schelen dat je vóór half zes in de ochtend al bent ondergepist/gescheten/gekotst (of met een beetje pech alledrie, en heb je the trifecta te pakken) en dat terwijl je je niet op een tof underground festival bevindt maar gewoon, thuis in je woonkamer bent. Soms heb je pas aan het einde van de dag door dat je niet eens de moeite hebt genomen om je kleding te verschonen, en gewoon met vlekken en al de deur uit bent gegaan. Who cares.

2. Luier snuiven

Een ander vreemd fenomeen is dat je (ook in het openbaar) zonder enige gêne je baby boven je hoofd tilt om vervolgens je neus zowat in zijn luier te drukken en dan gaat ruiken of er mogelijk sprake is van een code bruin, oftewel ‘het luier snuiven’. Vooral bij mensen zonder baby een handeling die voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt.

giphy

3. Kan de dierenarts dat niet doen?

Mensen zeggen vaak dat baby’s hulpeloos ter wereld komen. Dat is niet helemaal correct. Meteen na de geboorte zijn ze namelijk al in het bezit van vlijmscherpe klauwtjes waar ze niet alleen zichzelf (ze zijn nog niet zo slim) maar ook jou flink mee kunnen openkrabben. In het begin kun je nog helemaal niks met die kleine nageltjes behalve misschien een halfslachtige poging tot vijlen of je kunt er voor kiezen om je baby wanten aan te trekken. Sommige ouders bijten de nagels van hun kinderen af. Ik bijt net niet meer op die van mezelf dus ik ga nu niet aan die van een ander beginnen.

Als het moment dan daar is dat je daadwerkelijk kunt gaan knippen dan zul je merken dat nageltjes knippen van een baby moeilijker is dan het ontmantelen van een atoombom die op het punt staat de wereld te vernietigen, terwijl de voltallige FBI in je nek staat te hijgen en je live te zien bent op tv. Zweet in de bilnaad, mensen! Ik vroeg me na zo’n zenuwslopende manicure serieus af of ik hem niet gewoon samen met de katten mee kon nemen naar de dierenarts voor het knippen van de nagels. Het antwoord daarop is Nee.

giphy1

4. Beethoven

Er komt een moment dat je baby tandjes gaat krijgen. Dat merk je vooral doordat hij werkelijk alles in zijn mond wil stoppen en het gaat gepaard met een onvoorstelbare hoeveelheid kwijl. Als de tandjes door gaan komen is het ineens net alsof je een roedel Sint Bernards in huis hebt. ALLES. ZIT. ONDER. HET. KWIJL.

Ik dacht altijd dat de sjaaltjes die baby’s om hebben een soort fashion statement waren maar dat is dus niet het geval. Die zijn bedoeld om de eindeloze stroom kwijl enigszins op te vangen. En als ik zeg eindeloos dan bedoel ik ook echt eindeloos! Op een gegeven moment vroeg ik mij af of ik het leger in moest gaan schakelen om zandzakken om ons huis heen te gaan plaatsen om overstroming van ons kleine dorpje te voorkomen. Dat bleek gelukkig niet nodig en Steggerda is vooralsnog veilig.

5. Vrouw aangehouden voor neerhoeken bejaarde in supermarkt

Ik ben helemaal geen smetvrezerig typje. Maar als je met een überschattige baby de buitenwereld in gaat dan vergeten sommige mensen ineens dat er zoiets bestaat als personal space en dat het niet normaal is om iemand zomaar aan te raken, ook geen baby’s. Op de een of andere manier zijn het vaak de grijze dametjes met handtas die denken dan ze zomaar in de kinderwagen/maxicosi mogen graaien om in die schattige wangetjes te knijpen. Ik word daar enorm moordlustig van en krijg dan de neiging om betreffende bejaarde neer te knuppelen met mijn net gescande zak aardappelen. Tot nu toe heb ik mij nog kunnen beheersen maar ik vrees toch altijd een beetje dat ik op een gegeven moment bovenstaande krantenkop ga veroorzaken.

Het vreemdste compliment over Oscar tot nu toe kreeg ik overigens ook in de supermarkt. Een ietwat oudere man vertelde mij dat hij jarenlang voor Man bijt Hond had gewerkt en ooit een stuk had gemaakt over iemand die levensechte babypoppen maakte. Daar deed Oscar hem aan denken. OK. Thanks I guess…

6. Alle baby sokken moeten ritueel verbrand worden

Ik herinner me nog dat ik zwanger was en volledig vertederd in de Hema stond met van die ieniemini sokjes in mijn handen. Hoe konden er ooit zulke kleine voetjes bestaan die daar in passen.

Die bestaan ook niet want geen enkele baby sok blijft goed aan een baby voet zitten.

“Waar is zijn andere sok” , is een zin die in dit huis het laatste half jaar meer gesproken is dan enige andere. En als ze niet te losjes zitten dan zitten ze zo strak dat de bloedcirculatie volledig wordt afgesloten en zijn voetjes zowat afsterven. Er is gelukkig een uitzondering. Vorige week kreeg Oscar echte gebreide ‘oma sokken’ (inclusief ieniemini klompjes) en die zijn geweldig!

7. I can’t remember

Voor mij, als schrijver, is het noodzakelijk om gedachtes vrij door mijn hoofd te kunnen laten stromen. Het lijkt dan net alsof ik niets zit te doen maar in mijn brein vormen woorden zinnen en zo, langzamerhand, verhalen. Dit proces is bijna onmogelijk te voltooien met een baby die naast je op een kleedje ligt en in de fase zit dat hij denkt dat hij een paradijsvogel is, met bijbehorende, geluidsbarrière doorbrekende geluiden. Alleen al tijdens het schrijven van deze drie zinnen ben ik opgestaan om 1. een kwijlstroom te onderbreken, 2.Oscar uit de boekenkast te vissen en 3.een luier te verschonen.

Onlangs las ik een artikel in de Volkskrant over precies dit onderwerp. De schrijver kwam daar tot de conclusie dat, ondanks de uitdaging die een kind vormt voor het schrijverschap, het vooral een bron van inspiratie is. Hoewel ik tegenwoordig regelmatig vertwijfeld in de keuken sta, met geen flauw idee wat ik daar kom doen, laat staan dat er ruimte is voor diepe, filosofische gedachten, ben ik het helemaal met hem eens.

Verder lezen? Lees Parent Problems#3 hier! Deel 1 gemist? No worries, die lees je hier.

Episch

 

Soms voel je het van te voren al aan komen. Dan klopt het.
Je denkt dan, maar ik ben potverdikke al vijfendertig, dat is nu toch wel een keertje afgelopen met die geintjes!
Maar nee hoor, dan kijk je een paar dagen later en hoppa, daar is tie dan.

En ook nooit op een onopvallende plek, zoals op je elleboog of achter je oor, maar altijd gewoon, smack in the middle, waar iedereen het kan zien.

Puist, Pukkel, Acne, Pus, Afstotelijk. GET-VER-DERRIE.

Als je van woorden houdt die passen bij hun betekenis dan zit je bij deze terminologie wel goed.

De grote vraag is dan altijd. Uitknijpen (ook weer zo’n vies woord) of afblijven. Ik ben zelf van de categorie afblijven. Er zijn van die mensen die extreem genieten van filmpjes waarin allerlei puisten en mee-eters openbarsten. Ik niet. YUK.

Gelukkig overkomt het mij sporadisch, maar als het dan weer zover is heeft mijn vriend het altijd zwaar met mij. Onze gesprekken gaan dan ongeveer zo;

Ik: Ik ga zo even douchen.

Hij: Zal ik er dadelijk ook bij komen?

Ik: Ik weet niet of dat gaat passen.

Hij: Hoe bedoel je?

Ik. Ik en mijn pukkel nemen al teveel ruimte in.

Hij: zucht…

of

Hij: OK, ik ben er denk ik rond vier uur wel weer.

Ik: Ik weet niet of ik er dan nog ben.

Hij: Huh, waar ga jij heen dan?

Ik: Misschien ben ik dan wel opgeslokt door mijn puist en zit er alleen nog maar een pukkel aan tafel als je terug komt.

Hij: zucht en rolt met ogen.

Maar dit keer was hij het zelfs wel een beetje met mij eens toen ik zei dat er een tweede kin uit mijn kin aan het groeien was.

“Ja, dat is wel een bakbeest liefje! Maar ik vind je nog steeds de mooiste.”

Ik heb dan misschien wel een epische pukkel, maar ik heb ook een epische liefde.

2016-06-09 09.21.37

 

Parent Problems

Op veler verzoek schreef ik toch een vervolg op de Preggo Problems.
Hier een kort eerste overzicht van de dingen die mij het meeste zijn bijgebleven/in shock brachten na het krijgen van een kind, oftewel; Parent Problems. We duiken er meteen goed in!

 

  1. Dit komt nooooit meer goed

Dat je vagien het zwaar te verduren krijgt tijdens een bevalling weet iedereen. Maar wat voor mij echt als een shock kwam, is dat je na de bevalling ook het gevoel hebt dat er een illegale lawinepijl is afgegaan in je kont, en dat de eerste keer poepen na de bevalling (bijna) nog enger is dan de bevalling zelf en eigenlijk ook weer een soort bevalling op zich is. giphy
Als je nog nooit aambeien hebt gehad dan schrik je je helemaal de tyfus van de staat van je poeperd. Zitten is in het begin dan ook echt niet tof of zeg maar gerust onmogelijk.
Hoe moet dit ooit weer goed komen?, vroeg ik mij de eerste weken ongerust af. De enige reden dat ik niet volledig in paniek raakte was te danken aan de wijze (oudere) vrouwen in mijn omgeving die mij steeds maar weer op het hart drukten dat het écht weer goed zou komen. En dat was ook zo. Pfieuw.

2. Say Whut?

Wat ik ook zo gek vond na een bevalling in het ziekenhuis, is dat je (in mijn geval na 24 uur) de baby gewoon mee naar huis mag nemen, No Questions Asked. Dat jij (het warhoofd dat er om bekend staat dingen bovenop de auto neer te leggen en vervolgens weg te rijden) en je partner (die regelmatig in zijn onderbroek door de woonkamer rent terwijl hij luid roept ‘Ik ken kung fu’) zonder enige test van competentie dus gewoon naar huis gaan met een gloednieuw, super kwetsbaar en volledig afhankelijk mensje. Zo gek.

giphy1

    3. Wat nou roze wolk

In de prachtig opgeflufte, gefotoshopte en gefilterde wereld waar we tegenwoordig in leven wordt ook de komst van een kindje vaak geromantiseerd. De zogenaamde roze wolk ontbreekt echter in de praktijk bij het grootste gedeelte van de vrouwen of is in sommige gevallen (zoals bij mij) eerder een vies duif grijzig wolkendek dat over alles heen hangt. De eerste dagen waggel je sowieso in een waas van hormonen en slaapgebrek door je huis, als je je bed überhaupt al uit kunt komen. Het is dus ook niet per definitie zo dat je meteen een overweldigend gevoel van liefde zoals je nog nooooit eerder hebt ervaren over je heen voelt spoelen ten aanzien van je pasgeboren wurm. Ik had eerder gedachtes zoals,’Oh god, wat hebben we gedaan, we hadden zo’n leuk leven!’ en, ‘Ik vind mijn kind helemaal niet leuk, ik vind er geen zak aan, ik ben de slechtste moeder ter wereld,’ of, ‘Houd nou je kop eens te janken, rotzak!’
Ook dit gaat (meestal) gewoon weer over. Een baby heeft vooral in de eerste drie maanden een enorme impact op je leven en dat vergt nou eenmaal wat omschakeling en dat heeft even tijd nodig. Wat me bij het volgende punt brengt.

4. Slaap is het allerfijnste ter wereld

Totdat je baby doorslaapt (lees; langer dan vijf à zes uur achter elkaar slaapt, dus dat betekent niet dat je lekker kunt uitslapen en de baby om een uur of half twaalf met een kopje koffie naast je bed staat) zul je helaas te maken krijgen met gebroken nachten. Ik en de Papa hebben in de eerste paar weken met onze Os meer ruzie met elkaar gemaakt dan in de volledige tijd dat we elkaar kennen. Wij konden tijdens deze veel te korte nachtjes hele gesprekken met elkaar voeren waar mijn lief zich de volgende dag helemaal niks meer van kon herinneren en waarin hij ook nog eens de grootste onzin uitkraamde omdat hij eigenlijk helemaal niet echt wakker was. Of het klassieke, ‘het is jouw beurt, nietes, de jouwe’.
Het is niet voor niks dat slaaponthouding als marteltechniek wordt ingezet. Slaapgebrek kan gekke dingen met je doen. Je wordt boos en gaat snel huilen (wat in de kraamtijd sowieso veel aan de orde is) en de simpelste handelingen worden ineens heel ingewikkeld (waren dat nou drie of vier schepjes melkpoeder?). Pas als je niet meer slaapt realiseer je je hoe heerlijk het is om een hele nacht ongestoord te kunnen pitten. En ben je ineens superblij als je vier uur achter elkaar in coma hebt gelegen. Overigens, als je eenmaal een beetje gewend bent aan de gebroken nachten (en dat went echt wel) dan zijn die nachtelijke voedingen uiteindelijk misschien wel de leukste. In de stilte en het duister van de nacht lijken jij en je baby heel eventjes de enige twee mensen op de wereld en kun je lekker verdrinken in elkaars ogen (als je ze open kunt houden).

giphy2

    5. Leeft ie nog?

Wat wel paradoxaal is, is dat zodra je baby wel besluit om zich stil te houden je ineens in paranoia modus schiet. Plotseling ben je ervan overtuigd dat hij dan vast dood is of bezig te stikken in zijn eigen kots en voel je een onbedwingbare drang om dit meteen te gaan controleren. Waarna je met ingehouden adem boven wieg/bedje hangt om te concluderen dat hij gewoon braaf ligt te slapen en je als een ninja weer terug naar je bed sluipt om exact hetzelfde een kwartier later opnieuw te doen, totdat je eindelijk gerust gesteld bent en net in slaap valt als hij besluit de longen uit zijn lijf te brullen.

    6. Boring

Niemand durft het hardop te zeggen maar baby’s, die pasgeboren baby’s die werkelijk niks anders kunnen dan slapen, huilen, eten, plassen, poepen en kotsen, zijn ongelofelijk, geestdodend SAAI. Natuurlijk, ze zijn ook schattig en vertederend en kijk nou toch die kleine vingertjes en nageltjes en blablabla. Jaja, helemaal waar, maar dat heb je op een gegeven moment ook wel gezien en dan begin je je toch af te vragen of het onethisch is om tijdens het voeden afleveringen van je favoriete serie te bingewatchen of op je telefoon je social media of het nieuws te checken. Ik zou zeggen gewoon lekker doen af en toe. Je kunt niet continu vervuld van liefde naar je kind kijken zonder een nek hernia op te lopen en je baby herinnert het zich toch niet later.

giphy4

    7. Nu even niet!

Zodra je vader of moeder wordt betekent dit vooral dat je een enorm stuk van je ‘alleen-tijd’ inlevert. Je denkt misschien, oh baby’s slapen toch om de haverklap, en dat is ook wel zo. Ze doen veel dutjes. Maar die zijn ook zo weer voorbij. Het lijkt wel alsof je, zodra je baby gaat slapen, in een soort vreemde Science Fiction-achtige tijdsversnelling terecht komt. Want zodra je de vaatwasser hebt uitgepakt, eindelijk je haar hebt gekamd en je tanden gepoetst (om half twee in de middag) en net met je laptop wilt gaan zitten om eindelijk eens iets te schrijven (als je hersenen mee willen werken), is er ineens een uur of twee voorbij en hoor je dat je baby wakker is geworden en honger heeft.
Je krijgt ook ineens meer waardering voor zaken die je vroeger als vanzelfsprekend zag of die je misschien wel vervelend vond, zoals alleen naar de supermarkt gaan (Hoera!) of alleen in de auto hard meezingen met je favoriete liedjes (tranen van geluk!) of alleen ongestoord een half uur onder de douche staan!
En op de een of andere manier moet je baby ook steeds iets van je op het moment dat het eigenlijk jouw tijd is om wat te eten, waardoor je te lang niks eet of snel een eierkoek naar binnen propt en daardoor heel erg zin krijgt in ongezonde dingen.

giphy3

     8. Told you so

Ik zal niet zeggen dat alle clichés waar zijn (de bevalling vergeten zodra je je kind in je armen hebt…euhm….nou, NEE) maar wat zeer zeker wel waar is, is dat het het allemaal waard is. Vooral de eerste maanden zijn even doorbuffelen maar elke ochtend als Oscar mij met zijn stralende glimlach begroet vindt er een mini explosie plaats in mijn hart en begin ik de dag zelf ook met een grijns van oor tot oor. Ongeacht hoeveel slaap ik heb gehad.

Superheld

door; Marloes van der Singel
Dit verhaal werd gepubliceerd in tijdschrift Ei.

 

Godsamme. Sorry, sorry, sorry. Ik zag u totaal niet aankomen.”

Ik sla mijn vaders advies, bij een botsing nooit schuld bekennen, volledig in de wind, maar de stoet kwam duidelijk van rechts en een te hoge snelheid zullen ze ongetwijfeld ook niet hebben gehad. Bovendien luister ik niet meer naar mijn vader sinds hij besloot dat hij een superheld was.

De zwarte hoge hoed van de chauffeur is scheef op zijn hoofd gezakt wat hem een ietwat hipsterachtige uitstraling geeft. Met een beheerst tikje schuift hij hem weer op zijn plaats en loopt statig naar de achterkant van de lijkwagen waar de kist half in de auto en half door de kapotte achterruit hangt. De krans met witte bloemen die op de kist lag is over de weg geschoven en ligt enkele meters verderop. Witte blaadjes dwarrelen in een mini orkaantje richting de sloot.

De chauffeur probeert de kist op te tillen om hem weer op zijn plaats te schuiven. Ik snel ter hulp en samen duwen we hem weer door de ruit, in horizontale positie. Achter mij hoor ik verschillende autodeuren open en dichtslaan en ik durf me niet goed om te draaien. Daar komen de rouwenden.

         *

Er zit een haar in mijn eten.”
Ik probeer een zucht te onderdrukken en mijn klantvriendelijke masker op te houden.
Dat is helaas het risico van een lunch in het kattencafé.”
Ik wijs naar de kleine lettertjes onderaan de menukaart,

‘Ondanks een hygiënische keuken, waartoe de katten volgens de regels van de Voedsel en Warenautoriteit geen toegang hebben, wil het nog wel eens voorkomen dat er een kattenhaar in uw eten belandt. Wij vragen hiervoor uw begrip.’

en naar Frits die met zijn anus op het tafelkleed zit en verongelijkt naar het bord van de klagende jongen kijkt. Naast de jongen zit een engelachtig meisje met vlechtjes en veertjes in haar blonde krullende haar, die hem ongetwijfeld hiernaartoe heeft gesleept. Ze heeft geen oog voor hem, maar maakt kusmondjes naar Frits, die daar weer geen oog voor heeft.

Met een vol dienblad draai ik mij om en breek bijna mijn nek over Tommie die precies achter mij op de vloer is gaan liggen. Hij lacht, en knuffelt verder met een kat, en ik vraag me opnieuw af of het wel een goed idee was om hem aan te nemen.

                                                                                        *
Ik hoor gesnik en gesnuif, haal diep adem en draai me om. Een korte, forse vrouw met paars haar heeft haar gezicht verstopt in een grote zakdoek. Voorbereid op een emotionele aanvaring houd ik mijn handen in een verontschuldigend ‘ik geef me over’ gebaar. Maar voor ik aan een excuus kan beginnen realiseer ik me dat de vrouw niet onbedaarlijk huilt, maar hysterisch lacht. Haar gezicht is inmiddels bijna net zo paars als haar korte pittige kapsel en ze mept me loeihard maar amicaal op mijn schouder.
Dit is zo typisch Henk, lacht ze astmatisch in mijn oor, hij liet zich nooit niet kisten en ging graag out with a bang!”
De lachrimpels bij haar ogen stromen als de aftakkingen van een rivier over haar gezicht. Naast haar staat een man die doet denken aan een nerveuze alpaca. “Och jeetje, och jeetje,” mompelt hij onophoudelijk. De vrouw neemt mijn hand in een ijzeren greep en stelt zich voor als ‘de weduwe’. Haar geamuseerde blik verandert in een van bezorgdheid als ze mij aankijkt, en ze omklemt met twee handen mijn gezicht.
Heremetiet jongen, dat is een jaap!”
Pas dan voel ik dat er bloed uit mijn wenkbrauw drupt. De weduwe commandeert en wijst, en voor ik het weet staat mijn ingedeukte Fiat 500 in de berm en zit ik tussen de weduwe en de alpaca op de achterbank van de volgauto.

                                                                                        *
Het dienblad kwak ik zo hard op het aanrecht dat er een oor van een kopje afbreekt. Ik stamp door de deur die naar het steegje achter het café leidt. Zittend op een leeg fristikratje tussen twee grote containers in steek ik een sigaret op. Vandaag is het precies een jaar geleden.

Ik had net een paar lijntjes coke klaargelegd voor mijzelf en het meisje, waarvan ik me de naam niet meer kan herinneren, dat ik uit het kattencafé had meegenomen. Iets met een A. Ze stond met haar hoofd schuin voor mijn boekenkast en las de titels op de ruggen van de boeken. Ik keek naar de kleine bleke hand die ze over de boeken heen liet glijden en stelde me voor dat ze straks met diezelfde hand mijn erectie zou omvatten. Ze keek over haar schouder alsof ze mijn gedachte had kunnen horen en ik boog me over de lijntjes.

Ze plofte naast mij neer op de bank, en ik ademde de geur van haar shampoo in. Groene appeltjes.

*

Geen zorgen, ik ben vijfenveertig jaar veearts geweest”, zegt de man die mijn hoofdwond afplakt. Zijn ogen worden komisch vergroot door zijn dikke brillenglazen en hij was de beste vriend van ‘Henk in de kist’. We zitten achterin de aula die langzaam volstroomt met nabestaanden. De weduwe komt nog even langs om te kijken hoe het met me gaat en ik maak aanstalten om op te staan maar ze gebaart dat ik moet gaan zitten. “Henk had je erbij willen hebben”. De aula is inmiddels zo vol dat er mensen achterin en langs de zijkanten tegen de muur staan.

Op Ring of Fire wordt de kist naar binnen gereden, sommige mannen scanderen zijn naam; “HENKIEEE!”

Bij mijn vader waren er een handvol mensen. En dan tel ik de begrafenisondernemer mee.

                                                                                        *

Haar benen had ze in kleermakerszit gevouwen en ze keek me aan terwijl ze met haar oorbel speelde. Ik trok haar op mijn schoot en zag haar hart kloppen onder de blanke huid van haar hals. Met een hand trok ik aan haar vlecht en drukte mijn lippen tegen haar halsslagader. Mijn andere hand liet ik onder haar rokje tussen haar benen glijden. Plagend langs het randje van haar ondergoed, steeds iets verder naar binnen. Haar ademhaling versnelde en ze probeerde onhandig mijn riem en broek los te maken. Gehaast trok ik zelf mijn broek en boxer naar beneden. Duwde haar slipje aan de kant en mijn pik naar binnen. Ik liet mijn handen over haar billen glijden en pakte haar vast om het tempo te bepalen. Toen ik in haar klaar kwam zag ik in de teleurstelling in haar ogen dat haar opwinding nog niet tot een hoogtepunt was gekomen.
Met vingers die naar kut roken en de chemische smaak van coke achter in mijn keel nam ik even later de telefoon op. Een arts vertelde me dat mijn vader een snoekduik van een flatgebouw had genomen. Om zijn hals had hij een rode cape geknoopt.

Ik druk de sigaret uit en loop door de keuken weer het café binnen. Tommie ligt nu op de bank met twee katten op zijn borstkas. Het stelletje is weg, hun borden staan nog op tafel. Het café is verder leeg.

Tom, sluit jij straks af? Ik moet even weg.”

Hij steekt zijn duim omhoog en ik weet dat de kans vrij groot is dat ik hem morgenochtend slapend aantref op dezelfde plek. Mijn baby blauwe autootje komt ronkend tot leven. Het duurt even voordat ik doorheb dat ik onderweg ben naar de begraafplaats.

                                                                                       *

Door de woorden van zijn familie en de liedjes die worden gezongen en afgespeeld komt Henk ‘de Tank’, zoals hij door de meeste mensen hier wordt genoemd, voor mijn ogen tot leven. Als zijn zoon geëmotioneerd het woord neemt dwalen mijn gedachten af naar mijn vader. Zou hij geweten hebben dat hij het mis had? Ik zie hem voor me, met zijn cape wapperend in de wind op de rand van de afgrond en tot mijn verbazing voel ik dat mijn wangen nat worden. Voor het eerst sinds zijn dood huil ik.

Na de dienst zit ik met rode ogen en een pul bier aan de bar samen met de weduwe, de alpaca, de veearts en de zoon, die naast mij op een kruk zit. Hij vertelt mij een amusante anekdote over zijn vader en vraagt dan naar de mijne. Ik neem een grote slok van mijn bier, hef mijn pul om met hem te proosten en zeg: “Mijn vader was een superheld.”

 

Preggo Problems III; Dingen die ze je van te voren niet vertellen

Omdat een zwangerschap ook in drie perioden wordt opgedeeld leek het mij passend om van de Preggo Problems een drieluik te maken. (Lees deel I hier terug en deel II hier). Hieronder volgt het laatste lijstje met dingen waar ik mij over heb verwonderd de afgelopen tijd.

1. Haar

Om maar even met een positieve noot te beginnen. Met een beetje geluk is je haar tijdens je zwangerschap voller en mooier dan ooit. Door een verhoogd oestrogeen gehalte in je bloed valt je haar niet uit en groeit het ook nog eens sneller dan anders! Nadeel hiervan is wel dat dit niet alleen geldt voor het haar op je hoofd. En omdat je met die dikke buik steeds moeilijker bepaalde houdingen kunt aannemen is het vrij lastig om je met enige regelmaat te scheren. Al met al is zwanger zijn een vrij harige aangelegenheid.

giphy

2. Das Buik II

Steeds als je denkt, “nou kan mijn buik ECHT niet verder meer groeien”, blijkt hij een paar dagen later toch een nog grotere omvang te hebben aangenomen. Af en toe lijkt je buik een geheel eigen leven te leiden en heb je het idee dat je eerder in verwachting bent van een octopus dan van een mensenbaby. Jij wilt de ene kant op, je buik denkt daar anders over. Soms heb ik het gevoel dat ik zulke bordjes om moet gaan doen.

2018-02-19 14.51.48 2018-02-19 14.51.14

Je navel lijkt in niets meer op je ‘oude’ navel en je wacht enigszins angstig het moment af waarop hij, bij gebrek aan een beter woord, gaat ploppen. Van een ‘innie’ ben je langzaam aan het veranderen naar een ‘outtie’. En ook al is het lastig om te accepteren. De meest simpele dingen worden een enorme uitdaging, zo niet onmogelijk. Denk bijvoorbeeld aan sokken aantrekken of voeten afdrogen na het douchen. Iets van de grond pakken. Of uit bed komen…The struggle is real!

giphy-downsized-large

3. Burn motherf*#$, Burn

Doordat je baby steeds groter groeit wordt de ruimte voor je andere organen steeds beperkter. Dit kun je vooral merken aan je maag, die al snel in de knel komt te zitten. Dit heeft als gevolg dat het in één keer inhaleren van een Big Mac er niet meer inzit maar dat je steeds kleine beetjes moet eten. Alsnog levert het dan vaak behoorlijk brandend maagzuur op. Vooral ’s nachts, wanneer je plat ligt en je baby je ineens een uppercut in je maag geeft komt het regelmatig voor dat je half stikkend in je eigen braaksel/brandend maagzuur overeind schiet. Zo Rock ’n Roll dat zwanger zijn. Rennies zijn je nieuwe beste vriend.

4. Snurken en Kwijlen

Slapen met zo’n enorme toeter is sowieso al een enorme uitdaging. Maar als je er dan tussen de zure oprispingen, ontelbare plassessies, onrustige benen en tintelende handen in slaagt om een beetje shut eye te krijgen ga je snurken als een te zware walrus met een alcoholprobleem. En alsof dat niet sexy genoeg is slaan onder invloed van de hormonen je speekselklieren op hol, wat als gevolg heeft dat je overmatig gaat kwijlen en wakker wordt met een kleddernat kussen dat aan je wang vastgeplakt zit. How charming. Wat mij bij het volgende punt brengt.

5. Seks

‘ Wat is het dunste boek dat ooit geschreven is? Dat over seks tijdens de zwangerschap.’

Deze flauwe opmerking hoorde ik ergens in het begin van dit avontuur en ik was vastbesloten om mij niks aan te trekken van dit stomme cliché. Ons seksleven zou gewoon onveranderd door blijven stomen. En hoewel dit ook wel een tijd goed ging moet ik toch schoorvoetend toegeven dat er een kern van waarheid in zit.

Het is ook niet eens zozeer een gebrek aan libido maar vooral, het wordt op een gegeven moment een beetje een ongemakkelijke, lachwekkende circusact die je probeert uit te voeren. Tel daar bij op, de harige benen en seventies bush, de wallen die tot aan je knieën reiken, je versterkte reukzin, je longcapaciteit die met een kwart is afgenomen door het allergrootste obstakel, die enorme buik, en combineer dit met een man die bang is om je nog aan te raken omdat hij jou maar vooral de baby geen pijn wil doen, en je hebt het perfecte recept voor een vrijwel celibaat laatste trimester.

Gelukkig hoor en lees ik overal dat dit weer goed komt. Uiteindelijk.

12-1

6. Kraampakket

Ik heb het lang uitgesteld maar een paar dagen geleden heb ik dan toch eindelijk het kraampakket opengemaakt. Dit is een grote kartonnen doos die je via je zorgverzekeraar kunt krijgen die gevuld is met medische artikelen die je tijdens en na de bevalling nodig kunt hebben. Dit is wat ik mijn lief appte nadat ik de inhoud had bekeken.

2018-02-19 10.28.19

Voor de mensen die Dexter niet hebben gekeken, (ga dat nu kijken!) Er zat, en dan overdrijf ik maar een beetje, wel zestig hectare plastic in de doos. Ik denk dat we onze slaapkamer drie keer volledig in plastic kunnen bedekken en dan houden we nog genoeg over. Hoewel ik heel relaxed was over de aanstaande bevalling krijg ik nu toch visioenen van uiterst bloederige en smerige taferelen. Dit gevoel wordt niet weggenomen door de rest van de inhoud. Ontsmettingsalcohol, watten en wond kompressen. Kraamverband dat, in mijn ogen, zo enorm is dat je het ook zou kunnen verwarren voor een tuinstoelkussen. Ik heb de doos gauw weer dichtgedaan en besloten dat ik al deze zaken niet nodig ga hebben.

7. Get the f*** out

Dat een zwangerschap negen maanden duurt heeft de natuur heel goed bedacht. Het geeft je voldoende tijd om over de eerste hysterie heen te komen en alles in gereedheid te brengen, maar het is ook lang genoeg om er tegen het einde heel erg klaar mee te zijn en bijna te gaan verlangen naar die bevalling. Dit weekend ging mijn vriend naast mij zitten op de bank en rook ik de whisky in zijn glas waarna het water mij letterlijk in de mond liep. Ik droom er dan ook steeds vaker van om op mijn buik te liggen, met mijn hoofd in een bord sushi en filet americain, aangesloten op een cola berenburg infuus.

Maar nog meer dan dat verlang ik ernaar om het mensje te gaan ontmoeten dat mijn lichaam nu bijna negen maanden bewoond heeft.


Heb je de vorige Preggo Problems gemist? Lees Deel I en deel II gewoon alsnog!